filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

14nov
08
 De trans-Atlantische brug van John Engler

Als de wereld stilvalt, moeten de VS en Europa de handen in mekaar slaan. Dat is de boodschap van John Engler, de voorzitter van de Amerikaanse National Association of Manufacturers – zeg maar: de Amerikaanse maakindustrie.

NAM-voorzitter pleit voor EU-VS-vrijhandelszone

 

Engler hield op het Voka-congres in Leuven een opmerkelijk pleidooi voor een trans-Atlantische brug. “Als de VS en de EU samen een vrijhandelszone vormen, dan betekent dat meer dan de helft van de wereldhandel”, zei Engler. En dan worden we ook de bepalende factor, impliceerde hij. Wij vroegen hem om meer uitleg.

 

John Engler is Republikein, om daarmee te beginnen. Hij was drie keer na elkaar gouverneur van Michigan – een staat met 10 miljoen inwoners, evenveel dus als België. Hij is een grote fan van Bush, en hij legt zich er slechts met moeite bij neer dat de Democraat Barack Obama  de beste papieren lijkt te hebben voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. (Op het moment van ons gesprek, staan die nog voor de deur.) “Ik maak me toch heel wat zorgen over de prioriteiten van het nieuwe Congres dat in januari aan de slag moet”, zegt hij tijdens ons gesprek. Hij denkt dat heel wat democraten niet zo free trade minded zijn.
We hebben ons na de toespraak van Engler met hem teruggetrokken in een vergaderzaaltje in het congrescomplex. We drinken samen twee flessen water leeg. Het famous Belgian beer waarop hij bij herhaling alludeert, is voor na het interview. Het wordt een simpel pilsje.
Hij lacht bij een vraag die we terloops stellen: of de NAM ook wel eens congressen organiseert, net zoals Voka. “Ik ben bang dat er nergens ter wereld een congrescentrum bestaat dat groot genoeg zou zijn”, zegt hij. “Maar we vergaderen wel regionaal, en per sector of deelsector.”


trans-Atlantisch

 

Denkt u dat de tornado op de financiële markten en de economische crisis die daarop dreigt, een negatieve impact zullen hebben op de mondialisering? Wordt de globalisering teruggeschroefd?
John Engler:
“De cijfers zijn simpel. Eén op elf industriejobs in de VS is gesitueerd in een fabriek die eigendom is van een Europese onderneming: Siemens, Philips, noem maar op. De helft van de handel tussen de VS en Europa verloopt tussen vestigingen van dezelfde internationale groep. Dat wil dus zeggen: dat schroef je niet zomaar terug.”
“Maar ik denk wel dat de wereld zal veranderen. De financiële engineering is nu in ongenade gevallen, dit is een kans voor industrie, voor chemie, voor mechanical engineering. Er is een goede kans dat er nu terug aandacht en respect komt voor bedrijven die echt dingen maken. Dat zou een gezond signaal kunnen zijn.”
“De verwerkende industrie, de maakindustrie is de jongste decennia helemaal uit de gratie geweest. In de VS, maar ook in Europa. Alle verstandige jonge universitairen keken met ontzag op naar de centra van de centen, naar Londen, naar New York. Liefst van al wilden ze werken in Wall Street. Ze dachten dat de industrie iets uit een ver verleden was. Terwijl het natuurlijk daar is dat de welvaart wordt gecreëerd.”
“Daarmee heb ik niet gezegd dat de industrie niet voor bepaalde problemen staat. We leven in een bijzonder concurrentiële wereld. En geen enkel land, geen enkel continent kan zich nog afzonderen. Iedereen wordt overal geconfronteerd met wereldwijde competitie. Grondstoffen zijn internationaal, energie is dat, productieprocessen worden het van langsom meer.”

 

En dus, zegt u, zouden Europa en de VS beter samenwerken.
“Er wordt veel gesproken over China als de fabriek van de 21ste eeuw. Kan zijn. Maar de werkelijkheid anno 2008 is de Europese Unie. De 27 landen van de EU vormen samen de grootste afzetmarkt van de VS. 21 procent van onze export gaat naar de EU, 18 procent van onze import komt er vandaan. En omgekeerd, 20 procent van de totale uitvoer van de EU gaat naar de VS.”
“We hebben nauwe zakelijke banden, en dus ook gemeenschappelijke opportuniteiten. We staan voor dezelfde uitdagingen, voor dezelfde problemen. Dat is een heel goede reden om samen te werken.”

 

U pleit zonder meer voor een trans-Atlantische vrijhandelszone.
“Absoluut. Daarin breng je meer dan de helft van de wereldhandel samen. De VS en de Europese Unie samen… dat zijn de twee dominante regio’s.”
“En waarom vind ik dat belangrijk? In geen andere zones ter wereld liggen de normen voor productie en veiligheid zo hoog, wordt er zo grondig en nauwkeurig toegekeken op wat ondernemingen doen en afleveren. Welnu, als er een coalitie kan ontstaan van twee zo’n sterke naties, met zo’n hoge normen en standaarden – zowel op gebied van veiligheid, als van milieu, als van transparantie – dan wordt dat plots heel aantrekkelijk. Dan zitten we met een leidende coalitie, dan zullen andere landen ook naar datzelfde niveau moeten opklimmen.”
“Dan wordt internationale handel een verhaal van nivellering naar boven in plaats van naar beneden – zoals dat dreigde te gebeuren in de wereldhandelsbesprekingen van de Doha-ronde.”

 

U denkt dat dit een opwaartse spiraal zou meebrengen, in plaats van de klassieke neerwaartse?
“We zouden het eens moeten worden over alle niet-tarifaire belemmeringen. We zouden gemeenschappelijke standaarden moeten afspreken voor alles wat genormeerd is, en wat nu een belemmering vormt voor vrijhandel.”
“Maar eens zo’n akkoord bereikt, zou dat een zone opleveren met hoge normen voor milieu, arbeid, veiligheid, producten en processen. En de meeste ondernemingen in de VS en Europa voldoen al aan die normen. Een dergelijke samenwerking zou dus betekenen dat ze niet meer in het halen van die dubbele norm moet investeren – een Amerikaanse en een Europese. En dat er bijgevolg meer geld vrij komt voor innovatie en voor de ontwikkeling van nieuwe producten.”

 

Zullen andere landen daardoor echt naar boven getrokken worden?
“Ik mag het hopen. Ik ben in ieder geval bezorgd over de berichtgeving die we de jongste weken en maanden uit China krijgen. Zet het maar eens op een rijtje. Er was de gecontamineerde melk in de babyvoeding. Dan de namaakproducten – ze komen niet allemaal uit China, maar toch. Er waren de namaakmedicijnen die wel dezelfde samenstelling, maar niet dezelfde dosering hebben als het origineel. Mensen die ze nemen, lopen enorme risico’s, ze zijn levensgevaarlijk. En dan was er de loodverf op het speelgoed…”
“Waarom gebeuren al die dingen? Ik beweer natuurlijk niet dat er kwaad opzet mee gemoeid is, maar er zit toch een patroon in. Het is niet iets wat in Vlaanderen gebeurt, of in de Mid-West. Echt niet. Er kan wel eens iets fout lopen, maar dan zijn er standaardprocedures om het onmiddellijk uit de markt terug te roepen. Mensen hier gaan daar heel zorgvuldig mee om. Die zorg is er nog lang niet overal.”

 

U had het over veiligheid, over productaansprakelijkheid.
“Maar er zijn nog andere deelgebieden. Jullie en wij hebben allebei heel sterke regels voor de bescherming van intellectueel eigendom. We zouden de inspanning moeten doen om die op elkaar af te stemmen. Zodat we akkoord zijn over de minimumnormen. En zodat we de norm zetten voor de wereldhandel.”
“Er zijn nu nog zoveel landen die de intellectuele eigendomsrechten aan hun laars lappen. En iemand moet het toch durven zeggen: je kan echt geen vernieuwende farmaceutische industrie opzetten in Europa of in de VS, als er dan een land is als Thailand dat zich van die rechten helemaal niets aantrekt. Dat werkt niet. Dan stopt het.”

 

En… milieunormen?
“We weten allemaal dat China vandaag de grootste uitstoot van CO2 ter wereld aflevert. En ze hebben daar uitgebreide excuses voor. Ze zeggen nu: ‘wij zijn een ontwikkelingsland, wij hebben misschien wel 3.000 miljard dollar in onze reserves zitten, maar aan CO -emissies kunnen wij echt geen geld besteden, dat is de verantwoordelijkheid van de industrielanden.’ Kom nu. Ik denk dat we soms moeten durven zeggen: dit kan niet, dit gaat te ver.”
“Ook in de Doha-ronde zagen we dat soort dingen. Wij zijn als Amerikaanse industrie heel actief geweest in die wereldwijde handelsbesprekingen. Wij hebben bijvoorbeeld voorgesteld dat elke machine, elk toestel dat kan helpen om het milieu minder te belasten of de energie-efficiëntie te verhogen, zonder heffingen en zonder handelsbarrières zou kunnen verhandeld worden. Maar dat was bijvoorbeeld buiten India gerekend.”


de wereld en de US

U zei daarnet: Europa is de realiteit. China is de toekomst, dan?
“De BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India, China) spelen natuurlijk vandaag al een rol. Het zijn grote en groeiende markten. Toegegeven.”
“Maar kijk eens wat meer van nabij.  Ze hebben nu een groot deel van hun energie geïnvesteerd in de opbouw van een exportgeoriënteerde economie. Maar de werkelijkheid vandaag is dat op hun thuismarkt zoveel mensen in absolute armoede leven. Ze zullen ook daar de lat toch snel een stuk hoger moeten leggen.”

 

Hoe doet de industrie het ondertussen in de VS?
“We produceren 1.600 miljard dollar aan welvaart. Dat is toch aanzienlijk.”
“We hebben een aantal uitstekende jaren achter de rug. De export is snel gegroeid. Maar de verwachting is nu dat dit zal vertragen. En de binnenlandse vraag is heel zwak. Alles wat gebonden is aan de bouw- en de mobielsector, doet het slecht. We staan voor een aantal moeilijke maanden in 2009.”
“Het andere gevaar voor de industrie is natuurlijk het niveau van de energieprijzen. Olie is de jongste weken wel wat goedkoper geworden. Maar ik denk dat we nog altijd voor de noodzaak staan van een coherente en omvattende energieaanpak. Voor heel de VS. En ik ben ervan overtuigd dat daarin plaats zal zijn voor kernenergie. Want dat is een energie die tegelijk proper is en veilig, én beschikbaar.”

 

U klaagt ook over het hoge belastingniveau in de VS. Dat horen we hier niet zo vaak.
“De Amerikaanse vennootschapsbelastingen zijn de tweede hoogste ter wereld. Alleen Japan ligt nog een beetje hoger. Als ik dan zie dat in Europa de vennootschapsbelastingen nog verder naar beneden gaan, terwijl daar bij ons niets wordt aan gedaan… Dat wordt stilaan een concurrentieel nadeel. Dat is een probleem.”
“We zullen ons in de volgende maanden in de VS moeten bezinnen over het niveau van de belastingen voor de volgende jaren. We staan trouwens in 2009 voor de afloop van een aantal belastingverminderingen. Als die maatregelen niet verlengd worden en het belastingtarief stijgt terug naar zijn vroegere niveau, dan staan we voor nog grotere problemen.”
“En er is nog een probleem dat ons hoog zit: het debat over de immigratie. Als we vandaag goed gekwalificeerde mensen aantrekken, Vlamingen bijvoorbeeld – wel, dan weten we dat er op zeker ogenblik toch weer problemen zullen zijn met de visa. We moeten de grenzen beter openzetten voor talent, we moeten meer doen om talent binnen te halen en binnen te houden – knappe koppen zowel in engineering, als in wetenschappen of wiskunde.”
“Het is een lange lijst van problemen die moeten aangepakt worden. Je kan er ’s nachts wakker van liggen.”

 

Eén van de gemeenschappelijke uitdagingen, blijft de financiële crisis en de weerslag daarvan op de reële economie. Wat kunnen we doen om het vertrouwen te herstellen?
“Het zullen helaas niet de industriëlen zijn die dat kunnen. We zullen daarvoor toch in de eerste plaats moeten kijken naar onze respectieve regeringen. Ze zullen nog verder moeten gaan, ze zullen de markten opnieuw liquiditeiten moeten geven.”
“Maar in België is de crisis lang niet zo erg als bij ons. Jullie hebben niet die dalende vastgoedprijzen die we in de VS kennen, omdat jullie ook nooit die enorme incentives hebben gekend om huizen te kopen. Dat maakt het in Europa toch een stuk eenvoudiger. In de VS zitten we daarentegen opgescheept met een bouwrecessie die nog wel een tijdje zal duren, tot diep in 2009, misschien zelfs 2010.”
“Er zijn huizen gebouwd die niet verkocht raken. Wie zijn huis op de markt zet, kan er geen goede prijs voor krijgen. Het is hét moment voor Europeanen om vastgoed te kopen in de VS…”

 

… op voorwaarde dat we de financiering rond krijgen.
“Juist. Maar ik denk dat de sterkste banken hun balansen toch stilaan opgekuist hebben. En dan zal er op de duur wel een herstel komen van het vertrouwen, naarmate de tijd verstrijkt.”
“De FED-voorzitter heeft al gepleit voor een tweede steunpakket voor de Amerikaanse economie, met daarin aanzienlijke investeringen in infrastructuur. Dat zou misschien wel helpen. Want infrastructuurprojecten hebben meteen een weerslag op de bouw en op de industrie.”
“Maar ondertussen blijven de financiële markten stevig schommelen. Hebben we nu de bodem al bereikt? Zelfs de specialisten durven er niet op gokken.”
“Het grootste probleem is het sentiment van de mensen. Amerikanen zijn van nature heel optimistisch. Maar nu is hun vertrouwen toch wel erg geschokt. Dat optimisme terug krijgen, dat zal een heksentoer zijn.”
“Dat zal voor een stuk wel beteren na de presidentsverkiezingen. Want je moet er toch mee rekening houden dat er maandenlang twee politieke zwaargewichten het land doorkruisen met het verhaal van wat er allemaal verkeerd gaat.”
“We zullen opnieuw moeten beginnen praten over wat onze sterktes zijn, in plaats van onze zwaktes. Heel wat aspecten van de Amerikaanse economie zijn vandaag even sterk als drie maanden geleden. We blijven even competitief in de wereldmarkt als voordien. Maar daar kijken de mensen vandaag niet naar.”

 

Wat zijn nu positieve uitdagingen?
“Er zijn er verschillende. Neem de energiesituatie. We maken opnieuw een energieschok mee. Dat hebben we in het verleden nog gekend. Maar er zit nu toch een goede kant aan: de levensstandaard in de hele wereld neemt toe, en daardoor stijgt de vraag naar olie.”
“Wat misgelopen is, dat is de visie en de wil om alternatieven te creëren voor een op petroleum gebaseerde economie. Dat krijgt vandaag veel aandacht, daar gaan ook heel wat investeringen naartoe.”
“Dat is ook een grote, wereldwijde opportuniteit. Alternatieve energie, maar ook energie-efficiëntie. Dat wil dus zeggen: meer doen met minder energie. Dat is zo’n breed terrein, daar kan zoveel in gebeuren. Het gaat over de transmissie van een benzinemotor, over de efficiëntie van een kerncentrale, maar ook over de manier waarop we onze huizen en onze gebouwen inrichten, en over de organisatie van onze samenleving.”

 

Hogere energiekosten remmen de globalisering, zo wordt gezegd.
“Wat zeker gebeurt, is dat, als gevolg van de stijgende transport- en energiekosten, mensen nu gaan beseffen dat er toch een gevaar zit in een waardeketen die te veel versnipperd is over de hele wereld. Ik denk dat grote industriële groepen al heel snel die dingen opnieuw zullen afwegen: waar willen we onze producten maken? En wat riskeren we door cruciale componenten in een ver afgelegen land te produceren? Moeten we die productie niet terug dichter bij huis brengen?”
“Maar ik zie ook dat als een positieve opportuniteit.”

 

En wat zijn volgens u de kansen voor hightech?
“Als we over maakindustrie spreken, of dat nu in de VS is of in Europa, dan hebben we het per definitie over hightech. Voor iets anders is er geen plaats meer. De arbeidsintensieve productie, de producten met lage toegevoegde waarde, die kunnen wij niet meer maken, en jullie al evenmin. Dat is voor lageloonregio’s.”
“Maar er is een grote toekomst voor de industrie, en die zal hightech zijn. Dat betekent wel dat kwaliteit essentieel is. De complexiteit van producten en processen wordt bijzonder groot. De technologie in een auto bijvoorbeeld is van een dergelijke grootte – je kan niet meer zomaar zeggen, zoals 30 jaar geleden, van ‘hé, ik word autohersteller’, of ‘ja, ik wil mee auto’s maken’. Daar heb je een enorme kennis voor nodig.”
“Ik denk dat daar een gigantische opdracht ligt in het onderwijs. In de VS dan vooral in het lager onderwijs. We moeten meer mensen enthousiast maken voor dit soort carrières, voor beroepen met een grote technologische inhoud. En we moeten jonge mensen veel beter begeleiden. Het is voor iedereen beter dat ze hun studies afmaken. Er is echt geen plaats meer voor ongeschoolde mensen die het op hun eentje willen proberen.”

Auteur : Sandy Panis en Erik Durnez
Bron : Vokatribune november 2008

terug