Sneller en beter vergunnen in 123 ingrepen
Dat is toch de ambitie van twee commissies – een parlementaire en een regeringscommissie – die zich de voorbije maanden over het probleem hebben gebogen en die enkele weken geleden hun conclusies publiceerden. Wij legden commissievoorzitters Johan Sauwens en Cathy Berx onze vragen voor.
Een vergunning nodig voor een nieuw project? Eindeloos lang kan het duren, of zo lijkt het toch. Een paar recente grote projecten maakten duidelijk dat zelfs het Vlaamse overheidsniveau last krijgt van de omslachtige en langdurige vergunningsregulitis. Twee commissies, één onder leiding van Vlaams volksvertegenwoordiger Johan Sauwens, een andere geleid door de Antwerpse provinciegouverneur Cathy Berx, werkten in sneltempo aan een reeks voorstellen om de situatie te verbeteren.
Voka was al een tijd eerder samen met de Vlaamse sectoren aan een gelijkaardige oefening bezig. “Wij waren gecharmeerd door de Voka-voorstellen”, zegt Johan Sauwens. “We hebben ze in grote mate meegenomen.”
strategisch
De titel van het ene verslag verwijst naar ‘complexe projecten’. Wat moeten we daar onder verstaan?
Cathy Berx: “Allicht was ‘strategische projecten’ een betere term geweest. Het gaat om het belang én de impact van het project voor de gemeente, de regio en Vlaanderen. Het doet niet ter zake of het initiatief enkel uitgaat van de overheid, of van de privésector, dan wel of het om een gemengd project gaat. ‘Complex’ duidt op de complexiteit aan belangenafweging, het belang en de impact van het project.”
Terwijl het andere verslag het heeft over ‘de versnelling van maatschappelijk belangrijke projecten’.
Johan Sauwens: “We wilden geen nooddecreet voor grote projecten, dat was niet ons opzet. Onze commissie heeft vrij snel gezegd: het gaat over projecten met een belangrijke maatschappelijke impact. En dat hebben we zo ruim mogelijk gedefinieerd. Het ging niet enkel over het Deurganckdok, maar ook over de fietspaden, over de aanleg van industrieterreinen, bij uitbreiding ook over private investeringen.”
Wat is dan het probleem?
Sauwens: “Neem de fietspaden, bijvoorbeeld. Tien jaar geleden heeft de Vlaamse regering daar een miljard frank (25 miljoen euro) voor vrijgemaakt. Dat geld is er, het politiek akkoord ook. Maar zoveel jaren later is nog altijd maar de helft van het plan gerealiseerd. Vlaanderen loopt zelf vast in zijn eigen regels. Wat we zien is verkokering: de Vlaamse administratie is gespecialiseerd in allerlei deeldomeinen, maar de synthese wordt niet meer gemaakt. Onze resolutie is dus een schreeuw om verandering, op een positieve manier, oplossingsgericht.”

Berx: “Er is niet één probleem. De werkelijkheid is complexer. In de Vlaamse overheid blijken de procedures (milieu, ruimtelijke ordening, onteigening,…) en de processen (continuïteit van procesmanagement, inspraak en participatie) onvoldoende met mekaar te sporen. En daardoor ontstaan er problemen om strategische projecten en investeringen op een kwalitatief hoogstaande, gedragen, duurzame en snelle manier te realiseren.”
“We hebben ook vastgesteld dat de Vlaamse overheid, de provincies, steden en gemeenten onvoldoende gebruik maken van goede instrumenten die vandaag al bestaan, bijvoorbeeld de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.”
123
Een veelheid van problemen, een veelheid van oplossingen: de commissie-Berx heeft 47 concrete voorstellen geformuleerd, de commissie Sauwens 76. Samen zijn dat er 123.
Sauwens: “Maar ze zijn voor een groot stuk gelijklopend, natuurlijk. Wat wij geprobeerd hebben, is om met de fijne kam door alle decreten te gaan. Met in het achterhoofd de opdracht om dingen te vereenvoudigen en te versnellen, zonder dat dat ten koste gaat van de zorgvuldigheid die aan de basis van de Vlaamse decreten lag.”
Berx: “Wij hebben duidelijk geopteerd voor een getrapte politieke besluitvorming. Die begint met een min of meer informele voorfase, waarin we het probleem of de te grijpen opportuniteit goed omschrijven. De bevoegde politieke overheid moet zich daarbij ook uitspreken over het strategische karakter ervan, rekening houdend met de beschikbare capaciteit aan mensen en middelen om het project effectief te realiseren.”
“Daarna volgt de verkenningsfase, waarin de verschillende alternatieven en hun consequenties worden onderzocht. Die fase moet, na een goede participatie, leiden tot een ‘voorkeurbesluit’, waarin de keuze voor een welbepaalde oplossing onderbouwd wordt neergelegd. Vervolgens moet dat besluit, na een formeel openbaar onderzoek, verder worden geconcretiseerd in een ‘planvaststellingsbesluit’ dat zo veel mogelijk de bestaande vergunningen en machtigingen moet bundelen.”
Wat met de inspraak? Op welk moment kunnen de verschillende gesprekspartners zich laten horen?
Berx: “Anders dan wat nogal wat media ervan gemaakt hebben, opteren wij voor volgehouden en relevante participatie van bij het begin van het proces, tot op het einde – zelfs tot na de effectieve realisatie van het project.”
“Maar het belangrijkste is dat elke stap, elke fase in het proces, wordt afgesloten met een duidelijke politieke keuze en dat de overheid die niet telkens weer in vraag stelt. Tenzij daar heel goede redenen voor zijn. We pleiten er ook voor om de eventuele organisatie van een volksraadpleging of een beroep bij de bestuursrechter verplicht te vervroegen in de besluitvorming.”
Sauwens: “De publieke discussie moet vroeg genoeg geïntroduceerd worden, op een moment dat er nog keuzemogelijkheden zijn. Leg je maar één mogelijkheid voor, dan is er een probleem. Dan kom je in een confrontatiemodel terecht. Ons voorstel is om niet de oplossing, maar het probleem aan de bevolking voor te leggen.”
“Mijn ervaring is dat je vanuit het publiek vaak echt interessante tips krijgt die je inzicht duidelijk vergroten. Maar het is natuurlijk een illusie dat je iedereen op één lijn zou kunnen krijgen. Iemand moet dus de knoop doorhakken. Die verantwoordelijkheid komt toe aan het politieke niveau. En eens de beslissing genomen, komt niemand daar nog op terug.”
oplossingsgericht
U hebt een massa suggesties geformuleerd. Wat zijn de belangrijkste?
Berx: “Wij hebben heel veel aandacht besteed aan een set van kritische succesfactoren, zoals een goed en continu procesmanagement, het terugdringen van de verkokering binnen de Vlaamse administratie, met de nadruk op de afschaffing van de zogenaamd ‘bindende adviezen’ en het voorschrijven van een verplicht oplossingsgericht geïntegreerd advies. Verder pleiten we voor een betere, oplossingsgerichte samenwerking over de overheidsniveaus heen, voor een soepelere onteigening.”
Sauwens: “Wij pleiten ook voor leesbare informatie. Weet u dat er soms milieueffectenrapporten (MER) gemaakt worden van duizenden pagina’s? Een MER van tienduizend bladzijden… dat is natuurlijk uit den boze! Wij hebben, bij wijze van statement, gezegd: maximum honderd pagina’s.”
“En we bepleiten de integrale aanpak. In plaats van eerst de milieu-impact te onderzoeken en vervolgens de mobiliteit en de sociaal-economische kosten en baten, willen we algemene effectenrapporten, waarin alles is opgenomen.”
Berx: “Wij hebben ook veel aandacht voor wat we een ‘oplossingsgerichte bestuursrechtspraak’ hebben genoemd. De bestuursrechter moet een brede waaier aan mogelijkheden krijgen om uitspraken te doen die in verhouding staan tot de fout die de overheid eventueel gemaakt heeft. Zo kan hij een betere afweging maken tussen algemeen en particulier belang. En de overheid moet ook meer kansen krijgen om in de loop van een proces bij de bestuursrechter fouten recht te zetten.”
Sauwens: “In milieukwesties zien we bijvoorbeeld vaak dat elke ‘zonde’ meteen een ‘doodzonde’ was. We moeten zorgen dat de sancties meer in verhouding staan tot de fout.”
Uw verslag ligt er. Wat nu?
Berx: “Ons rapport ligt bij de Vlaamse regering. Er zijn geen verdere afspraken gemaakt. Maar we rekenen er uiteraard op dat het goed en spoedig wordt geïmplementeerd.”
Sauwens: “De 76 voorstellen in onze resolutie zijn ijkpunten. Wij zullen maand na maand opvolgen wat al gerealiseerd is. Niet als een waakhond, maar in een sfeer van vertrouwen. Het zou mooi zijn als we na twee à drie jaar de doorlooptijd van een project hebben kunnen halveren.”
Een goede voorzet van Voka+
Voka heeft de voorbije zes maanden samen met een reeks sectororganisaties een analyse gemaakt van de problemen waarmee ondernemingen geconfronteerd worden zodra ze ergens een vergunning voor nodig hebben. Maar de oefening beperkte zich niet tot een inventaris van knelpunten: ze leidde ook tot een reeks voorstellen. Werkbare voorstellen, blijkbaar, want ze werden in grote mate overgenomen door de commissies Berx en Sauwens.
Het rapport ‘Versneld en economisch verantwoord vergunningskader’ is een project van ‘Voka+’. Dat wil zeggen dat Voka samen met veertien sectororganisaties aan het werk deelnam. Het eindrapport werd geschreven door Karel Vervoort (Voka-Kenniscentrum) en Philippe Cornille (Essenscia Vlaanderen).
De grote belangstelling is geen toeval. Vergunningen zijn immers een heet hangijzer in ondernemersland. Philippe Cornille, Essenscia: “We kennen allemaal wel uitschieters met milieueffectrapporten die jàren vergen. Uit de cijfers van de Dienst MER blijkt dat een MER in de chemische sector tussen net geen jaar en net geen twee jaar in beslag neemt. Tel daar de tijd van de vergunningsprocedure bij en je zit aan een vergunningstraject van twee jaar. Plus de eventuele beroepen, en je zit weer jaren verder.”
De lange doorlooptijd voor vergunningen verhoogt de time to market aanzienlijk. En hoe langer die tijd, hoe minder aantrekkelijk een project voor een investeerder wordt. Bovendien stijgt het risico dat de beoogde markt ondertussen al door anderen werd ingenomen.
Het rapport van Voka+ maakt een synthese van de problemen. Katleen Mariën, Voka: “We hebben in kaart gebracht welke hinderpalen een ondernemer kan tegenkomen, vanaf de ontwikkeling van zijn idee tot de realisatie ervan. Dat heeft geleid tot een stroomschema, met alle knelpunten. En we hebben voorstellen geformuleerd.
Wat zijn de grote lijnen? Karel Vervoort, Voka-Kenniscentrum: “Laten we het positief stellen: er is een groot verbeterpotentieel. De overheid kan zich veel beter organiseren, zodat de klant niet het kind van de rekening wordt. We hebben de voorstellen nu ondergebracht in drie domeinen: MER, stedenbouwkundige vergunningen en brandveiligheid. De uitgangspunten zijn telkens een beter management van het proces, kwalitatief overleg en duidelijke criteria. Als we dat allemaal realiseren, halveren we de doorlooptijd.”
De voorstellen van de commissies Berx en Sauwens dragen fundamenteel bij tot de oplossing, zegt ook Philippe Cornille. “Ook al gingen zij vooral uit van grote maatschappelijke projecten, hun voorstellen gelden over het algemeen ook voor private investeringsprojecten. Ze sluiten naadloos aan bij de nota die binnen Voka+ concreet werd uitgewerkt.”
Auteur : Erik Durnez
Bron : Vokatribune april 2010