Nieuws
Het decreet van het Vlaamse Gewest van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid is op 1 september 2009 in werking getreden. De voornaamste doelstellingen zijn de bevordering van ‘het betaalbaar wonen’ en ‘het wonen in eigen streek’.
Op 16 november 2009 hebben 36 ondernemingen uit de Vlaamse bouw- en vastgoedsector, met coördinerende steun van Voka, bij het Grondwettelijk Hof een procedure opgestart tot vernietiging van het decreet. Dit beroep is gesteund op verschillende middelen die zowel aan het Belgische als het Europese recht worden ontleend.
Het Grondwettelijk Hof heeft op 6 april 2011 een (omvangrijk) tussenarrest gewezen in deze zaak.
In dit arrest heeft het Grondwettelijk Hof op de eerste plaats een aantal bijkomende middelen van de verzoekende partijen afgewezen. Het betreft onder andere middelen die betrekking hebben op de verlaging van het BTW-tarief en het toepassingsgebied van de overgangsregeling. Het Hof heeft die middelen afgewezen op grond van een zeer summiere motivering.
Over de voornaamste middelen, zoals de middelen die betrekking hebben op discriminerende karakter van het decreet grond- en pandenbeleid en de onrechtmatige beperking van het eigendomsrecht van private bouwheren of verkavelaars, doet het Grondwettelijk Hof in het tussenarrest voorlopig geen uitspraak.
Het Grondwettelijk Hof wil hierover immers eerst het Hof van Justitie van de Europese Unie raadplegen in het kader van een procedure van prejudiciële vraagstelling. Aldus heeft het Grondwettelijk Hof, alvorens uitspraak ten gronde te doen, twaalf prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie. Deze vragen hebben betrekking op de verenigbaarheid van het decreet met de verdragsrechtelijke vrijheden, de dienstenrichtlijn, de staatssteunregels en de regelgeving inzake overheidsopdrachten.
Cruciaal element bij de beantwoording van deze prejudiciële vragen zal erin bestaan dat het Hof van Justitie zal nagaan of de diverse maatregelen ter bevordering van ‘het betaalbaar wonen’ en ‘het wonen in eigen streek’ noodzakelijk en proportioneel zijn ter realisatie van de nagestreefde doelstellingen van algemeen belang.
De procedure voor het Hof van Justitie zal vermoedelijk 17 tot 24 maanden in beslag nemen. Eerst worden de partijen, lidstaten en Europese instellingen uitgenodigd om opmerkingen in te dienen. Nadien wordt de zaak gepleit. Een arrest zal wellicht pas einde 2012 of begin 2013 worden uitgesproken.
Auteur : Karel Vervoort
terug