Nieuws
Het Vlaams parlement bespreekt een voorstel om de Codex Ruimtelijke Ordening aan te passen. Het gaat vooral om technische correcties. Maar sommige voorstellen maken de vastgoedsector bezorgd.
In het Vlaams parlement wordt momenteel een
voorstel van decreet besproken ter aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening en het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed.
Doelstelling van dit voorstel van decreet is om in de eerste plaats een aantal technische correcties door te voeren. Toch bevat het voorstel ook enkele artikels die duidelijk verder gaan en bv. in de vastgoedsector voor beroering zorgen. Zo wordt de termijn voor de uitoefening van voorkooprechten verlengd tot maximaal 15 jaar, waar dit voorheen acht of zelfs vijf jaar was. Deze aanpassing impliceert mogelijk zeven bijkomende jaren van relatieve onzekerheid, iets waar de vastgoedsector uiteraard niet op zit te wachten.
Eveneens wordt de mogelijkheid van sociale woonorganisaties om woonuitbreidingsgebieden versneld aan te snijden zonder beroep te moeten doen op de procedure van het principieel akkoord, verruimd naar woonreservegebieden. Tevens worden de criteria voor versnelde aansnijding licht aangepast. In het verleden reageerde Voka reeds op deze ongelijkheid tussen publieke en private spelers. Het is dan ook verontrustend dat de decreetgever ervoor kiest om deze piste verder te blijven bewandelen en zelfs uit te breiden.
Het voorstel bevat echter ook verschillende positieve bijstellingen. Een voor het bedrijfsleven relevante aanpassing is deze geïntroduceerd in artikel 13. Momenteel is het zo dat een planologisch attest komt te vervallen indien binnen het jaar na het attest geen vergunningsaanvraag werd ingediend. Niet elk planologisch attest biedt echter een grond voor de afgifte van een ‘anticipatieve’ vergunning met toepassing van artikel 4.4.26, §2, VCRO.
Zo zijn er attesten waarin de zogenaamde kortetermijnbehoeften niet gunstig worden beoordeeld, en waarin van alle aanspraken van het bedrijf gesteld wordt dat ze onderzocht moeten worden bij het plani¬nitiatief ten behoeve van de langetermijnbehoeften. Om te vermijden dat men bij een dergelijk attest argumenteert dat dat na één jaar vervalt en er dus geen verplichting zou zijn tot planopmaak, wordt de betrokken clausule verdui¬delijkt en de toepassing ervan toegespitst op attesten die wel degelijk grondslag bieden voor anticipatie in het vergunningenbeleid.
Verder bevat het voorstel nog een aantal meer juridische wijzigingen. Zo is er geen decretale bekrachtiging meer nodig voor regeringsbesluiten die formele onwettigheden rechtzetten, wordt er voorzien in een decretale indekking van procedurefouten begaan door adviescommissies, en wordt een decretale validatie van onwettige BPA’s of RUP’s geïntroduceerd.
Auteur : Karel Vervoort, Voka-Kenniscentrum
Bron : miro@voka 6 - april 2010
terug