filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

07jun
10
 We moeten onze competitiviteit herstellen

Hoe kijkt de Vlaamse ondernemer naar de verkiezingen van volgende week? Voor Martine Reynaers staan er drie punten centraal op de sociaal-economische agenda: ...

... de hoge kosten van arbeid voor de ondernemingen, de complexe staatsstructuur en het gebrek aan flexibiliteit op de arbeidsmarkt. “Als we op die terreinen vooruitgang kunnen boeken, dan kunnen we onze competitiviteit opnieuw verhogen. Daar ben ik van overtuigd.”


De gedelegeerd bestuurder van Reynaers Aluminium staat bekend als iemand die zegt waar het op staat, zonder dingen te verbloemen. “Laat me beginnen met enkele dingen die ik goed vind. Ik kan me wel vinden in ons ganse beleid voor innovatie. De fiscale maatregelen, de instituten van het genre Sirris – het collectief centrum van de Belgische technologische industrie – daar heb ik persoonlijk veel bewondering voor. Net als voor een organisatie als Flanders Investment & Trade (FIT), die uitstekend werk levert voor de ondernemingen. Er zijn dus toch een aantal dingen die we echt goed doen.”

 

Maar wat kan beter?
Martine Reynaers:
“Het eerste aandachtspunt, dat zijn de totale kosten van arbeid – inbegrepen de sociale lasten en de fiscaliteit. Die liggen veel te hoog. Gevolg: ondernemingen proberen de spanning tussen bruto en netto op allerlei manieren te optimaliseren. Daar wordt veel tijd en energie ingestoken – nutteloze energie, zeg maar.”
“We hebben onlangs zelf nog berekend wat de kosten voor de onderneming zijn van onze
kaderleden, en we hebben die vergeleken met de buurlanden. Dat is echt schrikwekkend. We zijn met afstand de duurste. Zelfs tegenover Duitsland en Nederland liggen de totale kosten van een werknemer aanzienlijk hoger.”


“Tegenover die lagere kosten staan natuurlijk ook bepaalde engagementen. In Nederland moet de werkgever bijvoorbeeld zelf de verantwoordelijkheid opnemen om mensen te activeren. Dat is bij ons niet zo, ons systeem stuurt mensen in de richting van het immobilisme. Het mooiste voorbeeld daarvan is het brugpensioen. Dat systeem is zo riant, zowel voor werkgevers als voor werknemers, dat iedereen het zal blijven toepassen zolang het bestaat. Op kosten van de gemeenschap.”
“Kortom, ons systeem van sociale voorzieningen werkt goed in een omgeving met grote ondernemingen, lage lonen en een weinig geëmancipeerde samenleving. Maar dat model is voorbijgestreefd. Vandaag kunnen, willen en moeten mensen hun verantwoordelijkheid individueel opnemen.”

 

U had het ook over de complexiteit van onze staatsstructuur.
“Er zijn natuurlijk de vaak emotionele discussies tussen Walen en Vlamingen. Ik vind dat we verder moeten durven kijken dan dat. Wat is bijvoorbeeld nog de rol van de Senaat? En die van de provincies? Waar ligt hun toegevoegde waarde? Dat debat moeten we ook aanpakken.”

 

En u wilt meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt.
“Een potentiële werkgever roert zich als een duiveltje in een wijwatervat om toch vooral maar geen mensen te moeten aanwerven. Want als je iemand aanwerft en vervolgens evolueren de activiteiten niet zoals voorzien, dan ben je verplicht om die mensen opnieuw te ontslaan… en dat kost heel veel. Zeker voor kleine ondernemingen is dat een gigantische drempel. Zelfstandige ondernemers en starters werken zich uit de naad om aanwervingen zoveel mogelijk te vermijden.”
“Daar ligt voor mij ook het belang van een nieuw werknemersstatuut, dat de achterhaalde verschillen tussen arbeiders en bedienden moet oplossen. Maar helaas, ik zie daar weinig vooruitgang in.”


benchmark

Hoe zou men daar vooruitgang in kunnen boeken?
“Als wij in onze onderneming niet goed weten hoe we een zaak moeten aanpakken, dan gaan we benchmarken. We maken eerst een stand van zaken, en dan kijken we hoe de concurrenten het doen en of ze dat doen in vergelijkbare omstandigheden. Ik denk dat we voor zo’n nieuw werknemersstatuut ook zo te werk moeten gaan. We moeten kijken naar een paar toonaangevende economieën die het goed doen en dan een voorstel uitwerken dat zich integreert in onze economie en onze cultuur.”

 

Zegt u nu dat politici kunnen leren van de aanpak van de ondernemers?
“Ik wil toch mild blijven. Als je de kranten leest of luistert naar wat de mensen vertellen, dan bestaan er in de hele wereld geen ‘goede politici’ meer. Overal krijgen ze bakken kritiek over zich heen. Het probleem van de politicus is ook het probleem van onze samenleving. In onze democratie, met zijn vrije meningsuiting en zijn razendsnelle informatiestromen, is het heel moeilijk om een hiërarchisch gestuurd beleid te voeren. Dat ‘pakt’ gewoon niet meer.”


“In een bedrijf gaat dat anders. In ons bedrijf ben ik de baas en ik blijf dat zolang ik daarvoor gemandateerd ben door onze raad van bestuur. Is er een knoop door te hakken, dan zal ik dat doen. Ik zal de beslissing nemen – niet op mijn eentje, natuurlijk: ik zal mijn oor te luisteren leggen. Maar het wordt niet noodzakelijk een meerderheidsbeslissing. Zo’n model werkt niet in de politiek. De beslissingsstructuren zijn daar heel anders. En ik zie daar niet meteen een oplossing voor.”

 

Wat verwacht u na de verkiezingen?
“Ik hoop dat de kiezer een duidelijk teken zal geven. Volgens mij zijn het niet de Vlamingen die het verschil zullen maken, hun standpunten liggen in de meeste partijen heel dicht bij elkaar. Ik heb dus het gevoel dat de oplossing ligt bij de keuze van de Waalse kiezers. Kiezen zij voor extremisme, of gaan zij voor het compromis? Dat is wat mij het meest benieuwt.”

Auteur : Erik Durnez
Bron : Vokatribune juni 2010

terug