filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

07apr
10
 Ingrid Lieten over het innovatiebeleid

“Vlaanderen presteert relatief goed wat innovatie betreft”, zegt Ingrid Lieten, de Vlaamse minister die innovatie onder haar hoede heeft. Maar het kan nog beter, vindt ze.

"En toch doen we het niet zo slecht"

“We moeten in de eerste plaats werken aan een sterker maatschappelijk draagvlak voor wetenschap en innovatie.” Ze vertelt aan Vokatribune hoe ze dat wil doen.

Een interview maken met Ingrid Lieten is geen sinecure. Haar agenda zit boordevol. Ze is immers tegelijk viceminister-president en minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding. Een gevuld takenpakket. En als een collega in zwangerschapsverlof is of een andere valt van zijn paard, dan mag ze hun bevoegdheden er tijdelijk even bijnemen. Hoe verdeelt ze haar tijd over al die domeinen, zo willen we weten. “Daar kan ik geen percentages op plakken, dat verschilt van week tot week. Maar mijn medewerkers en ikzelf hebben het in ieder geval bijzonder druk”, zegt ze. “We zijn nu volop bezig met de uitvoering van de beleidsnota’s die we eind vorig jaar gepresenteerd hebben. Ik vind dat we op het goede spoor zitten, we hebben echt al veel dingen in beweging gezet.”

 

Wij zijn vooral benieuwd naar uw innovatiebeleid. Innoveert Vlaanderen wel genoeg? En wat kunt u daar aan doen?
Ingrid Lieten:
“Ik zal u misschien verbazen, maar we doen het echt niet zo slecht. Uit de Community Innovation Survey (CIS) 2007 blijkt dat 56 procent van de Vlaamse ondernemingen innovatief is. De Vlaamse bedrijven doen het daarmee goed, beter dan bijvoorbeeld Nederland en Frankrijk en het gros van de 27 EU-landen. We zijn het sterkst in procesinnovatie, en grote ondernemingen introduceren meer product- en procesinnovaties dan kleinere, zo blijkt.”


“Maar alles kan beter. Daarom zijn we bezig met een reeks initiatieven op verschillende domeinen. We willen bijvoorbeeld het steunbare innovatietraject verlengen: de toets van de ideeën aan het begin van het traject, de introductie op de markt en de vervolgfinanciering aan het einde. Maar we willen het steunbare traject ook verbreden, zodat we ook kunnen inspelen op maatschappelijke en economische innovatie.”
“Daarnaast willen we het innovatie-instrumentarium voor kmo’s optimaliseren, en we nemen zeker initiatieven om de bedrijfswereld nauwer te laten samenwerken met de kennisinstellingen.”


“We hebben nood aan een sterk maatschappelijk draagvlak voor wetenschap en innovatie. We moeten dus de communicatie en de popularisering van wetenschap stimuleren. We moeten jonge mensen aanmoedigen om een loopbaan te kiezen in wetenschap en technologie. We moeten ze stimuleren om te kiezen voor STEM-studierichtingen: Science, Technology, Engineering, Mathematics.”

 

In uw beleidnota spreekt u over de nood aan een nieuwe innovatiecultuur, met open innovatie als sleutelwoord. Hoe?
“Het is al vaak gezegd: innovatie doet zich voor in het overlapgebied van diverse domeinen van kennis en expertise. We moeten mensen dus zoveel mogelijk doen samenwerken, in een open geest.”


“Wat kunnen wij doen? We moeten alles zetten op het versterken van creatief en innoverend ondernemen: sensibilisatie voor open innovatie, steun aan innovatieve starters, bevordering van innovatie in de ondernemingsorganisatie. En tegelijk moeten we de noodzakelijke omgevingsvoorwaarden creëren. Dan denk ik aan de uitbreiding van het steuntraject, aan de samenwerking met hogescholen, universiteiten en andere kenniscentra in vorming, training, O&O en kennistransfer. Maar ik denk ook aan eenvoudigere en logischere regelgeving.”


“En we zullen natuurlijk ook de Vlaamse deelname aan internationale onderzoeksprogramma’s voortzetten, zodat onze regio maximaal kan inspelen op de mogelijkheden van de snelgroeiende Europese Onderzoeksruimte.”

 

plannen

De Lissabon-doelstelling van 3 procent voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) halen we nog altijd niet. En ook de eerstvolgende jaren zal het niet lukken.
“De Lissabon-norm vraagt dat de regio’s 3 procent van hun bruto regionaal product (brp) zouden besteden aan O&O en dat de overheden 1 procent daarvan voor hun rekening zouden nemen. De jongste jaren haalt Vlaanderen ongeveer 0,7%. “


“Bij de opmaak van de begroting 2010 heeft de Vlaamse regering inderdaad beslist om collegiaal te besparen op alle domeinen. Maar het doel is en blijft om het budget voor O&O tegen het einde van deze legislatuur op te trekken tot 1 procent van het brp.”

 

Aan plannen voor innovatie is er nochtans geen gebrek: van Vlaanderen in Actie (ViA) over Pact 2020 tot de Staten-Generaal van de Industrie. Hoe gaat de coördinatie en de afstemming daarvan gebeuren?
“Wat zeggen we eigenlijk? De kern is dat we het DNA van de Vlaamse economie grondig vernieuwen. En daarvoor hebben we een ambitieuze innovatiestrategie nodig, die verder gaat dan het traditionele, horizontale innovatiebeleid. We hebben een gericht innovatiebeleid nodig, met keuzes, met focus, met accenten, met specifieke beleidsmaatregelen.”


“Precies daarom hebben we de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI) gevraagd de juiste fora op te zetten om het beleid mee vorm te geven. Precies daarom ook hebben we regiegroepen opgericht met alle actoren, om een strategische innovatieagenda op te zetten voor de middellange termijn. Een agenda met duidelijke doelstellingen en met een stappenplan. En met duidelijke toetscriteria.”


“De resultaten van die innovatieregiegroepen zijn input voor de Staten-Generaal van de Industrie. We verwachten de eerste concrete plannen tegen juni dit jaar. En natuurlijk zullen die plannen passen in of aansluiten op de zogenaamde speerpuntclusters.”

 

Hoever wilt u gaan in die clusterstrategie?
“De ambitie van ViA is dat onze regio in 2020 tot de top-5-regio’s in Europa behoort. De voorbije jaren zijn daarom een aantal speerpuntensectoren gedefinieerd, waarin we onderzoekscapaciteit, creatieve medewerkers, innovatieteams en ondernemingen willen creëren.”


“We hebben enkele ‘grote projecten’ geselecteerd. Enkele maar, we willen versnippering van middelen vermijden. En we hebben daarbij telkens drie doelstellingen voor ogen: het moet over een grote maatschappelijke behoefte gaan op langere termijn; de oplossingen moeten innovatief zijn en grensverleggende O&O vragen; en de middelenconcentratie moet groot zijn, zodat we visionaire ambities kunnen realiseren.”


“En ik noem er nog een voorwaarde bij: het zijn projecten waarvoor we geen nieuwe organisaties gaan creëren. Een lichte structuur en regelmatige evaluatie – dat is elementair.”

 

smart grids

Sinds begin april is de eerste cluster operationeel: het Vlaamse Smart Grids Platform (VSGP).
“Ik ben daar heel blij mee. Het is een mooie showcase van het beleid dat we willen voeren. Uit de speerpuntanalyse kwam duidelijk naar voor dat ‘smart grids’, slimme netwerken, een grote opportuniteit zijn waarvoor we middelen en krachten moeten bundelen. We hebben in onze regio heel wat ondernemingen en onderzoekstalent op dat terrein. Dat kan een prima kruisbestuiving opleveren.”


“Het geeft aan dat transformatie ook op een horizontale manier kan werken. Want er is een verband met een andere cluster: de elektrische voertuigen. Als we straks effectief met hybride voertuigen op de markt willen komen, dan moeten we nu al investeren in slimme netwerken waarop die wagens zullen kunnen ‘tanken’.”


“Tot slot, ik vind het ook sterk dat de cluster zijn thuisadres zal krijgen in Waterschei, in Energyville, waar VITO en KULeuven hun energieonderzoek hebben gebundeld. Een gemeenschappelijke locatie, met ruimte en industrieterreinen waar bedrijven kunnen groeien… Dat is knap. Terloops, Voka heeft de taak op zich genomen om al die bedrijven en instellingen samen te brengen in het VSGP. Dat betekent toch een belangrijk maatschappelijk en economisch engagement.”

Auteur : Erik Durnez
Bron : Vokatribune april 2010

terug