Nieuws
“Wat meer groei maakt alles eenvoudiger”, zegt Caroline Ven. “En als iedereen een paar jaar langer zou werken, verdwijnen een aantal macro-economische problemen bijna vanzelf”, voegt Niko Gobbin daar aan toe.
Politieke economen Caroline Ven en Niko Gobbin
Van waar zoveel optimisme? “Er is geen reden om aan te nemen dat we gedoemd zijn.” – “Maar het zal niet vanzelf gebeuren.”
Twee maanden geleden publiceerden Ven en Gobbin samen een boek, ‘De welvaartsval’. De titel klinkt niet zo positief: hij verwijst naar de economische terugval met vijf procent in de jaren 2008-2009 en naar het welvaartsverlies van wie zijn job kwijt raakt of met pensioen gaat. En er is nog een derde interpretatie mogelijk: dat onze welvaartstaat in de val zit.
Caroline Ven werkte als economiste bij verschillende werkgeversorganisaties (VBO, VKW Metena). Vandaag is ze kabinetschef van federaal premier Leterme. Haar co-auteur Niko Gobbin werkt voor Ceder, de studiedienst van CD&V. Hun opzet: de grote economische thema’s toegankelijk maken voor een groot publiek. Wij leggen hen drie topics voor: groei, pensioenen en begroting.
groei
Hoe komen we uit de crisis? Hoe creëren we opnieuw groei?
Caroline Ven: “We moeten zowel arbeid als kapitaal een impuls geven. Dat gebeurt al, kijk maar naar de gigantische lastenverlichting voor bepaalde categorieën van werknemers. Er worden grote inspanningen gedaan om de arbeidskosten te verminderen en om te vermijden dat mensen langdurig van de arbeidsmarkt verdwijnen. We hebben geleerd uit vorige crisissen. Dit keer hebben we het brugpensioen niet versoepeld. Gelukkig. We moeten absoluut het brugpensioen afremmen, willen we vermijden dat je schaarste creëert op de arbeidsmarkt, eens de economie herneemt.”
Niko Gobbin: “Er zijn ook dingen gedaan ten gunste van het kapitaal: een verlaging van de vennootschapsbelastingen, een administratieve vereenvoudiging. Klassieke ingrepen, maar ze werken.”
Ven: “Sommige mensen noemen dat een cadeau aan de werkgevers. Ten onrechte. Het is alleen maar er voor zorgen dat de koek opnieuw groter wordt. We hebben groei nodig. Als je meer welvaart hebt, dan wordt alles een stuk makkelijker. Dan valt er ook meer te verdelen.”
pensioenen
Hoe krijgen we de pensioenen betaalbaar?
Ven: “Ons model dateert nog uit de jaren ’60. Toen ging je werken op 18 jaar, je bleef werken tot 63 en de gemiddelde levensverwachting was 68 jaar. Dat wil zeggen dat je twee derde van je leven aan de slag was. Nu neem je een job op 23 jaar, je werkt tot 58 jaar en je leeft gemiddeld tot 77 jaar. Met andere woorden, je werkt nog de helft van je levensjaren.”
Gobbin: “Tussen 25 en 55 jaar zijn de meeste mensen aan de slag. De echte problemen liggen ervoor en erna. Bij jongeren, vaak allochtonen, die een basisopleiding missen. We zullen als samenleving een zware integratie-inspanning voor hen moeten doen. Maar ook bij oudere mensen. Blijkbaar denken landgenoten nog altijd dat ze met 55 of ten laatste 60 jaar met pensioen zullen kunnen. Tegelijk zien we dat bedrijfsprocessen onvoldoende zijn afgestemd op oudere werknemers. We zullen iets aan de mentaliteit moeten doen.”
Ven: “En aan het verschil in pensioenuitkering voor wie sneller uitstapt.”
Gobbin: “Een langere loopbaan zou veel oplossen. Het is simpele wiskunde: een langere loopbaan impliceert meer inkomsten voor de pensioenpot. En dan kan je ook meer uitgeven. Het jammere is dat bepaalde mechanismes die de werkdruk verminderen, zoals tijdskrediet en deeltijds werken, mensen blijkbaar niet langer aan de slag houden. Het zijn dure mechanismes omdat ze niet het verhoopte resultaat opleveren. Mensen gaan nog altijd veel te snel met pensioen.”
Ven: “Er is nog een aspect. Veel mensen voelen zich vandaag bekocht. Na een hele carrière in de privésector krijgen ze een pensioen van 1.300 euro. Terwijl hun buurman-ambtenaar, die heel zijn leven evenveel verdiende, een veelvoud daarvan krijgt. Dat levert een indruk van onrechtvaardigheid op. Terecht. We moeten zeker in de richting van een harmonisering gaan.”
Gobbin: “En er moet opnieuw een zichtbaar verband komen tussen bijdragen en uitkeringen. Nu is dat verband veel te veel verdwenen. En dat ondermijnt de legitimiteit van het systeem.”
Ven: “Kortom, het model moet evolueren. We pleiten niet voor revolutie, maar voor evolutie. Geleidelijke verandering, dat is de enige manier die lukt.”
overheidsschuld
En dan de overheidsfinanciën. Komen we daar uit?
Ven: “In september 2009 heeft ons land een programma opgesteld voor herstel van het evenwicht tegen 2015. Vandaag staan we al een jaar voor op dat plan. Mogelijk halen we als een van de eerste EU-landen het tussentijdse doel van 3 procent tekort in 2012 en daarna het evenwicht. De overheidsschuld is flink opgelopen, correct, tot 100 procent van het bruto binnenlands product. Maar in die schuld zitten ook activa: participaties en leningen in banken. Die zijn niet waardeloos. Zodra we die verkopen, gaat de schuld ook snel weer naar beneden.”
Gobbin: “Overheidsfinanciën zijn altijd een vertaling van een beleid. Ze zijn een resultante. Als je het economisch draagvlak kan versterken, dan ben je al een heel eind op weg.”
Ven: “Ik ben geen doemdenker. De toestand is ernstig, zeker. Maar we komen er uit. Ik zei het al, we hebben geleerd. We hebben niet gedaan zoals in de jaren 70: hoge loonstijgingen, structurele uitstoot van arbeid, creatie van jobs in de publieke sector, explosie van de publieke financiën.”
Gobbin: “We zien integendeel een voorzichtige overheid. Die beseft dat innovatie nodig is, dat het DNA moet vernieuwd worden. Er is geen reden om te denken dat we gedoemd zijn. Maar het zal niet vanzelf gebeuren.”
Auteur : Erik Durnez
Bron : Vokatribune februari 2010
terug