Waarom de Zwitsers scoren in competitiviteitsrankings
... en het kraampje waar de posters iedereen aanraadden een “ja”-stem te geven. Het kon niet méér Zwitsers zijn.
In zowat elke competitiviteitsindex staan de Zwitsers bovenaan. Vorig jaar stonden ze op de vierde plek in de IMD-index; de jaarlijkse studie van het World Economic Forum (WEF) zette Zwitserland helemaal bovenaan de lijst die landen rangschikt op basis van hun concurrentiekracht. Is Zwitserland een rolmodel? Dat wilden we weten. We reden een week lang van Basel naar Lausanne en van Zurich over Bern naar Vevey. Onderweg vroegen we vierentwintig Zwitserse ondernemers en opinieleiders naar hun indrukken. Het leverde een beeld op dat soms clichés bevestigde, soms tegensprak.
“Zwitserland had vijfhonderd jaar democratie en vrede. En het enige wat dat opleverde, was de koekoeksklok”, liet Orson Welles zijn hoofdfiguur zeggen in de beruchte film ‘De derde man’, uit 1949. Het was een historische vergissing, want de koekoeksklok is een product uit het Zwarte Woud, en dat is Duits, niet Zwitsers. Maar het zegt iets over het imago van Zwitserland, zestig jaar geleden.
“ons” geld
Waarom doen de Zwitsers het nu dan zo goed in de concurrentie-onderzoeken? “Heel simpel,” zegt een van onze respondenten, “wij maken die indexen zelf.” Zowel IMD als WEF zijn inderdaad Zwitserse instellingen, maar het is natuurlijk een grapje. Een van de weinige grapjes die Zwitsers ons presenteerden. Want Zwitsers zijn ernstige mensen.
Ze nemen niet alleen zichzelf au sérieux, ze hebben ook respect voor hun overheid. Al maken ze geen groot onderscheid tussen die twee categorieën. “De staat, dat zijn wij”, zo vertelt een werkgever in Basel. Zo kijken ze ook naar de overheidsfinanciën. “Het is ons geld”, vertrouwt iemand in Zürich ons toe. “We geven het alleen af als we ervan overtuigd zijn dat er goede dingen mee gebeuren.” Het beeld dat ze schetsen, is dat van de Zwitserse overheid als zuinige, goede beheerder.
De Basler Zeitung doet ons heel even twijfelen aan dat ideaalbeeld. De krant uit het noordwesten van het land die politiek een behoorlijke invloed heeft, opent tijdens ons bezoek met een zorgwekkend bericht: ‘Riesenloch klafft im Budget’. Een huizengroot tekort gaapt plots in het budget van het kanton Basel! Pas als we verder lezen, zien we de relativiteit ervan in: het gaat om een tekort van 118 miljoen Zwitserse frank (80 miljoen euro) voor 2010 op een totaal budget van 2,5 miljard (1,7 miljard euro).
consensus
Er is, merken we, ook grote eensgezindheid onder de Zwitsers wat de aanpak van de financiële en economische crisis betreft. Ze hebben eind 2009 vrij snel de situatie van hun banken (UBS, Crédit Suisse) gestabiliseerd en een investeringsplan uitgewerkt voor de bouwsector, de verkeersinfrastructuur en de energie. Niet bepaald spectaculaire dingen, dus. Dat was ook niet nodig, zeggen onze gesprekspartners herhaaldelijk. “Het langetermijnbeleid en de ‘automatische stabilisatoren’ hebben hun werk gedaan.” Met die ‘stabilisatoren’ bedoelen ze vooral twee dingen. In de eerste plaats is er de Kurzarbeit, het systeem van tijdelijke werkloosheid die het mogelijk maakt mensen in een 4/5-regime te laten werken. De vijfde dag krijgen ze een uitkering (in principe 80 procent van hun normale loon). En ten tweede is er de werkloosheidsvergoeding. Werknemers kunnen, afhankelijk van hun anciënniteit, bij ontslag tot maximaal drie maanden opzegvergoeding krijgen. (Maar een werkgever haast zich om ons op het hart te drukken dat de rem op ontslag niet het geld is, maar de sociale druk. “Iemand ontslaan, dat doe je in Zwitserland gewoonweg niet zonder een heel goede reden.”) De opzegvergoeding is dan wel laag, maar de werkloosheidsuitkering ligt hoog. Die uitkering is wel beperkt in de tijd: maximum twee jaar.
Consensus is nog zo’n kenmerk van het Zwitserse politieke systeem. Beleidsmaatregelen komen nooit als een verrassing. Elke maatregel die overwogen wordt, wordt afgetoetst met alle mogelijke betrokkenen – en dat aantal durft wel eens oplopen. Pas dan trancheert het politieke niveau. En zelfs dan kan een referendum, dat in Zwitserland altijd bindend is, een beslissing nog omkeren. Politieke besluitvorming verloopt dus traag, maar aan het einde van de rit legt iedereen zich bij de bereikte consensus neer.
Elke belastingverhoging, elke nieuwe uitgave moet doorheen dat ingewikkelde overlegproces. “Geen wonder dat politici hier slechts zelden met gekke voorstellen komen”, zegt een man in Lausanne ons. “Ze weten dat zoiets de toets van het overleg niet zal doorstaan.”
bescheiden
Politicus is in Zwitserland geen topfunctie. Politici staan in dienst van het land, ze hebben een dienende functie. Zwitserse politici zijn bescheiden, ze staan maar uiterst zelden in de schijnwerpers. Zelfs in ons land weten quizleiders dat. Als zij vragen wie de president is van Zwitserland (eigenlijk: van de Zwitserse confederatie), dan krijgen ze maar uiterst zelden het goede antwoord. Overigens, Zwitsers president ben je maar voor een jaar. (Onthoud de tip: in 2010 is het de 43-jarige christendemocratische mevrouw Doris Leuthard.)
Zwitsers hebben blijkbaar vaker dan Vlamingen het idee dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor de gang van zaken in hun land. Ze zijn ook bezorgd om de toestand van de onderneming waarvoor ze werken. “We hebben,” zegt een gesprekspartner in Zurich, “maar enkele reuzenbedrijven: in de farmacie, in de metaalverwerking, in de banksector, in de voeding. Topbedrijven zijn het, marktleiders ook. Maar daarnaast hebben we een resem kleine ondernemingen die met kleine productiereeksen hun klanten van dienst moeten zijn. Dat lukt alleen als je echt goed bent in wat je doet.”
Ze hebben meestal niet de indruk dat Zwitsers echt risicozoekend zijn. “We mijden risico. In die zin zijn we goede, oude Europeanen”, zegt iemand ons. “Zwitsers zijn goed betaald, leven comfortabel, hebben het goed. Dan neem je toch geen risico’s”, zegt een ander. Maar dat betekent niet dat ze niet innovatief zijn. “In de jaren 80 hebben we al eens bewezen dat we het kunnen”, zegt een man uit Basel. “We zijn er toen toch mooi in geslaagd om de uurwerkindustrie heruit te vinden.” En in Bern zegt iemand het plastischer dan we het ooit hebben gehoord: “Je zal een Zwitser nooit horen zeggen ‘we vliegen naar de maan’. Maar als iemand anders zo’n avontuur wil opzetten, dan weten we wel hoe dat moet. Wij nemen geen risico’s, maar we zijn wel creatief.”
Zwitsers zijn uitstekend in hun vakgebied, zo luidt de rotsvaste overtuiging. Toch leveren de Zwitserse universiteiten relatief weinig diploma’s af. Dat heeft alles te maken met het tweeledige schoolsysteem. Er is langs de ene kant een schoolsysteem dat wat op het onze lijkt, met gymnasia die aansluiten op hogescholen. Maar er is langs de andere kant het zeer populaire systeem van ‘Lehrstelle’ (leerbanen of leercontracten). Heel veel jonge Zwitsers maken er gebruik van, vanaf 16 jaar gaan ze deeltijds werken, deeltijds leren. ‘Lehrstellen’ maken deel uit van de Zwitserse cultuur. Ze zorgen voor jonge mensen met concrete beroepscompetenties, klaar voor ondernemingen. “Jonge mensen leren bij ons goed werken”, zegt een werkgever.
Met politici lopen de Zwitsers niet erg hoog op. En met ondernemers? “Dat valt wel mee”, zegt een gesprekspartner in Basel. “En dat heeft alles te maken met de protestantse ethiek die hier nog diep geworteld is, ook al is de meerderheid nu katholiek. Hard werken, lange uren maken, doen wat er maatschappelijk van je verwacht wordt – dat wordt erg gewaardeerd. Ook van ondernemers.” Maar, zo horen we steeds weer vertellen, er is een strikte voorwaarde aan verbonden. Wie succes heeft, moet daar niet te veel mee pochen. Succesvolle managers krijgen applaus, zo lang een breed publiek zich met hen kan vereenzelvigen. Peter Brabeck, de topman van Nestlé, rijdt in een lederen pak op zijn Harley het land rond. De meeste Zwitsers vinden hem “iemand van ons”. Dat is veel minder het geval met Daniel Vasella (Novartis), want die laat zich in beeld brengen op de achterbank van zijn wagen, terwijl hij door zijn chauffeur gebracht wordt. Niet te erg uit de band springen… ook dat is een element van de consensus in Zwitserland.
ja
En hoe het afliep met het referendum uit de inleiding van dit verhaal? De inzet was de verhoging van de BTW met een procent voor een periode van zeven jaar. De opbrengst daarvan moest dienen voor de financiering van de invaliditeitspensioenen. We vertelden al hoe moeilijk het in Zwitserland is om de belastingen te verhogen. En toch: het ja-kamp won. Overtuigend, zelfs. Voor een goede zaak willen ze ook in Zwitserland hun hart – en hun portemonnee – wel openen.
“Overheidsgeld is ons geld”
“Zwitsers zijn zorgvuldig”
“Zwitsers zijn in zekere mate innovatief”, zegt Tim Gorlé. “Maar het belangrijkste is dat Zwitsers heel zorgvuldig zijn in de uitvoering.”
Tim Gorlé is een Vlaming die sinds 2005 als senior equity advisor werkt voor UBS in Zürich. Hoe kijkt hij naar de clichés die de ronde doen over Zwitserland?
“Zwitsers zijn zeker heel plichtsbewust. Ik denk dat ze een zekere perfectie nastreven. Ze wegen zorgvuldig risico en rendement tegen elkaar af. Bij te grote onzekerheid kiezen ze voor zekerheid. Ze klagen vaak over politici, maar toch hebben ze meer dan gemiddeld vertrouwen in de overheid. Stabiliteit en directe democratie spelen daarbij een belangrijke rol. Ze zijn misschien niet de nummer één in de innovatie, maar in de uitvoering behoren ze tot de allerbeste.”
Tim Gorlé:“Bij te grote onzekerheid kiezen ze voor zekerheid”
“Een topspeler moet spelen”
“Roger Federer, de tennisspeler uit Basel, wordt in Zwitserland op handen gedragen”, zegt Kris Castelein.
“Waarom? Omdat hij volgens de Zwitsers staat voor alles wat goed is in Zwitserland: topkwaliteit maar geen tafelspringer, consensusgericht, verantwoordelijk. Hij vindt het zijn plicht om te spelen. En dat vinden alle Zwitsers. Een topspeler heeft de verdomde plicht om te spelen.”
Kris Castelein werkt sinds drie jaar in Zwitserland als Vlaams economisch vertegenwoordiger, in opdracht van Flanders Investment & Trade (FIT).
“Burgerzin en consensus zijn twee belangrijke elementen in Zwitserland. Zwitsers koesteren de idee dat ze het algemeen belang ondersteunen. In de vertrouwensbarometer, de enquêtes naar het maatschappelijk respect, scoren politie en gerecht altijd heel hoog. Opvallend is dat heel wat topmanagers buitenlanders zijn. Zwitserland levert te weinig universitairen af, en dat laat zich op dat niveau voelen. Toch zie je, aan de andere kant, ook vaak dat mensen binnen de onderneming van laag naar hoog kunnen groeien.”
Auteur : Karl Collaerts en Erik Durnez
Bron : Vokatribune februari 2010