Infotheek
Met het oog op de volgende gemeenteraadsverkiezingen willen beide organisaties ondermeer hun krachten bundelen mbt tot de ruimtelijke ordening.
Amper 50 van de 308 Vlaamse gemeenten hebben tijdens de laatste jaren op deze gebieden een dossier voor een woonproject ingediend. Volgens het RSV moesten er 7.000 ha industrieterrein bijkomen tegen 2007. Omdat er vaak geen draagvlak gevonden wordt bij de betreffende gemeenten, slaagt men er niet in om binnen de stedelijke afbakeningsprocessen voldoende industrieterreinen aan te duiden.
Gelijklopende knelpunten
Voor de ontwikkeling van industrie- en woonterreinen zijn er nog meer overeenkomsten:
Het RSV heeft de reële behoeften sterk onderschat. Zo mochten er tegen 2007 maar 400.000 woningen bijkomen. Intussen zit elke provincie (met uitzondering van Vlaams-Brabant) nu al boven het toebedeelde contingent.
- Het Strategisch Plan Ruimtelijke Economie, een studie in opdracht van de Vlaamse Regering, toont aan dat de vooropgestelde cijfers voor bijkomende bedrijventerreinen volgens het RSV een ernstige onderschatting zijn van de echte vraag: voor de periode 2002-2007 stelt het SPRE een behoefte van 5127 ha, het RSV 961 ha, voor de periode 2002-2017 stelt het SPRE een behoefte van 12.212 ha, het RSV 7738 ha...
- Er is ook nood aan de ontwikkeling van een “ijzeren voorraad” aan bedrijventerreinen, een soort strategisch reserve die op peil wordt gehouden. Hoewel deze werd opgenomen in het Vlaams Regeerakkoord, zijn nog steeds niet alle regeringspartners geneigd deze snel te operationaliseren.
- Jaarlijks neemt het aantal beschikbare industriegronden drastisch af. Interessante locaties (bv. langsheen snelwegen) mogen volgens het RSV niet ontwikkeld worden omdat ze in zogenaamd “buitengebied” liggen, dwars tegen alle economische logica in.
- Tal van woon- en bedrijfszones overlappen met gebieden die om milieuredenen zijn beschermd. Zo overlappen 2.586 ha woongebied en 4.500 ha bedrijventerreinen met vogelrichtlijngebied en liggen 6.168 ha woongebied en 1.645 ha bedrijventerreinen in overstromingsgebied. Op deze overlappende terreinen worden aan wonen en bedrijven beperkende maatregelen opgelegd, die zelfs kunnen gaan tot een bouwverbod.
- Voor het aansnijden van woon- en bedrijfszones leggen de overheden almaar bijkomende toetsingen op. De watertoets is een illustratief voorbeeld. Dit verklaart mede de tergend trage ontwikkeling. Van beslissing tot uitvoering verlopen vaak meer dan vijf jaar.
- In heel wat gevallen is er zelfs geen begin van beslissing omdat de gemeente haar ruimtelijke visie nog niet heeft vastgelegd. Op dit ogenblik beschikken slechts 87 van de Vlaamse gemeenten over een ruimtelijk structuurplan, laat staan dat zij dit strategisch document al hebben omgezet in concrete uitvoeringsplannen.
Een aantal instrumenten om bedrijfs- en woonzones te ontwikkelen zijn gewestelijk maar van cruciaal belang is de lokale besluitvorming. In oktober vinden andermaal gemeenteraadsverkiezingen plaats. De nieuwe gemeentebesturen gaan op het vlak van ruimtelijke ordening almaar zelfstandiger kunnen beslissen. Het ruimtelijk ordeningsbeleid wordt dus een belangrijk verkiezingsthema.
Aanvullend
In het kader van hun samenwerkingsovereenkomst zullen Voka – Kamers van Koophandel en lokale bouwconfederaties nog sterker dan voorheen samenwerken om op de lokale verkiezingsprogramma’s en na oktober op de lokale beleidsplannen te wegen. Nu reeds doen een aantal voka - Kamers van Koophandel een beroep op het kaartmateriaal van de Confederatie Bouw bij hun zoektocht naar de gunstigst gelegen locaties voor nieuwe bedrijventerreinen.
Naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen zullen beide organisaties deze samenwerking nog versterken. Voka - Kamers van Koophandel en lokale Confederaties Bouw vullen elkaar op dit vlak perfect aan. Terwijl de Confederaties Bouw heel wat expertise over woon- en vastgoedontwikkeling hebben, behoort de ontwikkeling van bedrijventerreinen tot de ‘core business’ van de Voka - Kamers van Koophandel.
Beide instanties hebben trouwens belang bij zo’n samenwerking. Circa 12% van de tewerkstelling in Vlaanderen houdt verband met bouwactiviteiten. Maar slechts de helft hiervan werkt in een bouwbedrijf. De overige helft vindt men bij de meest diverse producenten en leveranciers. Tegelijk vormen investeringen in industrie-, handels- en kantoorgebouwen een belangrijke impuls voor de bouwactiviteit. Onder meer door een gebrek aan investeringen van bedrijven in gebouwen presteert de markt van de niet-woongebouwen nog steeds ondermaats.
Sluitstuk
De samenwerkingsovereenkomsten die vandaag werden ondertekend, beogen een betere vertegenwoordiging, een vlotter uitwisseling van informatie, een nauwere betrokkenheid bij elkanders initiatieven en intensiever bilateraal overleg. Zij betreffen niet alleen de ruimtelijke ordening maar hebben betrekking op alle aspecten van het bedrijfsleven. De ruimtelijke ordening is wel een domein dat de komende maanden prioritaire aandacht zal krijgen.
Reeds in 1980 heeft de Vlaamse Confederatie Bouw als eerste sectororganisatie een samenwerkingsovereenkomst met het toenmalig Vlaams Economisch Verbond gesloten. Twee jaar geleden zijn VEV en Kamers van Koophandel als Voka, Vlaams netwerk van ondernemingen gaan samenwerken. De overeenkomsten van vanmorgen trekken de jarenlange samenwerking van VCB met Voka - VEV op Vlaams niveau door tot op lokaal niveau. Elk van de elf lokale Confederaties Bouw met hun circa 9.000 leden en elk van de acht Voka - Kamers van Koophandel met hun 17.000 leden zijn nu wederzijds door een samenwerkingsprotocol verbonden. De samenwerkingsovereenkomsten van vanmorgen vormen dus het sluitstuk van een jarenlange evolutie.
terug