filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

07sep
09
 Dag Voka-baas, welkom minister

Het zal je maar overkomen. De ene dag nog baas van Voka, de andere dag minister met een portefeuille om u tegen te zeggen. Het overkwam Philippe Muyters.

Philippe Muyters neemt afscheid van Voka

 

De dossiers die hij op zijn ministerbureau krijgt, zijn voor een groot stuk vertrouwde materie. Maar hij staat nu aan de andere kant, de uitvoerende kant.

 

Zes augustus 2009. Philippe Muyters stapt de kantoren van Voka binnen. Niet langer als gedelegeerd bestuurder, maar als de kersverse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport. Nog geen maand geleden kreeg hij hier de onverwachte vraag om minister te worden. Zijn antwoord was – na enkele uren bedenktijd – volmondig ‘ja’.
De minister heeft een kartonnen doos met zich mee gebracht om nog wat achtergebleven spullen op te halen: een fotokader, enkele boeken, een pen, wat schriftjes. Het zijn de laatste tastbare restanten van zijn tijdperk bij Voka en het vroegere Vlaams Economisch Verbond.
Maar hij heeft vandaag nog een andere manier van afscheid nemen gepland. Met veel plezier stond hij een afscheidsinterview toe in Vokatribune, het maandblad waarin hij als Voka-gedelegeerd bestuurder maandelijks zijn vaste plek had.
We zitten tegenover elkaar voor een gesprek. Het lijkt de voortzetting van een goede traditie uit het verleden. Maar de rollen zijn veranderd, de kaarten anders geschud, en de tijd is anders.

 

Op een maand tijd is er veel veranderd in uw leven. Voelt u zich een ander mens?
“Ik hoop dat ik geen ander mens ben of word. Maar het is wel waar dat er op heel korte tijd enorm veel op me is afgekomen. Na enkele dagen had ik al m’n eerste ministerraad, er moesten dossiers voorbereid worden, het kabinet was nog niet samengesteld, er stonden toespraken op het programma, en als minister van Sport mocht ik m’n eerste medailles uitdelen. Het is echt wel immens geweest.”

 

Uw bevoegdheden zijn niet niks. Buiten Sport zijn het stuk voor stuk domeinen waarmee u als Voka-topman heel vertrouwd was. Maar als minister kijkt u er misschien anders tegenaan?
“In mijn vorige job volgde ik zowat alle domeinen van het Vlaams beleid op. In die zin is het nu eenvoudiger en meer gefocust. Het grote verschil is dat ik nu aan de uitvoerende kant sta. Elke beslissing die ik neem, heeft meteen directe gevolgen. Ik noem maar wat: een dossier over leegstand van een fabriekshal. De inspectie vindt dat een bedrijf in de fout is gegaan, het bedrijf betwist dat. Als minister moet je dan beslissen of je het oordeel van de inspectie volgt of niet. Gelukkig heb ik goede mensen ter beschikking die zo’n dossiers grondig voorbereiden.”

 

Ondertussen hebt u als minister al een aantal opgemerkte beleidsdaden gesteld. Bijvoorbeeld het inkrimpen van het aantal verplichte outplacementuren voor 50-plussers. In de pers werd meteen gealludeerd op uw verleden als topman van een belangen-organisatie. Hoe gaat u daarmee om?
“Ik heb dat dossier destijds inderdaad mee voorbereid in de SERV. We hebben toen een consensus bereikt over de kwaliteit van outplacement. Het is een akkoord waar ik helemaal achter stond. Ik vind het dan ook logisch dat ik dat nu honnoreer en uitvoer. En uiteraard zal ik nog wel geconfronteerd worden met mijn verleden, wat ik ook doe. Als ik het advies naast me had neergelegd, stond er wellicht in de krant ‘Muyters geeft Muyters een onvoldoende’, nu stond er ‘Muyters heeft gelijk, vindt Muyters’. Tja. Bij Voka heb ik altijd als Voka gesproken. Nu ben ik lid van een regering en een partij, en er is een regeerakkoord dat ik moet uitvoeren. Dat heeft ook allemaal zijn consequenties.”

 

Ondernemers die in de politiek stappen, zijn vaak teleurgesteld dat alles zo traag gaat. Maar u hebt als Voka-topman altijd heel dicht bij de politiek gestaan. Voor u is die traagheid geen punt?
“Dat is nu eenmaal het spel van de democratie: je moet tot een meerderheid zien te komen om zaken uitgevoerd te krijgen. Maar ik hou daarbij toch het advies van Voka-voorzitter Luc De Bruyckere in het achterhoofd: door de huidige economische crisis moeten we durven onze nek uitsteken. Ik ga dat zeker doen.”

 

U moet nu ook rekening houden met de kiezer. Bent u daarmee bezig?
“Ja en nee. Mijn eerste prioriteit is nu een antwoord te bieden aan de crisis. En de crisis, die voelt iedereen, ook de kiezer. Ik denk dat we een sterke Vlaamse regering hebben, met een goed regeerakkoord. Als Voka zeiden we daarover altijd dat het een vijfgangenmenu is, waarbij de kok misschien niet genoeg ingrediënten heeft om alles te kunnen koken. Welnu, als minister van Begroting kan ik erop toezien dat er zoveel mogelijk ingrediënten zijn. In de eerste plaats betekent dat nu besparen. Dat kan niet anders. Tegen 2011 zouden we tot een begroting in evenwicht moeten komen. Dan is er weer ruimte voor nieuw beleid. Maar zelfs wanneer we moeten besparen, wil ik er toch voor zorgen dat er voldoende ruimte blijft voor investeringen. Want dat geeft onze economie de broodnodige zuurstof. Maar de begroting op orde stellen, dat is nu mijn eerste prioriteit.”

 

Stel we zijn vijf jaar verder. Wat zou u, behalve een begroting op orde, zeker verwezenlijkt willen zien?
“Ik hoop dat alles wat in het regeerakkoord staat, uitgevoerd zal zijn. Zo hoop ik dat ik iets kan doen aan de lange wachttijden die bedrijven moeten doorstaan om aan een vergunning te geraken.”
“Ten tweede hoop ik dat er meer mensen aan het werk zullen zijn. In Vlaanderen hebben we op dat vlak al heel wat vooruitgang geboekt. Ik wil het beleid daarover nog meer verruimen, nog meer mensen activeren, vooral in de groep van 50-plussers.”
“Tot slot wil ik meehelpen aan een efficiëntere overheid. We hebben nu al een belangrijke stap gezet om per kabinet niet meer dan 26 kabinetsmedewerkers aan te nemen. Dat is ruim de helft minder dan wat gangbaar was in de vorige regeerperiode. Als we kunnen aantonen dat we met minder mensen even goed kunnen functioneren, dan zullen we die lijn over de hele overheidswerking kunnen doortrekken. Overigens bekijk ik het graag omgekeerd: ik zal niet het kleinste kabinet ooit hebben, maar het grootste. Want ik ben van plan om de administratie zoveel mogelijk te betrekken bij mijn werking. ”

 

Een laatste vraag: In Vokatribune had u maandelijks een vaste stek. Wilt u als ex-Vokabaas misschien nog een laatste woord richten tot de Vokatribune-lezer?
“Ik wil maar één ding zeggen: ondernemers, bedankt. Jullie zorgen voor het welzijn en de welvaart in Vlaanderen. Geef niet op in tijden van crisis. Werk samen, wees open. Jullie kunnen op mijn steun rekenen.”

 

U ook bedankt voor dit gesprek. En succes!

Auteur : Sandy Panis
Bron : Vokatribune september 2009

terug