De ‘war for talent’, dat is op lange termijn de belangrijkste sociaal-economische uitdaging”, zegt Marc De Groote, CEO van Callataÿ & Wouters. De topman van het Brusselse softwarebedrijf vertelt ons over zijn zorgen, vanuit de ervaring van zijn onderneming.
Callataÿ & Wouters (CW) is in ons land de marktleider voor softwareontwikkeling en –dienstverlening voor de bankwereld. Zeg maar: het is de SAP van de financiële instellingen. CW werd 27 jaar geleden in Brussel opgericht door twee burgerlijk ingenieurs. Vandaag telt de onderneming zo’n 500 medewerkers, 80 procent ingenieurs, mooi verdeeld over de twee taalrollen. En sinds een klein decennium is de onderneming bezig met een internationale expansietocht. De onderneming heeft zijn roots in Brussel en het hoofdkwartier is er nog altijd gevestigd. Maar ondertussen is de activiteit al uitgewaaierd over zowat twintig landen.
Hoe ziet de strategie van CW eruit?
Marc De Groote: “We zien CW als een echt industriële onderneming. Een onderneming dus die groeit, die mensen kan aantrekken, die interessante carrières aanbiedt. Wij willen groeien, niet door diversificatie, maar binnen onze focus. Daarom zijn we sinds 2002 internationaal gegaan, vooral naar Centraal-Europa en Azië.”
“We zijn nu met 500 mensen. Onze doelstelling is om groei te realiseren, zonder in verhouding daarmee meer mensen te moeten aantrekken. Dat kan bijvoorbeeld via partnerships. We bouwen bijvoorbeeld in onze software voor de standaardtoepassingen klassieke standaardpakketten in die we bij partners insourcen. Zo kunnen wij onze aandacht volledig concentreren op de specifieke banktoepassingen – op onze core business dus.”
knoop
Ligt u wakker van politieke problemen?
“Eerlijk? De staatsstructuur is voor business echt geen prioriteit. In de zakenwereld speelt dat niet. Business gaat over vertrouwen tussen mensen, niet over politieke structuren. De politieke impasse van de voorbije jaren is maar een probleem in de mate dat ze andere beslissingen tegenhoudt. Met andere woorden, het wordt tijd dat de knopen worden doorgehakt, zodat we vooruit kunnen.”
Wat zijn voor u de grootste sociaal-economische problemen?
“Het grote probleem voor ons is: mensen vinden met goede opleidingen, en ze houden. Ingenieurs, daar is echt een tekort aan. Dat blijft ook zo. Ik ging enkele weken geleden nog met mijn zoon naar de infodagen aan de UGent – hij begint volgend jaar aan de unief. Wel, er was massale belangstelling voor alle afdelingen, behalve voor informatica. Terwijl er net daar al jaren een tekort aan ingenieurs is.”
Voelt u dat concreet in uw onderneming?
“Absoluut. Probeer maar eens mensen aan te trekken. Vlaamse ingenieurs naar Brussel krijgen? Dat is een onmogelijke opdracht. Dat kan bijna niet meer.”
“In 2007, in de boomperiode voor de financieel-economische crisis, moesten we 150 mensen vinden voor softwareontwikkeling. Mission impossible, zo leek het wel. Wat moesten we dan doen? We konden eventueel offshore gaan: naar India, naar Vietnam, naar Singapore. Maar softwareontwikkeling is voor ons een heel belangrijk vak, het is de leerschool waar al onze mensen langs passeren. Dat houden we dus liever dicht bij ons.”
“We zijn ons dan beginnen afvragen: waar zitten de geschikte mensen? Kunnen we ons niet vestigen waar de competenties zitten?”
En u bent gaan kijken in Vlaanderen en in Wallonië.
“In principe konden we ook in Vlaanderen rondkijken. Maar in Gent of in Kortrijk vind je ook geen mensen op overschot. Daar is voor hooggekwalificeerde mensen werk genoeg. We zijn dus gaan uittesten. Eerst de klassiekers. Konden we iets doen in Luik? Die pogingen liepen op niets uit.”
“Uiteindelijk heeft Idelux, de intercommunale voor duurzame economische ontwikkeling van de provincie Luxemburg ons op het spoor gezet van Marche-en-Famenne.
Daar waren wel mensen, en daar was geen werk. We hebben daar dus een development factory opgezet, met nu twintig mensen. En dat is succesvol gebleken.”
kosten
Als u verder internationaliseert, zal u nog meer mensen nodig hebben.
“Ja, en dan komen we bij een andere belangrijke sociaal-economische uitdaging uit: probeer maar eens mensen te exporteren vanuit België. Probeer maar eens in het Verre Oosten een project op te zetten onder begeleiding van een Belgisch team. Je vindt amper mensen die dat willen doen, dat is één. En twee, de kosten liggen enorm hoog.”
“Iemand op een Belgische payroll naar het buitenland sturen, dat is bijna prohibitief duur. Voor een paar dagen, dat gaat nog. Maar als ik iemand naar Casablanca stuur, en ik zorg voor het logement en voor een auto – wat in ons land een voordeel van alle aard zou zijn, dus fiscaalvriendelijk behandeld – dan wordt dat allemaal belast en onderworpen aan sociale zekerheid.”
“In Vietnam zijn er buitenlandse concurrenten die mensen aanbieden aan 50 dollar per dag. Terwijl bij ons de kosten op minstens 450 euro per dag liggen, plus logies. Je moet die mensen dus echt zo duur verkopen, dat ze bijna niet meer concurrentieel zijn. Het lukt alleen nog omdat we heel goede mensen hebben, en omdat we Belgen enkel als teamleiders sturen.”
“Maar zelfs dan is dit vandaag echt een issue voor onze HR-mensen: hoe krijgen we onze internationale projecten gestaffed? Dat is een structureel probleem, waar dringend iets aan gedaan moet worden.”
Auteur : Erik Durnez
Bron : Vokatribune juni 2010