filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

07apr
09
 Hertekend werkgeverslandschap om nog meer te wegen op beleid

Voka en negentien Vlaamse sectorfederaties hebben zopas een overeenkomst gesloten die een volgende en belangrijke stap vormt naar een geïntegreerde werkgeversorganisatie op Vlaams niveau.

“Dat is goed nieuws voor onze ondernemingen en voor de realisatie van het economische doorbraakprogramma dat Vlaanderen nodig heeft om een Europese topregio te worden”, zegt Voka-voorzitter Urbain Vandeurzen.

 

Urbain Vandeurzen heeft van de toenadering tot de sectorfederaties een van de prioriteiten van zijn voorzittersmandaat gemaakt. Hij is tevreden dat het akkoord er inderdaad is, exact enkele weken voor de afloop van zijn voorzitterschap.

 

Er is hard gewerkt aan deze toenadering?
Urbain Vandeurzen:
“Dit akkoord is een logische volgende stap in een jarenlang proces.  De voorbije twee decennia zijn verschillende stappen gezet in de integratie van het werkgeverslandschap. Een eerste belangrijke stap was het akkoord dat het toenmalige Vlaams Economisch Verbond (VEV) eind augustus 1993 sloot met de Kamers van Koophandel uit Vlaams-Brabant, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg. VEV en Kamers, met figuren als Johan De Muynck voor het VEV, Paul Buysse (Antwerpen), Jean Van Marcke (Kortrijk), Cyriel Vanden Dries (Limburg) en andere kamervoorzitters, zagen op dat ogenblik al in dat een versteviging van de werkgeverspositie belangrijk was. Dus sloten ze een samenwerkingsakkoord. Het VEV erkende de Kamers als lokale interprofessionele organisatie bevoegd voor lokale problemen, terwijl de Kamers het VEV erkenden als regionale interprofessionele organisatie, bevoegd voor alle regionale problemen. Een tweede stap werd tien jaar later gezet, in 2003, onder VEV-voorzitter Jef Roos, met de hulp van onder meer Luc De Bruyckere, Philippe Vlerick, Paul Kumpen en mezelf. Het was een dubbele beweging. Langs de ene kant werd de los-vaste verhouding tussen Kamers en VEV geformaliseerd. De acht Kamers plus het VEV vormen sindsdien het samenwerkingsverband Voka. Een succesvolle alliantie, die zich relatief snel heeft geïntegreerd en die voortdurend operationeel aan slagkracht en aan impact wint. Langs de andere kant werden in datzelfde jaar een aantal initiatieven genomen voor een samenwerking tussen Voka en de Vlaamse sectororganisaties met mezelf voor Voka als initiatiefnemende ondervoorzitter. Voka en een twintigtal Vlaamse sectororganisaties hebben toen afgesproken dat ze systematisch zullen overleggen over een aantal thema’s. En dat overleg is in de voorbije vijf jaar bijzonder vruchtbaar gebleken. Dit jaar zetten we een nieuwe stap, om die samenwerking met de sectoren uit te diepen. Dat zal gebeuren in twee etappes: een eerste, tot 2011, waarin de focus ligt op inhoudelijke en operationele samenwerking; en vervolgens een grondige evaluatie met desgevallend verdere stappen naar een volwaardig samenwerkingsmodel, met het oog op een vereenvoudigd en versterkt werkgeverslandschap.”

 

Een samenwerkingsverband met 20 organisaties, is dat werkbaar?
“In de eerste plaats, het is een samenwerking die niet out of the blue komt. Er is al een zekere traditie. We weten wat we aan elkaar hebben. We hebben al heel wat gezamenlijke initiatieven ontwikkeld – zoals de gezamenlijke voorbereiding van de drie voorbije Voka-congressen, de gezamenlijke platformtekst voor de federale verkiezingen in 2007, de voorbereiding van het toekomstplan voor Vlaanderen (ViA). Er is een positieve track record. Ten tweede, we hebben gekozen voor een zeer pragmatische aanpak en voor een lichte structuur. Een programmacomité zal gemeenschappelijke projecten selecteren en aansturen, met als voornaamste prioriteiten de samenwerking te stimuleren en op een proactieve manier aan agendazetting te doen. En ten derde, in 2011 zullen we dit akkoord ten gronde evalueren. Maar het is evident dat we onderweg zonodig de bijsturingen zullen doen die zich eventueel opdringen. Ik ben ervan overtuigd dat dit kan werken. Omdat het nodig is voor iedereen.”

 

Wat is de finaliteit? Waar zal dit uiteindelijk landen?
“De samenwerking is vandaag open ended. In het akkoord zijn daar geen expliciete afspraken over gemaakt. De tekst spreekt in vrij vage termen over ‘een volwaardig samenwerkingsmodel met het oog op een vereenvoudigd werkgeverslandschap’. Ik denk dat in de volgende jaren vanzelf zal blijken wat mogelijk en wenselijk is. Bovendien zal intussen toch de noodzakelijke staatshervorming een nieuwe realiteit gecreëerd hebben die zijn vertaling zal vragen naar hoe werkgeversorganisaties zich moeten aanpassen.”

 

Wordt Voka nu een soort ‘Vlaams VBO’?
“Helemaal niet. Het Verbond van Belgische Ondernemingen is een koepel van federaties. Voka is in essentie een ledenorganisatie. Onze leden zijn individuele bedrijfsleiders. In de bestuursorganen nemen zij de meerderheid van de bestuursmandaten op. De ‘qualitate qua’s’, de voorzitters van kamers of sectoren, vormen een minderheid. Dat zal zo blijven. Maar ik steek niet weg dat ik op langere termijn in Vlaanderen een breed werkgeversfront zie ontstaan, met langs de ene kant een alliantie van Voka en de Vlaamse sectorfederaties, en langs de andere kant onze collega’s van Unizo. Voka en Unizo hebben vorig jaar trouwens een samenwerkingsakkoord gesloten. De voorzitter en de afgevaardigde beheerders van beide organisaties plegen nu al geregeld overleg. Op Vlaams niveau staat alles klaar voor een stevig werkgeversfront. Bovendien is de werkrelatie met het federale VBO en met de regionale collega’s UWE (Wallonië) en BECI (Brussel) ook verbeterd. Want alleen op die manier kunnen we in dit land de noodzakelijke ommezwaai maken: de dringende economische doorbraak, de prangende modernisering van de sociale zekerheid en de al even nijpende staatshervorming.”


Wat de sectoren zelf zeggen…
  • Wilson De Pril (Agoria): “Werkgevers die goed samenwerken, laat dat een eerste stap zijn naar meer samenwerking met de overheid, met de universiteiten, met de sociale partners.”
  • Marc Dillen (Vlaamse Confederatie Bouw): “De overheid heeft een grote impact op onze sector. Met Voka samen kunnen wij nog meer wegen op het beleid.”
  • Frans Dierynck (Essenscia Vlaanderen): “Een concreet programmapunt zou kunnen zijn: de late betalingen van facturen – niet alleen door de overheid, ook door ondernemingen onderling.”
  • Leo Borms (Fevia Vlaanderen): “Een coherente boodschap krijgt vanzelf meer gewicht.”
  • Jan Delfosse (Fedis): “Het vestigingsbeleid, mobiliteit, onderwijs en arbeid – het zijn allemaal Vlaamse bevoegdheden die ons direct aangaan. Daarom is samenwerking belangrijk.”
  • Olivier Carette (Beroepsvereniging van de vastgoedsector): “Tegenover de overvloed aan decreten en politieke beslissingen is er een eenduidig werkgeversstandpunt nodig.”
  • Jan De Brabanter (Febelgra): “Voor een kleine sector als de grafische industrie zijn allianties met andere sectoren belangrijk.”
  • Guy Van Steertegem (Fedustria): “Wij pleiten voor een efficiënte overheid. Wel, dit zal de efficiëntie aan werkgeverskant verbeteren.”
  • Kurt Stabel (FOS): “In de zorgsector is meer ondernemerschap nodig, en de samenwerking met Voka kan daar toe helpen.”
  • Robert Engelen (Verbond Glasindustrie): “Innovatie, energie en opleiding zijn voor ons belangrijk. Dat zijn Vlaamse materies.”
  • Luc Adriaenssens (Beroepsvereniging van de Bewakingsondernemingen): “We moeten het strikte keurslijf van de bewaking doorbreken. Dat vereist voldoende slagkracht.”
  • Firmin François (Cobelpa): “De bestaande samenwerking wordt versterkt, dat is een goede zaak.”
  • Jos Steegmans (Staalindustrie Verbond): “De uitdaging is: nieuw vertrouwen creëren.”
  • Anya De Bie (Organisatie van Raadgevende Ingenieurs): “Zeker kleine sectoren hebben belang bij samenwerking.”
  • Herwig Muyldermans (Federgon Vlaanderen): “Talentontwikkeling is onze centrale activiteit en het is ook de prioriteit van Voka.”

Auteur : Erik Durnez
Bron : Vokatribune april 2009

terug