Steenbakkerij Vandersanden laa(d)t haar bakstenen met bestemming West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk voortaan bij voorkeur te water. Het doel is jaarlijks zo’n 35.000 ton van de weg te halen.
Vandersanden wordt in de omschakeling van de logistieke keten bijgestaan door een transportdeskundige van Voka. Vandersanden is één case. Andere dossiers volgen spoedig.
Voka begeleidt omschakeling naar watervervoer
Voka, de waterwegbeheerders Waterwegen en Zeekanaal nv in Willebroek en de nv Scheepvaart besloten in het najaar 2005 samen te gaan werken om ondernemingen beter vertrouwd te maken met transport over water. Sinds midden dit jaar begeleiden drie transportdeskundigen ondernemingen die goederentransport over water overwegen. Deze ingenieurs zijn zelfstandige consultants met veel praktijkervaring, die zich onafhankelijk opstellen. Voor de ondernemingen is de ondersteuning gratis. Het Albertkanaal en de Kempense kanalen, die onder de hoede vallen van de nv Scheepvaart, worden bewerkt door Filip Verbeke. De waterwegen in Oost- en West-Vlaanderen zijn het werkterrein van Carl Verhamme. Johan Nietvelt neemt Vlaams-Brabant en een deel van Antwerpen voor zijn rekening. Vlaams minister Peeters stelt hiervoor het budget ter beschikking.
Het project van Vandersanden is bij de eerste die uitgerold worden. Andere zitten in de pijplijn. Vandersanden heeft vestigingen in Lanklaar en Spouwen-Bilzen. In de winterperiode wordt een stock opgeslagen in Lanklaar, langs de Zuid-Willemsvaart. De bakstenen worden er met de vrachtwagen afgehaald. Ook klanten uit Noord-Frankrijk en West- en Oost-Vlaanderen en Henegouwen doen dat.
Een gedeelte van de bakstenen voor verre klanten zal vanaf het voorjaar 2007 met een binnenschip naar Menen gebracht worden. William Roox van Vandersanden wil zo een ‘steentje’ bijdragen tot de oplossing van het mobiliteitsvraagstuk. “Een handelaar in bouwmaterialen in Menen bood ons aan een voorraad aan te leggen op zijn terrein, dat aan de Leie ligt. Onze klant wordt nu van veel nabijer bediend en kan files vermijden. We bieden dit aan als extra service. Wie tientallen keren in de file staat, zou wel eens een andere leverancier kunnen kiezen. Dat willen we vermijden. De kleine meerkost weegt niet op tegen het gebruiksgemak voor de klant. Een volgende stap is om synergie te zoeken bij andere bouwondernemingen langs het water en samen transporten op te zetten.”
Begeleiding in praktijk
Niet elk bedrijf ligt aan het water. Vervoer per schip is onbekend terrein waarvoor men terugschrikt. Ofwel wordt het gewoon niet onderzocht. Dat werk nemen de transportdeskundigen over. Ze lichten de logistieke keten door en onderzoeken welke combinatie van vrachtwagen, spoor en binnenvaart het meest aangewezen is. Elk adviesproject start met het in kaart brengen van de in- en uitstroom van goederen van een bedrijf. Johan Nietvelt: “Op basis van onze marktkennis kunnen we daaruit afleiden voor welke goederenstroom de binnenvaart of het spoor interessant is. Factoren die dit beïnvloeden, kunnen zeer uiteenlopend zijn, bijvoorbeeld de aard van het product, stockagefaciliteiten, leveringsvoorwaarden, leveringsfrequenties, verpakking, traject tussen oorsprong en bestemming, en vele andere, … Elke goederenstroom vraagt een individuele benadering.” Filip Verbeke vult aan: “Combineren is de toekomst. Investeren in overslagfaciliteiten kan soms voor vijf bedrijven wel rendabel zijn, waar dat voor één enkel bedrijf niet zo is. Marktkennis geeft ons aan wat de kosten zijn, welke bedrijven in de buurt zitten en wat de transportmogelijkheden zijn via water, weg of spoor.”
Nietvelt: “In een tweede fase begeleiden we de bedrijven ook effectief bij de implementatie. We werken binnen de praktijk van de onderneming. We zetten een intern projectteam op en gaan daar actief mee in werken, tot en met de data-analyses, businessmodelcalculaties en het uitdenken en uitwerken van overslagfaciliteiten. Indien nodig zetten we ook procedures voor stockbeheer op. We stoppen niet bij het afleveren van een theoretische studie. We gaan door tot het eerste schip is geladen.”
Heel het werk kan weken, zelfs maanden in beslag nemen. De duur wordt beïnvloed door de complexiteit van de logistieke keten, het vereiste veranderingsmanagement, de impact van het transportgedeelte en tal van andere parameters. Filip Verbeke: “Dikwijls moet er veel meer veranderen dan alleen maar de transportmodus. Bovendien is het beslissingsproces in verband met veranderingen dikwijls traag, wat menselijk is. Het is ook belangrijk dat iedereen erachter staat.” Johan Nietvelt vult aan: “Grote spelers organiseren zelf hun multimodaal vervoer. Wij focussen ons op de bedrijven net onder de hele grote - ondernemingen die langs een waterweg gevestigd zijn of niet zo ver daar vandaan. In de meeste gevallen heeft zo’n onderneming geen transportspecialist in huis, laat staan een multimodale specialist. Er wordt samengewerkt met transporteurs, vaak jarenlange relaties. De combinatie maken - overstappen naar multimodaal transport - is dan geen natuurlijke reflex. Bovendien is het een grijze, versnipperde markt die elke dag wijzigt. Wij begeleiden de verladers op deze grijze markt.”
Kritische grens oversteken
De grootste hindernis is het hogere totale prijskaartje. Imago is belangrijk voor verladers, maar de prijs blijft doorslaggevend. Verbeke: “De meerprijs kan opgevangen worden in het commerciële verhaal, door bijvoorbeeld in te spelen op gebruiksgemak voor de klant, een nabijere dienstverlening. Ook door goederenstromen te combineren kan je extra kosten opvangen. Uiteraard gaan wij de bedrijven in de buurt contacteren om te zien of er opportuniteiten zijn. Een voorbeeld daarvan is de kaaimuur van Vandenbosch (Ter Straten Oelegem), waar we nu de verschillende bedrijventerreinen uit de buurt collectief gaan benaderen. Deze week had ik ook een ontbijtsessie voor de Ondernemersclub Groot Beringen.”
Nietvelt: “Eens we een dikke stroom op het water krijgen, zullen er automatisch andere verladers op inpikken, die goederen de andere richting op willen sturen of die halverwege het traject willen aansluiten. Op dit moment zijn de grote hoeveelheden nog het interessantst, maar we zitten op een scharniermoment: bundeling van stromen gaat toelaten kleinere hoeveelheden kostenefficiënt mee te nemen, de frequentie van afhalen en leveren te verhogen en de stock onderweg te verlagen. Allemaal zaken die logistiekers en bedrijfsleiders graag horen. Iedereen zit te wachten op dat momentum.”
Voka-adviseur Bart van Camp geeft het ruimere kader aan: “De havens als voorposten in combinatie met een hinterland als multimodaal uitgerust distributieplatform zijn een troef voor Vlaanderen. De vraag naar goederenvervoer zal blijven toenemen. De uitwisseling weg-water-spoor verdient dus bijzondere aandacht. In datzelfde kader heeft Voka onlangs ook een overeenkomst afgesloten met B-cargo om bedrijven beter bekend te maken met het spoor. Wegvervoer, binnenvaart en spoor zijn geen concurrenten. Het is een verhaal van en-en, van combinaties tussen verschillende transportwijzen.”