filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

10jun
10
 Vrijstellingen bouwvergunningsplicht op komst

De Vlaamse regering wil de industrie vrijstellen van de plicht om een stedenbouwkundige vergunning te verkrijgen voor de plaatsing van installaties, onder voorwaarden. We stellen de veranderingen aan u voor.

 

De Vlaamse regering keurde op 2 april 2010 de volgende besluiten voorlopig goed:

• Ontwerpbesluit van de Vlaamse regering tot bepaling van handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is

• Ontwerpbesluit van de Vlaamse regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening


De teksten worden voor advies voorgelegd aan adviesinstanties en de Raad van State en kunnen daarom nog veranderen. De voorlopige teksten vindt u hier.

Wat vindt Voka?

Inhoudelijk staat Voka achter de benadering van de de Vlaamse regering. Specifiek m.b.t. de vergunningsplicht stond in Voka's verkiezingsmemorandum het volgende:

"Een uitbreiding van de meldingsplicht in het kader van de VLAREM-regelgeving kan het aantal milieuvergunningsdossiers gevoelig verminderen. Daarnaast kan er in het kader van het decreet ruimtelijke ordening naar gestreefd worden om het aantal niet vergunningsplichtige activiteiten te doen toenemen. Wanneer beide processen op elkaar worden afgestemd kan het aantal activiteiten waarvoor slechts 1 vergunning noodzakelijk is gemaximaliseerd worden."

 

De nieuwe ontwerpbesluiten gaan verder op dat spoor. Concreet wordt voor de industrie de volgende vrijstelling voorzien in het ontwerpbesluit:


Hoofdstuk 4. Industrie
Art. 4.1. Een stedenbouwkundige vergunning is niet nodig voor de plaatsing, in industriegebied in de ruime zin, van installaties en constructies niet zijnde gebouwen, mits aan al volgende voorwaarden voldaan is:
1° ze staan in functie van de industriële of ambachtelijke bedrijvigheid;
2° ze gaan niet gepaard met een ontbossing;
3° ze worden opgericht binnen een straal van 30 meter van een hoofdzakelijk vergund of vergund geacht hoofdgebouw;
4° ze zijn gelegen op minstens 3 meter van de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen;
5° ze zijn niet hoger dan 10 meter;
6° ze zijn niet gelegen voor de rooilijn;
7° voor de inrichting met inbegrip van de installaties of constructies is een milieuvergunning klasse I of II verleend.

 

Art. 4.2. De vrijstelling, vermeld in artikel 4.1, geldt enkel voor zover deze handelingen voldoen aan volgende voorwaarden:
1° de handelingen zijn niet strijdig met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg of verkavelingsvergunningen of met de uitdrukkelijke voorwaarden van stedenbouwkundige vergunningen;
2° de handelingen zijn niet gesitueerd in een oeverzone, afgebakend in een bekkenbeheersplan of deelbekkenbeheersplan, noch in de 5 meter brede strook, te rekenen vanaf de bovenste rand van het talud van ingedeelde onbevaarbare en bevaarbare waterlopen.

 

Bij de oprichting van gebouwen wordt de vergunningsplicht in bepaalde gevallen vervangen door een meldingsplicht:


Art. 5. Voor het oprichten of uitbreiden van gebouwen, gelegen in industriegebied in de ruime zin, wordt de vergunningsplicht vervangen door een verplichte melding, als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
1° de gebouwen staan in functie van de industriële of ambachtelijke bedrijvigheid;
2° de werken gaan niet gepaard met een ontbossing;
3° de hoogte van de gebouwen wordt beperkt tot de afstand tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen;
4° de afstand tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen bedraagt minstens 3 meter;
5° de gebouwen zijn niet hoger dan 10 meter;
6° voor de inrichting is een milieuvergunning klasse I of II verleend, en de gebouwen zijn in het aanvraagdossier van de milieuvergunning vermeld.

 

Auteur : Karel Vervoort, Voka-Kenniscentrum
Bron : miro@voka 7 - juni 2010

terug