filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

03sep
10
 Brussel verdient een bestuur op maat van een wereldstad

Het bestuursmodel van Brussel is niet meer aangepast aan de roeping van Brussel als wereldstad en economische trekpleister. Dat zeggen Karel Lowette en Jan Van Doren van Voka vandaag in een opiniestuk in De Tijd.

 

Het heeft een tijdje geduurd, maar terecht komt de politieke aandacht voor de institutionele toekomst van Brussel vandaag bovendrijven. Niets te vroeg. Inzet van het debat is niet enkel de financiering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, maar het hele Brusselse bestuursmodel. Dat is niet langer aangepast aan de roeping van Brussel als trefpunt van culturen, als wereldstad, als economische trekpleister.

 

Brussel verdient een slagvaardiger bestuursmodel om ten volle zijn rol te kunnen spelen. Daar hebben alle regio’s in dit land baat bij.

 

Herfinanciering

De voorbije dagen was het de “herfinanciering” van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest die alle aandacht kreeg in de preformatiegesprekken en uiteindelijk een struikelblok bleek. Brussel komt 500 miljoen euro te kort om zijn taken naar behoren te vervullen, zo brengen voornamelijk de Franstalige onderhandelaars aan. Twee vragen dringen zich daarbij op. Eén: Waarom 500 miljoen? Twee: Is een extra dotatie het meest aangewezen instrument om Brussel meer slagkracht te geven?


Het bedrag van 500 miljoen euro gaat terug op een studie uit 1999, verricht in opdracht van de Brusselse regering, en geactualiseerd in 2003. De berekening daarvan is nooit voorwerp geweest van een tegensprekelijk debat en de methodiek is betwistbaar. Maar vooral wordt bij deze berekening eenzijdig gefocust op de extra uitgaven van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, maar voorbijgegaan aan de extra inkomsten van Brussel.


Met de huidige Financieringswet incasseert het Brussels Hoofdstedelijk Gewest meer middelen per inwoner dan het gemiddelde van de drie gewesten. Dat komt vooral door de relatief hoge opbrengst van de gewestbelastingen (registratierechten, successierechten, roerende voorheffing, verkeersbelasting…).

 

Solidariteit

Daarnaast kan Brussel genieten van een sterk oplopende federale solidariteitstussenkomst ter compensatie van de zwakke fiscale capaciteit. Daarbij komen dan nog de specifieke federale dotaties die Brussel ontvangt, goed voor circa 300 miljoen euro.


Tegelijk ligt het Brusselse uitgavenniveau een stuk hoger dan het gemiddeld. Volgens een recente studie van de Naamse universiteit zijn de uitgaven voor gewest- en gemeenschapsmateries samen in Brussel zowat 33% hoger dan het gemiddeld van alle gewesten en gemeenschappen samen.

 

Extra lasten

Brussel heeft onmiskenbaar een aantal extra lasten, bv. inzake veiligheid, mobiliteit, opvang van kansarmoede, en ook de vaste kosten die voor een klein gewest zwaar doorwegen. Maar de vraag is in welke mate die gecompenseerd worden door de extra inkomsten en in welke mate er daarom sprake is van een onderfinanciering? Dit moet worden geobjectiveerd.


De “500 miljoen” kan niet de focus zijn van het debat over de bestuurlijke toekomst van Brussel. De inzet is: hoe maken we het Brussels bestuur slagkrachtiger en meer aangepast aan zijn drievoudige functie van grootstad, hoofdstad en internationale economische motor voor de drie gewesten? Dat vergt onder meer een wijziging van de financiering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maar ook aanpassingen in het bestuurlijk model.

 

Nieuw financieringsmodel

Wat de financiering betreft, heeft het Voka-Kenniscentrum een nieuw financieringsmodel uitgewerkt voor de gewesten en gemeenschappen. In dat model worden de dotaties uit de Financieringswet omgezet in een regionale personen- en vennootschapsbelasting. Dat levert een aanzienlijke bonus op voor Brussel, met name omdat het kan delen in de opbrengst van de vennootschapsbelasting.

 

Op die wijze wordt het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ook beter beloond voor zijn economische centrumfunctie, en zal het daardoor ook geprikkeld zijn meer te investeren in de versterking van de hoofdstedelijke economie. Daar varen alle gewesten wel bij. Dergelijk financieringsmodel is veruit te verkiezen boven extra dotaties zonder garanties over de inzet daarvan.

 

Nieuw bestuursmodel

Maar naast een nieuw financieringsmodel is er vooral ook nood aan een nieuw bestuurlijk model. Een eerste prioriteit is een interne bestuurlijke vereenvoudiging, waarbij gemeentelijke bevoegdheden worden overgedragen naar het gewest inzake mobiliteit, infrastructuur, ruimtelijke ordening, veiligheid, fiscaliteit, en naar de gemeenschappen wat onderwijs betreft. Decentraal kunnen er gemeentelijke loketten blijven bestaan voor dienstverlening aan de burgers.

 

Met een centralisatie van beslissingsmacht inzake de stadsinrichting, naar het model van elke wereldstad, zal het Brussels gewest een veel slagkrachtiger beleid kunnen voeren dat wonen en werken in de stad aantrekkelijker maakt.

 

Sterke banden

Daarnaast dienen de bestuurlijke banden tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de andere gewesten, vooral dan het omliggende Vlaanderen, te worden versterkt. Het Brussels gewest vormt sociaaleconomisch een steeds hechter geheel met de brede rand rond Brussel, en bovendien zijn de andere gewesten evenals de gemeenschappen belangrijke “stakeholders” in Brussel als hoofdstad en internationaal centrum. Dat vergt meer samenwerking over de gewestgrenzen heen.

 

Het is in die geest dat de vier interprofessionele werkgeversorganisaties VOKA, BECI, UWE en VBO een economische toekomststrategie voor Brussel en omgeving hebben gelanceerd: Business Route for Metropolitan Brussels.


Bij de totstandkoming van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 1989 werd een samenwerkingsverband tussen het Brussels gewest en de federale overheid gecreëerd, waarbij de federale overheid projecten financiert ter ondersteuning van de hoofdstedelijke en internationale functie, inmiddels gekend als “Beliris”. Ook de andere gewesten en gemeenschappen kunnen betrokken worden in dit samenwerkingsverband, dat aldus een vaste structuur vormt voor overleg en samenwerking.

 

Verder dienen de gemeenschappen hun rol in Brussel te blijven spelen. De investeringen die de Vlaamse gemeenschap de voorbije decennia leverde voor het onderwijs, welzijns- en cultuurvoorzieningen in Brussel zijn aanzienlijk, en niet zonder succes.

 

Auteur : Karel Lowette (voorzitter Voka-Comité Brussel) en Jan Van Doren (adjunct-directeur Voka-Kenniscentrum)
Bron : Opiniestuk De Tijd, 3 september 2010

terug