Ondernemingen die problemen hebben met hun bankkrediet, kunnen sinds een jaar terecht bij de ‘kredietbemiddelaar voor ondernemingen’ Chris Dauw.
De man die u helpt praten met uw bank
Zijn dienst startte in februari 2009, ze maakte deel uit van het economisch relanceplan van de federale regering. Vokatribune vroeg hem wat ondernemingen van hem mogen verwachten.
vraag 1: Wat kunnen ondernemingen verwachten van de ‘kredietbemiddelaar voor ondernemingen’?
“Ik ben bemiddelaar. Dat wil zeggen dat ik partijen bij elkaar breng: langs de ene kant de ondernemingen die bepaalde problemen hebben om een krediet te krijgen of om het terug te betalen, langs de andere kant de banken. Ik bemiddel tussen hen. Ik vel dus geen oordeel. Ik hak niet de knoop door. Ik probeer partijen met elkaar te doen praten. Dat is de kern van de opdracht: de communicatie bevorderen, een steentje bijdragen in het dossier. We hebben tot nog toe zo’n driehonderd dossiers afgewerkt. In zeventig procent van de gevallen zijn ze uitgemond in een oplossing. De jongste weken merk ik een zekere versnelling in het aantal dossiers. Ik schrijf dat toe aan de betere bekendheid van onze dienst, niet aan een toename van de kredietproblemen. Het typische dossier dat op onze tafel belandt, gaat over een krediet van 75.000 euro. Er zijn ook kleinere dossiers geweest, en enkele veel grotere.”
vraag 2: Sinds enkele jaren bestaat al de ‘Bemiddelingsdienst Banken-Kredieten-Beleggingen’. Wat is het verschil met uw dienst?
“De Bemiddelingsdienst Banken-Kredieten-Beleggingen, zeg maar de ombudsdienst van de banken, heeft een wezenlijk andere opdracht dan wij. Ik bemiddel. Wij krijgen een concrete vraag binnen rond een kredietprobleem en onze dienst moet dan trachten een oplossing te vinden. Dat gebeurt in samenspraak met de betrokken partijen. De Bemiddelingsdienst Banken-Kredieten-Beleggingen krijgt geen vraag, maar een klacht. Françoise Sweerts, de ombudsvrouw van de banken, moet daar uiteindelijk een bepaald oordeel over vellen. De klacht moet worden beslecht. De terreinen van de twee diensten zijn duidelijk afgebakend, mevrouw Sweerts en ik hebben goede afspraken gemaakt. Maar natuurlijk gebeurt het in de praktijk af en toe dat een dossier in de twee diensten kan behandeld worden. Dat lossen we pragmatisch op. We contacteren elkaar, en we bekijken wie het best geschikt is om het dossier in kwestie te behandelen.”
vraag 3: Welk type vragen komt tot bij u? Wat zijn de meest frequente redenen waarom ondernemingen hun kredietproblemen aan u voorleggen?
“Er is geen echt dominant type. Ik zie drie categorieën, die grosso modo even groot zijn. Dan gaat het om nieuwe kredieten van starters, nieuwe kredieten van bestaande bedrijven en bestaande kredieten.”
“Om met die laatste groep te beginnen: daar gaat het over ondernemingen die om de een of de andere reden in problemen komen met hun betalingen. In een eerste fase, als de bank het krediet niet opzegt, praten we dan over een eventuele verlenging van de terugbetalingstermijnen. Wordt het krediet wel opgezegd, dan zijn behalve de terugbetalingstermijnen ook de eventuele uitwinning van zekerheden (zoals bijvoorbeeld het lichten van een hypotheek) aan de orde. In de twee andere groepen zijn er twee types van problemen. Soms gaat het gewoon om een slecht project. Dan zeg ik zo snel als mogelijk: sorry mensen, hier kan ik niets voor doen. Maar in veruit het grootste pakket, zeker tachtig procent van de vragen, gaat het om dossiers waarin wel resultaat mogelijk is.”
vraag 4: Wat kunnen ondernemingen doen om hun dossiers te verbeteren? Hoe kan je de bank overtuigen, met correcte argumenten, van de ernst van het project?
“Drie aspecten zijn van belang voor de onderneming. Eerst en vooral zie ik vaak dat ondernemers niet alle financiële instrumenten kennen. Dat is natuurlijk niet verwonderlijk. Ze zijn bijvoorbeeld niet vertrouwd met dingen als het Participatiefonds, het Waarborgbeheer, het ARKimedesfonds. Of ze weten niet goed hoe je met afbetalingstermijnen kan spelen. Of ze vragen een te groot bedrag. Met hulp, eventueel van ons, kunnen ze hun project inhoudelijk veel beter maken. Ten tweede, heel wat ondernemers presenteren hun dossier niet goed. Ze komen aan met een bundel van tweehonderd bladzijden vol met details en materiaal waar een bankier niet weg mee kan. Of het tegengestelde: ze hebben een A4-tje met alleen de meest rudimentaire gegevens van het project waarin bijvoorbeeld niets nuttigs vermeld wordt over de toekomst van het project. Een goede presentatie maken waarin de bankier snel de informatie vindt die hij nodig heeft – dat helpt. En ten derde, je moet als ondernemer ook geloven in je project. Ik zie tot mijn verwondering vaak dat precies dat ontbreekt.”
vraag 5: En wat zou u aan de bankiers willen vertellen? Wat is uw ervaring aan die zijde van de bemiddelingstafel?
“Ook de bankier is niet altijd vertrouwd met het brede aanbod aan financieringsmiddelen. De kantoordirecteur op de hoek kent soms dingen als het Waarborgbeheer niet of wenst er niet mee te werken. Een ander punt dat kan verbeteren: in heel wat gevallen geeft de bankier niet duidelijk aan waarom een krediet wordt afgewezen. Terwijl dat voor een onderneming heel leerrijk zou kunnen zijn. En nog: soms krijgt de klant het gevoel dat hij aan het lijntje wordt gehouden. De bank stelt vragen, hij geeft antwoorden. Dan komen er meer vragen, meer antwoorden. En dan, na drie maanden, uiteindelijk toch een negatief antwoord. Voor de kredietaanvrager is dat natuurlijk frustrerend. Het zou helpen als een ‘neen’ veel sneller komt.”
www.kredietbemiddelaar.be
Auteur : Erik Durnez
Bron : Vokatribune maart 2010