Op 23 december 2011 keurde de Vlaamse regering 2 conceptnota’s goed die voortvloeien uit de startnota van voorbije zomer inzake de invoering van een unieke omgevingsvergunning.
De eerste conceptnota heeft betrekking op de invoering van de omgevingsvergunning. De tweede conceptnota gaat over de invoering van de permanente milieuvergunning (lees meer).
Hieronder wordt de conceptnota tot invoering van de Omgevingsvergunning toegelicht die een kader schept waarbinnen de integratie van de bouw- en milieuvergunning kan worden bereikt en waarmee de adviesverlening en beslissingsbevoegdheid verder gestroomlijnd wordt. Daarmee komt de Vlaamse regering tegemoet aan de vraag van Voka om vergunningsprocedures sneller, probleemoplossend (met maximaal gebruik van dwingende vervaltermijnen) en meer geïntegreerd te laten verlopen.
Eén systeem
Los van het gegeven of de aanvraag betrekking heeft op een stedenbouwkundige, een milieu- of een gemengd project, zal steeds eenzelfde procedure worden toegepast, met name deze van de Omgevingsvergunning.
Per type project zullen wel specifieke bepalingen worden voorzien, in het bijzonder op het vlak van de adviesverlening, het openbaar onderzoek en de beslissingtermijnen.
Tevreden stelt Voka nu vast dat de Vlaamse regering afstapt van de fasering en kiest voor één systeem waarbij alle procedures worden geïntegreerd in de Omgevingsvergunning, samen met de onmiddellijk invoering van het geïntegreerd syntheseadvies van de Omgevingsvergunningscommissie.
Eén bevoegd bestuur
De vergunningverlenende bevoegdheid wordt bij één bestuur gelegd die de aanvraag zowel stedenbouwkundig als milieutechnisch dient af te wegen.
Zoals de startnota al aangaf, wordt de gemeente de principieel vergunningverlenende instantie.
De provincie is bevoegd voor projecten met een mogelijke grote milieuhygiënische en ruimtelijke impact die het gemeentelijke niveau overstijgen. Ongeacht de aard van de aanvraag blijft de provincie bevoegd voor het afleveren van Omgevingsvergunningen voor de klasse 1-bedrijven.
De Vlaamse regering wordt bevoegd voor projecten die zowel ruimtelijk als op het vlak van milieu een regionale impact kunnen hebben (bv. nieuwe autosnelwegen, tramlijnen, grootschalige windturbineprojecten, enz…).
Herindeling van Vlarem-lijst met een omvangrijke declassering van klasse 1 bedrijven
De conceptnota kondigt een grondige herziening en vereenvoudiging van de Vlarem-indelingslijst aan die gepaard zal gaan met een omvangrijke declassering van de inrichtingen op basis van een kwantitatieve en kwalitatieve analyse. Na deze declassering zouden de klasse 1-inrichtingen herleid worden tot ongeveer een 5.000-tal (momenteel zijn er naar schatting zo’n 25.000 klasse 1-inrichtingen). De vergunningsaanvragen van de overblijvende klasse 1-inrichtingen zullen in eerste aanleg behandeld worden op provinciaal niveau. Het zijn in hoofdzaak de meest milieubelastende bedrijven met de zwaarste impact zoals de SEVESO bedrijven, IPPC en BKG bedrijven. In vele gevallen dragen deze tevens een Mer-verplichting met zich mee, waardoor zij in grote mate overlappen met de groep Mer-plichtige bedrijven waarvoor de beoordeling eveneens op provinciaal blijft (drempelwaarden project-Mer-besluit).
Voka blijft wijzen op de omstandigheid dat het merendeel van de huidige klasse 1-inrichtingen de beoordeling van hun vergunningsvragen op provinciaal niveau wensen te houden vermits betwijfeld kan worden of de gemeenten voldoende expertise en middelen in huis hebben om de aankomende dossiers van voormalige klasse 1-bedrijven op te vangen. Mede dankzij het pleidooi van Voka om zo veel mogelijk huidige klasse 1-inrichtingen op provinciaal niveau te houden, worden aanzienlijk minder bedrijven gedeclasseerd dan aanvankelijk vooropgesteld (aanvankelijk was er sprake van 2.500 bedrijven i.p.v. 5.000).
Bevoegdheidsoverdracht naar gemeenten zal gefaseerd verlopen
In de conceptstaat staat dat de Vlaamse regering rekening houdt met de institutionele capaciteit die nodig is om het systeem te operationaliseren. De extra werklast die de declassering van klasse 1-inrichtingen met zich meebrengt, zal voor veel gemeenten bijzonder groot zijn. De Vlaamse regering kondigt daarom aan dat er praktische modaliteiten zullen ontwikkeld worden om een doordachte fasering door te voeren die rekening houdt met de mogelijkheden van de gemeenten inzake de vereiste know how en capaciteit.
In de startnota werd een systeem van ontvoogding naar voor geschoven en dit in twee richtingen. Een ontvoogde gemeente zou dan na ontvoogding taken van de provincie kunnen overnemen en anderzijds zou de gemeente bij complexe dossiers de vergunningsaanvraag kunnen doorschuiven naar de provincie. Voka is hiervan nooit voorstander geweest vermits een dergelijk systeem alleen maar voor verwarring kan zorgen. De Vlaamse regering stelt nu dat zij andere mogelijkheden zal onderzoeken.
Een geïntegreerde adviesverlening
Nieuw, in het kader van de Omgevingsvergunningsprocedure, is de geïntegreerde adviesverlening door een Omgevingsvergunningscommissie, georganiseerd op lokaal, provinciaal en gewestelijk niveau.
De diverse adviesverlenende instanties maken in één synthese-advies een globale beoordeling van het project. Dat betekent dat naast de milieu- en de stedenbouwkundige/ruimtelijke aspecten, ook o.m. mobiliteits-, energie- en socio-economische factoren bij de beoordeling van een vergunningsaanvraag kunnen worden meegenomen. Wanneer de deputatie of de Vlaamse Regering moet beslissen, zal het advies van de Omgevingsvergunningscommissie verplicht zijn. Wanneer de gemeente moet beslissen, zal de verplichting tot het inwinnen van het advies van de Omgevingsvergunningscommissie afhangen van de complexiteit van de vergunningsaanvraag (bijv. voor klasse 2A-inrichtingen).
Voordeel is dat een initiatiefnemer te maken krijgt met een Vlaamse overheid die met één stem spreekt en voorkomt dat in hetzelfde project uiteenlopende en soms zelfs tegenstrijdige adviezen worden gegeven.
Plan van aanpak
Tegen 29 februari 2012 moeten de geconsulteerde instanties (VVSG, de VVP, de Minaraad, de SARO en de SERV) hun advies op de conceptnota verlenen. Nadien zal de bijgestelde conceptnota ter bespreking worden voorgelegd, zal een voorontwerp van kaderdecreet betreffende de Omgevingsvergunning volgen en een besluit met een gesloten lijst van Vlaamse projecten rekening houdende met de goedgekeurde principes van de conceptnota.
Auteur : Steven Betz, adviseur milieu & ruimtelijke ordening
Bron : milieu@voka 24 - januari 2012