filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

02nov
09
 Ik ben oudstrijder van drie crisissen

“Wij staan voor beslissende jaren. De financiële crisis zonder voorgaande bracht een economische crisis op gang, die op haar beurt een budgettaire crisis meebracht. Veel staat op het spel."

Premier Herman Van Rompuy 

 "De tijd van paniekzaaierij moet voorbij zijn. Rustig en doordacht, moedig en consequent handelen, is nu aan de orde. Het is een tijd van samenwerken, niet een tijd van nutteloze confrontaties. Het is een tijd waarin we angst moeten omzetten in hoop.” Dat zijn de woorden van Herman Van Rompuy, federaal premier, tijdens een van zijn toespraken.
In een interview met Vokatribune legt Van Rompuy uit wat hij met dat consequent handelen bedoelt, en hoe dat kan opbrengen voor de Belgische economie.

De premier heeft er net zijn ‘State of the Union’ opzitten. De kritiek op het wegblijven van structurele maatregelen liet niet lang op zich wachten. Herman Van Rompuy straalt ook rust en zelfzekerheid uit tijdens  het  interview. Zijn manier van spreken en zijn karakter staan in schril contrast met die van enkele van zijn voorgangers. Geen harde woorden, geen politieke spelletjes, wel harde analyses en macro-economische inzichten waar menig tegenstander zich in zou opwinden. Van Rompuy moet het federale schip terug op koers zien te trekken. Zowat alle matrozen hebben al geparticipeerd aan de één of andere vorm van muiterij bij vorige kapiteins. Van Rompuy goochelt tijdens ons gesprek niet met zijn werven. Hij plaatst zijn eigen beleid nooit in een hogere visie. Hij blijft nuchter. “Visie kost geld” en “van perceptieproblemen trek ik mij niets aan”.

 

ambitie

Hoe zou u de ambities van de federale regering op budgettair vlak omschrijven?
“We hebben het ambitieniveau van de Hoge Raad van Financiën overgenomen. Tussen 2010 en 2012 neemt de federale overheid tweederde van de inspanningen voor zijn rekening. Dat komt overeen met het relatieve deel van de uitgaven die wij maken ten opzichte van de deelstaten. Men beseft het niet altijd, maar het federale niveau is in termen van uitgaven nog altijd een pak belangrijker dan de deelregeringen. Een ander verschil is dat het meest dynamische gedeelte van de uitgaven, met name de vergrijzingskost, bijna uitsluitend voor rekening is van de federale overheid. Dat wil dus zeggen dat wij nog veel meer dan de andere regeringen in dit land moeten besparen.”

 

Is dat haalbaar zonder een herziening van de financieringswet?
“De kosten van de vergrijzing zijn enorm hoog. Aangezien die vooral op het federale budget wegen, zou een hertekening van de financieringswet zeker welkom zijn. We hebben meer geld nodig. Maar dat impliceert dat we geld zouden wegnemen van een ander beleidsniveau. En ik denk niet dat de Vlaamse, Brusselse of Waalse regeringen, met elk hun eigen budgettaire problemen, daarvoor staan te springen.”

 

Denkt u niet dat de Vlaamse regering het zichzelf tactisch moeilijk maakt door te streven naar een evenwicht tegen 2011?
“De Vlaamse regering doet dat naar eigen zeggen om zo snel mogelijk positieve beleidsruimte te kunnen creëren. Daar kan natuurlijk niets tegen ingebracht worden. Al kun je ook positieve beleidsruimte creëren zonder evenwicht. Zelfs wij zijn daarin geslaagd: kijk maar naar onze maatregelen voor de bouw, de horeca, de boeren, enzovoort. Met dat verschil dat we dat uiteraard allemaal hebben moeten compenseren. In ieder geval, voor één keer geldt hier het principe ‘als elkeen streeft naar zijn eigenbelang, dan wordt het algemeen belang gediend.”

 

kritiek

De kritiek luidt dat de federale regering in zijn begroting geen structurele maatregelen voorziet om de kosten voor de sociale zekerheid in toom te houden.

“Wat zijn structurele maatregelen? Voor mij zijn structurele maatregelen ingrepen die niet eenmalig zijn. Wij hebben in die zin een heleboel maatregelen genomen.”

 

Men vreest bijvoorbeeld dat de groeinorm van 4,5 procent tot problemen zou kunnen leiden.
“Ik ben nooit zwaar onder de indruk geweest van groeinormen. Het is niet de norm die belangrijk is, maar wel wat men effectief uitgeeft. Kijk naar de periode waarin minister Vandenbroucke bevoegd was voor gezondheidszorg, toen stegen de uitgaven zeer snel met een groeinorm van amper 2,5 procent.”
“Wij zullen dit jaar alleszins niet de volle 4,5 procent uitgeven. We zetten 700 miljoen euro opzij. Of voor mij die norm naar beneden mag? Uiteraard. Dat moet zeker een thema zijn voor de volgende legislatuur. Maar je moet van die norm niet alles verwachten.”

 

Waarom is men tijdens de begrotingsopmaak niet doorgegaan op de piste om bepaalde deeldomeinen, zoals het grootstedenbeleid, naar de regio’s te verwijzen?
“Omdat dat een communautaire piste is. En dat is volgens mij het slechtste wat men momenteel kan doen: de communautaire en budgettaire problemen op één hoop gooien. Dat is precies wat men twee jaar geleden gedaan heeft, met het gekende totale immobilisme tot gevolg. Dus, mijn devies is: alles op zijn tijd. ”
“Overigens, het zou ook maar een klein deel van het probleem opgelost hebben. Ik denk ook niet dat Vlaanderen of de andere regio’s zouden staan juichen als ze een deeldomein kregen waarvoor ze bijkomende middelen zouden moeten zoeken.”

 

rustige vastheid

U hebt uw beleid zelf omschreven als ‘rustige vastheid’. Dat staat in contrast met de buurlanden, waar de overheid veel drastischer maatregelen neemt om de crisis te boven te komen.
“Ik zie rondom mij niet veel landen die ik als voorbeeld zou willen nemen. In Frankrijk, bijvoorbeeld, is er een begrotingstekort van acht procent, en de Franse president zegt ‘la rigueur n’a jamais marché’. Ik zou ook hebben kunnen uitpakken met de ‘schrootpremie’, maar ik heb mijn twijfels over het uiteindelijke effect daarvan op budgettair vlak.”
“Ik zeg altijd: ‘Visie kost geld’. En voor België komt daar bij dat het effect van drastische relancemaatregelen voor een groot stuk naar het buitenland stroomt, omdat wij nu eenmaal een open economie hebben. Je zou dat dan nog kunnen zien in een Europese context, waar we solidair moeten zijn met elkaar. Maar als het erop aankomt, dan denkt toch iedereen aan zijn eigen kas. Wij hebben dus geen grootse dingen gedaan omdat die grootse dingen allemaal geld kosten.”
“En dan kijk ik naar Nederland. Zij hebben een begrotingstekort van meer dan zes procent. Zij installeren nu twintig werkgroepen om hun problemen op te lossen. Ik denk dat het kot hier te klein zou zijn, mocht ik daarmee afkomen.”
“Tot slot Duitsland: hun budgettair tekort is kleiner dan bij ons, maar op economisch vlak doen zij het minder goed. Zij kennen een achteruitgang van min vijf procent. Om hun economie weer aan te wakkeren, plannen zij grote belastingverlagingen. Dat zou de consumptie moeten doen stijgen. Ik wens hen veel succes…”


U gelooft niet in de effecten van pure koopkrachtverhoging op korte termijn?
“Nee. Koopkracht is een zaak van vertrouwen. Mensen gaan maar meer uitgeven als ze vertrouwen hebben in de toekomst. Bovendien staat nu al vast dat in 2010 het reëel inkomen van de gezinnen bij ons lichtjes stijgt. Maar dat zal niet volledig in consumptie omgezet worden. Waarom? Omdat mensen momenteel meer geneigd zijn om te sparen. Dat komt door de verhoogde werkloosheid, de berichten over begrotingstekorten, de bankencrisis, …”
“Dus: in ons land is een drastisch relancebeleid zinloos. Omdat het mensen alleen maar aanzet tot meer sparen, en omdat een groot stuk van de winst naar het buitenland stroomt.”

 

Wat hebt u voor ondernemers gedaan in uw begroting?
“Ik heb van de werkgeversorganisaties twee vragen gekregen. Ten eerste: voer het interprofessioneel akkoord uit. We hebben dat gedaan. Ook al is het bijzonder duur: één miljard euro. Terwijl we tussen 2010 en 2011 3,4 miljard euro moeten besparen.”
“Ten tweede: zorg ervoor dat er een systeem van tijdelijke werkloosheid voor bedienden is. De sociale partners hebben zo’n systeem in april proberen te installeren, maar ze zijn daar niet in geslaagd. We hebben het dan zelf gedaan.”
“Tot slot hebben we de notionele intrestaftrek behouden. Dat is toch het belangrijkste stimuleringsmiddel voor het aantrekken van buitenlandse investeringen.”

 

U hebt het wel afgezwakt?
“We hebben de overdrijvingen en de ingebouwde mechanismen eruit gehaald. Maar het wezen van het systeem is behouden.”

 

Kunnen we met die maatregelen uit de crisis geraken?
“Ik ben een oudstrijder van drie crisissen: een in de jaren zeventig, een in de jaren tachtig en een in de jaren negentig. Maar de crisis die we nu doormaken, kent geen voorgaande. Want het is geen crisis van het aanbod, maar van de vraag. Als het een crisis van het aanbod was, dan had ik veel meer patronale vragen gekregen. Nu worden we geconfronteerd met een vraaguitval. Dat heeft te maken met de financiële crisis die een impact heeft op de wereldwijde markteconomie. Het is pas als die zich herstelt, dat de vraag zal stijgen. Wij hebben daar als regering amper vat op. Het is daarom dat ik in mijn ‘State of the Union’ stelde dat wij de wind niet maken. Wij kunnen er enkel voor zorgen dat de zeilen klaar staan wanneer de wind weer uit de goede richting waait.”

 

Samengevat: het is niet het moment om grote risicovolle operaties uit te voeren?
“Wij hebben in 2009 een relance-inspanning geleverd van één procent van het bbp. Dat lijkt me meer dan voldoende. Wij zijn nu een van de eersten van Europa die de focus verschuiven van relance naar consolidatie. Wij willen weer gaan voor een herstel van het budgettair evenwicht, gekoppeld aan het ritme van de economische groei.”
“Sommigen zeggen dat het daarvoor nog veel te vroeg is. Maar ik geloof in onze piste. Dus in 2010 proberen we het tekort te verminderen met 0,5 procent, bij een economische groei van 0,4 procent. In 2011 gaan we met alle overheden samen het tekort verminderen met 1 punt van het bbp. Volgens de vooruitzichten mogen we ons dan verwachten aan een economische groei van 1,9 procent.”
“Dat is dus wat men noemt ‘stap voor stap’. Maar ondernemers zullen weten dat de bocht die men neemt, hoe klein ook, het belangrijkste is. Wij nemen een bocht weg van relance, maar richting evenwicht. Dat is onze manier om de economie te stimuleren. En we zijn daarmee eerst in Europa.”

 

Zelfs de voorzitter van de Europese Centrale Bank was blij met die bocht.
“Ik heb dat ook gelezen. Maar in België moet je een loep hebben om zo’n opbouwende kritiek in de krant te kunnen terugvinden.” (lacht)

 

perceptie

Lijdt uw regering aan een perceptieprobleem?
De indruk leeft dat men er op Vlaams niveau zwaar invliegt, maar dat het federaal niveau precies niet vooruit geraakt?
“Van perceptieproblemen trek ik mij niet veel aan.”

 

Maar moet u als premier niet gaan voor het vertrouwen van de mensen?
“Over het algemeen onderschat men ons werk. Zoals ik al zei, is ons federaal budget een pak groter dan alle regionale overheden samen. Bovendien hebben onze bevoegdheden en de maatregelen die wij nemen een veel grotere impact. Wanneer wij de dieselprijs verhogen, of ingrijpen in de sociale zekerheid, dan voelen meteen miljoenen mensen dat. Het beleid van de regio’s is meer sectorgericht.”


“Daarnaast hebben we te lijden onder het slechte imago dat zich na de laatste federale verkiezingen heeft gevormd. De indruk bestaat dat België een onoplosbaar probleem is. Maar dat is niet zo. We werken hard, stap voor stap. Stukje bij beetje zullen de resultaten zich tonen. ”

Auteur : Peter Vandeborne en Sandy Panis
Bron : Vokatribune november 2009

terug