filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

31mrt
10
 AVANTI: Leren (en) werken met autisme

Wie een autismespectrumstoornis (ASS) heeft, krijgt op het werk te maken met extra uitdagingen. Met het AVANTI-project werkten Vlaanderen, Nederland en Portugal modellen uit die mensen met ASS aan werk moeten helpen.

 

Onderwijs en werk zijn in de huidige maatschappij belangrijke sleutels tot sociale inclusie. Voor personen met een autismespectrumstoornis (ASS) is dat niet anders. Zij ondervinden omwille van hun problematiek tal van moeilijkheden op het vlak van onderwijs en tewerkstelling.

 

Vaak houdt men daar nog onvoldoende rekening mee waardoor mensen met autisme uit de boot vallen. Het AVANTI-project wil bijdragen tot de inclusie van personen met ASS. Verschillende organisaties uit Vlaanderen, Nederland en Portugal zetten hun schouders onder het project. Ze ontwikkelden samen een levensloopmodel om de kansen op levenslang leren en werken voor personen met autisme te maximaliseren. De theorie werd aan de hand van 3 pilootprojecten toegepast in de praktijk.

 

Over AVANTI

AVANTI is het resultaat van een Europese samenwerking in het kader van het Levenslang Leren Programma. Dat Leonardo Da Vinci-project werd mogelijk met de steun van de Europese Commissie. Volgende organisaties werkten samen: GOB De Ploeg vzw (BE) (promotor), het Dr. Leo Kannerhuis (NL), het Verbond Voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (BE), het APPACDM de Marinha Grande (PT) en de Strategische Projectenorganisatie Kempen (BE).

 

De idee voor het AVANTI-project is gegroeid vanuit een vorige samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland. In het kader van een EQUAL-project (2005-2007) zijn nationaal verschillende modellen uitgewerkt met bijhorende methodiek en instrumenten. Die focussen zich op een specifiek onderdeel aangaande onderwijs of werk. Een methodiek die inzoomde op de overstap van onderwijs naar werk ontbrak echter. Het doel van het AVANTI-project was dan ook een methodiek uit te werken om personen met ASS beter te kunnen begeleiden bij die overstap.

 

Levensloop en transitiemomenten

De levensloop omvat verschillende transities of overgangsmomenten: de eerste keer naar het basisonderwijs, de start in het middelbaar onderwijs, het veranderen van studierichting, het aanvatten van hogere studies of de intrede in de arbeidsmarkt. Ook binnen een arbeidsloopbaan zijn kleine en grote overgangsmomenten frequent aan de orde. Zo kan er sprake zijn van verandering of uitbreiding in taken, organisatorische veranderingen op de werkplek, verandering van baan, functie of collega’s.

 

Voor personen met ASS verlopen zo'n transities dikwijls gecompliceerder dan voor personen zonder autisme. Autisme brengt al op jonge leeftijd problemen met zich mee. Die zijn vaak niet opgelost wanneer een nieuwe fase zich aandient. Daardoor stapelen de problemen zich op. Perspectief denken en vroegtijdig actie ondernemen zijn daarom van groot belang in de begeleiding van personen met ASS.

 

Onderwijs en werk

Het AVANTI-project richt zich specifiek tot onderwijs en werk. Personen met ASS ondervinden dagelijks tal van problemen op school of op de werkvloer. Zo wordt van een leerling verwacht dat hij of zij taken zelfstandig kan plannen en organiseren maar voor iemand met autisme is dat problematisch

 

Daarnaast ondervinden mensen met autisme problemen om hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden en verliezen ze zich vaak in details. Op de werkvloer verlopen de informele contacten met collega’s moeilijk. Ook het invullen van zogenoemde lege momenten zoals de koffiepauze of de lunch kan problemen geven. Ze ervaren moeilijkheden met de planning en uitvoering van de taken of er is verwarring door plotselinge veranderingen op de werkvloer of in het takenpakket.

 

De overstap van onderwijs naar werk zorgt bij heel wat personen met autisme voor problemen. Het behalen van een diploma biedt onvoldoende garantie voor het slagen op de arbeidsmarkt. Ook nadat werknemers met ASS een baan hebben verkregen is het van belang om hen te blijven volgen en te begeleiden. De verschillende partners van het AVANTI-project ontwikkelden samen een levensloopmodel vanuit een proactieve en integrale ondersteuningsvisie. Het model veronderstelt dat transities of overgangmomenten in de levensloop voldoende moeten worden voorbereid. Vooral bij mensen met ASS kan dit immers zeer bepalend zijn voor het al dan niet slagen van een onderwijs- of arbeidstraject.

 

Bart op zoek naar werk

Dat blijkt uit het verhaal van Bart. Hij is sinds kort afgestudeerd als informaticus, maar hij slaagt er ondanks zijn capaciteiten niet in om een baan te behouden. Op de werkvloer worden andere verwachtingen gesteld dan tijdens de opleiding. De interactie met zijn collega’s en leidinggevende verloopt stroef. Bart moet zelf zijn afspraken inplannen en de contacten met klanten onderhouden, maar dat lukt hem niet. Hij weet niet goed wat er precies van hem wordt verwacht en dat maakt hem onzeker. Hij begint te twijfelen aan zichzelf en geeft de hoop op om een geschikte baan te vinden.

 

Indien Bart tijdig de nodige begeleiding had gekregen, bijvoorbeeld door een buddy op de werkvloer, had men die problemen kunnen voorkomen. Bart is niet de enige persoon met ASS die uit de arbeidsmarkt valt. Gelukkig zijn er ook voorbeelden waarbij het wel lukt.


Pilootprojecten

In Vlaanderen, Nederland en Portugal werd een pilootproject gestart om de theorie van het levensloopmodel te vertalen naar de praktijk. De methodiek en context waren zeer verschillend. In Nederland en Portugal gebruikte men de methode van het Cliëntcompetentieprofiel. In Vlaanderen koos men voor de methode van het Functioneel Assessment.

 

Bij het Nederlandse pilootproject lag de focus op normaalbegaafde leerlingen met autisme die een keuze moesten maken naar opleiding of werk. In Vlaanderen richtte men zich tot leerlingen met een lichte tot matige mentale handicap en autisme. De leerlingen die aan het pilootproject deelnamen moesten voor de eerste keer op stage. De Portugese organisatie ging na of de visie van het levensloopmodel van toepassing is op personen met kenmerken van autisme en een lager dan gemiddelde intelligentie. De organisatie concentreerde zich op personen die begeleid werden naar werk.

 

Besluit

Hoewel de settings waarin het levensloopmodel werd toegepast zeer verschillend waren, zijn de conclusies van de 3 pilootprojecten opvallend gelijklopend. In de 3 projecten stond de cliënt centraal en werd het netwerk betrokken. De cliënten kregen meer inzicht in hun eigen functioneren. Ze hadden een beter zicht op hun sterktes en konden zo hun werkpunten beter aanvaarden. Ze voelden zich ook beter voorbereid op de stage.


De ouders waren enthousiast over de samenwerking met de school of trainingscentrum. Ze kregen een objectief beeld van de mogelijkheden en beperkingen van hun kinderen.

 

De professionals vonden dat de visie op het levensloopmodel en de toegepaste methodieken een meerwaarde boden bij de begeleiding van cliënten met autisme. De methodieken geven immers een objectief beeld van de sterktes en zwaktes van de cliënt. Daarnaast ervoeren de professionals de samenwerking met de ouders als een verrijking. Er kon op een constructieve manier samengewerkt worden terwijl voorheen de contacten met de ouders gebeurden naar aanleiding van zaken die moeilijk lopen.

Nieuwe kijk

De 3 pilootprojecten zorgden in elk van de deelnemende organisatie voor een nieuwe kijk op de begeleiding van cliënten met autisme. In Nederland bleek het onderwijsaanbod van de deelnemende school ontoereikend voor deze doelgroep. Men is er ondertussen begonnen met de uitwerking van nieuwe leerroutes. Ook in de school van het Vlaamse pilootproject pakt men de begeleiding van leerlingen met ASS nu anders aan. Men houdt meer rekening met de sterktes en zwaktes van de leerling en biedt ondersteuning waar nodig, niet omdat men veronderstelt dat de leerling begeleiding nodig zou kunnen hebben. Daarin schuilt immers een valkuil van te veel begeleiding aan te bieden.

Gezien het dynamische aspect van levensloopbegeleiding is het aangewezen om de methodieken al vroeg in de schoolloopbaan te introduceren. Het profiel van de leerling kan op die manier steeds verfijnd of bijgestuurd worden. Het AVANTI-project wil daarin een aanzet geven tot overleg en samenwerking. Er is echter verder onderzoek nodig om na te gaan of de ontwikkelde methodiek bijdraagt aan een beter opleidingsverloop en arbeidsperspectief van de cliënt.

 

Naar aanleiding van het project is ook een “train the trainer”-module uitgewerkt waarbij professionelen kunnen getraind worden in de gebruikte methodieken. Er werd eveneens een boek uitgegeven Levensloopmodel: werken met autisme van Kristien Smet en Suzanne van Driel. De visie op levensloopbegeleiding en de pilootprojecten komen daarin uitgebreid aan bod.

 

Voor meer informatie over het AVANTI-project kan u contact opnemen met dhr. Alain Rigaux, stafmedewerker van GOB de Ploeg vzw.


Ook het boek is verkrijgbaar op onderstaand e-mailadres (14,60€ + verzendingskosten)

Alain.rigaux@deploeg.be

 

Bron : talent@voka 16 - maart 2010

terug