filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

13okt
09
 Baggergroep DEME wint Leeuw van de Export

“Creating land for the Future”: met deze bedrijfsslogan brengt de Vlaamse baggergroep DEME over de hele wereld zijn projecten tot stand.

Vlaamse ‘land-bouwers’ op zoek naar continuïteit

En dat zijn aardig wat projecten: van een landwinningsproject voor Disneyland Hongkong, over de sanering van de terreinen van de London Olympics 2012, tot windmolens voor de Belgische kust. Meer dan tachtig procent van de activiteiten van Deme zijn exportgericht. “Maar de thuismarkt blijft voor ons levensbelangrijk”, zegt Alain Bernard in een interview met Vokatribune. Hij mocht dit jaar de Leeuw van de Export in ontvangst nemen, een onderscheiding uitgereikt door Flanders Investment and Trade.

Baggergroep DEME werkt in 41 verschillende landen en groepeert 69 verschillende bedrijven. De groep houdt zich in de eerste plaats bezig met baggerwerken, maar daarnaast voert ze nog veel meer waterbouwkundige activiteiten uit: maritieme bouw, diensten voor de olie- en gasindustrie, bodemsanering en de ontginning, verwerking en verkoop van zeezand en zeegrind. Die activiteiten moeten de core business, het baggeren, ondersteunen: “Zo kunnen we onze klanten totaaloplossingen bieden”, zegt topman Alain Bernard. “Wanneer je voor een klant een haven moet baggeren, dan is de kans groot dat die klant ook wil dat je er haventerreinen bijbouwt, of golfbrekers aanlegt. En dan is het onder andere ook een troef te weten hoe je steen ontgint en transporteert vanuit steengroeven. Wij hebben aparte divisies die gespecialiseerd zijn in deze specifieke activiteiten.”


De klanten van DEME zijn veelal grote kleppers, zoals ministeries van openbare werken, transport of milieu, olie- en gasfirma’s, containerrederijen, electriciteitsgroepen, havenautoriteiten of mijnbouwfirma’s. De cijfers die DEME haalt zijn goed. De jongste vijf jaar verdrievoudigde het exportcijfer en de omzet schoot met factor 2,4 omhoog. Ondanks de crisis kon het bedrijf dit jaar zijn orderboek op peil houden. “Zo snel als de vorige jaren groeien we vandaag niet meer, maar we houden wel stand. En voor de toekomst liggen nog vele nieuwe projecten te wachten”, zegt een optimistische Alain Bernard. Wij vroegen hem naar de sleutel van het succes van DEME.

 

De wereld lijkt letterlijk en figuurlijk aan jullie voeten te liggen. Is dat zo?
Alain Bernard, CEO Deme: “Veel mensen gaan daarvan uit. Maar dat is helemaal niet zo. Wij moeten ons telkens opnieuw waarmaken. Ik vergelijk ons graag met Kim Clijsters. Het is niet omdat zij gisteren een Grand Slam won, dat zij dat morgen opnieuw zal kunnen. Wanneer wij voor een grote aanbesteding gaan, dan staan wij net zo goed als onze concurrenten aan de startmeet te wachten op een kans om ons opnieuw waar te maken.”

 

Hoe belangrijk is het voor een bedrijf als DEME om de Leeuw van de Export in ontvangst te mogen nemen?
“Het levert ons niet meteen nieuwe projecten op. Maar ik vind zo’n onderscheiding wel heel belangrijk voor de reputatie van ons bedrijf. We hebben een sterk imago nodig om nieuwe mensen te kunnen aantrekken. Ook aan de mensen die al voor ons werken geeft zo’n onderscheiding extra fierheid. Dat is mooi meegenomen.”

 

Is het dan zo moeilijk voor jullie om nieuwe mensen te vinden. Werken voor DEME met zijn wereldwijde projecten moet toch avontuurlijk in de oren klinken?
“Dat is zo, en het is ook vaak avontuurlijk en exotisch, maar heel veel mensen onderschatten het keiharde werk in uitdagende omstandigheden. Sommigen zien DEME zelfs als een soort reisbureau. Maar niets is minder waar. Iedereen kent onze projecten in Dubai of Singapore. Maar we hebben net zo goed projecten in moeilijkere gebieden zoals in Pakistan, of in het midden van de woestijn in Libië of Saudi Arabië. Dat is keihard werken, in uitdagende omstandigheden. Onze werknemers verblijven ook het grootste deel van de tijd in het buitenland, op wisselende locaties. Ook dat onderschatten velen. Jonge mensen die nog vrij zijn, hebben geen enkel probleem met zo’n bestaan. Maar eens ze de liefde van hun leven ontmoet hebben, en er kinderen op komst zijn, dan wordt dat soms veel minder evident. Vandaar dat voor ons ook die thuismarkt zo belangrijk is.”

 

Hoezo?
“Het is een manier om werknemers een zekere continuïteit te kunnen bieden. Iedereen heeft wel eens periodes in zijn leven wanneer hij liever in zijn thuisland werkt en woont. Wanneer de kinderen nog heel klein zijn, of later wanneer ze gaan studeren. Dankzij onze projecten in België en in Europa kunnen wij onze mensen de kans geven om bepaalde periodes een wat stabieler bestaan te leiden, dichter bij huis. Flexibiliteit in beide richtingen dus, en dat wordt geapprecieerd door onze mensen.”

 

Is er genoeg werk voor jullie in België?
“Er is heel veel werk. Ik denk aan de onderhoudsbaggerwerken aan de kust of de verdieping van de Schelde bijvoorbeeld, de windmolenparken op zee, of de vele bodemsaneringsprojecten. We hebben samen met een aantal partners bij de Vlaamse regering ook projecten ingediend, die opgenomen staan in het Project Vlaamse Baaien 2100: de uitbreiding van de havens van Oostende en Zeebrugge, de bescherming van onze kustlijn, de winning van blauwe energie via de kracht van getijden, stromingen en golven. Voor dat laatste heeft Vlaanderen en België het potentieel in zich om een volledig nieuwe industrie uit te bouwen.”
“Een ander groot project dat op stapel staat is de Oosterweelverbinding met een afgezonken tunnel. Dat project zal heel wat arbeidsplaatsen opleveren.

 

Wat als dat project niet doorgaat?
“Dan betekent dat in de eerste plaats een verlies van duizenden extra jobs als het ganse project niet zou doorgaan.”

 

Hoe halen jullie grote internationale projecten binnen?
“Dat gebeurt in synergie met de werken die we in België  en Europa uitvoeren. Wat weinig mensen bijvoorbeeld weten, is dat België in Wallonië een rotsachtige ondergrond heeft en daar dan ook een aantal specialisten huisvest zoals de Universiteit van Luik en studiebureaus zoals G-Tec. Een van onze grote projecten in eigen land was de uitdieping van de Maas. We hebben daarvoor een firma opgericht die gespecialiseerd is in rotsspringen en -boren. Door de jaren heen hebben we die specialisatie steeds verder verfijnd en uitgebreid. Wereldwijd worden onze werken op dat vlak ondertussen gezien als ‘the state of the art’. Dat geeft ons een enorm competitief voordeel ten opzichte van de Nederlanders bijvoorbeeld, die helemaal geen rotsbodem hebben. Dankzij onze sterke reputatie en ons innovatief vermogen konden we bijvoorbeeld recent een groot project in Panama binnenhalen, waar we deze rotstechnieken kunnen toepassen.”

 

Voelen jullie de crisis heel erg?
“De huidige crisis is zo globaal dat niemand er aan kan ontsnappen, ook wij niet. Enkele van onze projecten hebben we helemaal stil moet leggen, in Dubai bijvoorbeeld. Maar we slagen erin onze vooraanstaande positie goed te consolideren. De laatste drie jaar zijn we enorm gegroeid. Die groeicurve is nu afgeplat. Maar we gaan er ook niet op achteruit.”

 

Hoe kijken jullie naar de toekomst?
“De crisis geeft momenteel in het algemeen wat onzekerheid. Maar op langere termijn ben ik optimistisch. Er is nog zoveel werk te doen: het veilig stellen van de kustlijn, de havenontwikkeling, op een ‘groene’ manier inspelen op de energiebehoeften, enz. Ook in het buitenland: China en India bijvoorbeeld blijven groeien. Ik vertrouw erop dat wij daar in de toekomst nog heel wat grote projecten zullen kunnen uitvoeren.

 

Zijn Vlaanderen en België een goede uitvalsbasis voor een bedrijf als DEME?
“Het omgevingskader waarbinnen je als onderneming moet werken is enorm belangrijk voor je competitiviteit. Wanneer dat niet goed is, dan moet er kort op de bal gespeeld worden en moet het kader aangepast worden. In Vlaanderen voelen we ons in een aantal zaken sterk gesteund. Tot nu toe werd er vrij veel geld geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. DEME heeft bijvoorbeeld al heel wat onderzoeksprojecten kunnen uitvoeren met de steun van het IWT. We hebben in Vlaanderen ook een vooruitstrevend en haalbaar bodemsaneringdecreet, wat voor ons heel belangrijk is.”
“Een voorbeeld waarbij het Belgisch gegeven ons tijdelijk een handicap bezorgde, en onze resultaten aldus meteen beïnvloedde, is het volgende: een aantal jaren geleden heeft de EU een richtlijn uitgeschreven waardoor er een lastenvermindering kon toegepast worden op de lonen voor het varend personeel. Doel van die maatregel was om de Europese reders  toe te laten op te boksen tegen de zware concurrentie vanuit de lageloonlanden. Maar in België heeft men er enorm lang over gedaan om die richtlijn om te zetten in Belgische wetgeving. Dat gebeurde uiteindelijk jaren later dan in Nederland. Dat hebben we gevoeld. Op een bepaald moment hebben we zelfs op het punt gestaan om een andere vestigingsplaats te zoeken.”
“Een ander voorbeeld van hoe het wel eens spaak kan lopen, is de vergunningproblematiek. Wij hebben zeven jaar moeten wachten op een vergunning voor de bouw van een windmolenpark in zee. Ook hier zijn intussen de nodige maatregelen genomen om het kader te verbeteren.”

 

Hebt u nog tips voor jonge ambitieuze ondernemers die naar het buitenland lonken?
“Jazeker: kom bij DEME werken. De projecten die wij aanpakken zijn dermate  uitdagend dat ze enkel uitgevoerd kunnen worden door echte ondernemers, door mensen die meedenken, vooruitdenken, creatief zijn en initiatief durven nemen. Wanneer wij een ploeg naar het buitenland sturen, dan moet dat team er voor zorgen dat de nodige vergunningen aangevraagd worden, dat er voldoende personeel is, dat er locale partnerschappen opgestart worden, dat het werk tijdig klaar is en dat het financieel plaatje klopt. Wij zijn voortdurend op zoek naar dynamische mensen die zo’n grote projecten en uitdagingen aankunnen. ” 

Auteur : Sandy Panis
Bron : Vokatribune oktober 2009

terug