filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

18aug
10
 Geen zindelijke staatshervorming zonder herziening Financieringswet

De nieuwe staatshervorming mag er niet komen zonder een nieuw financieringsmodel voor ons land. Dat model moet de gewesten en gemeenschappen meer fiscale en financiële verantwoordelijkheid geven, en ze zo ook responsabiliseren.

 

Dit opiniestuk van Peter Leyman (gedelegeerd bestuurder Voka) verscheen in De Standaard op 18 augustus 2010.

 

Meer dan twee maanden na de verkiezingen lopen de preformatiegesprekken nog steeds, met bovenaan de agenda een “grote” staatshervorming. De onderhandelaars verdienen alle steun en krediet voor het zoeken naar een nieuw deugdelijk bestuursmodel voor dit land. Dit kan niet zonder een grondige herziening van de financiering van de gewesten en gemeenschappen, met meer fiscale en financiële verantwoordelijkheid. Een nieuw financieringsmodel dat responsabiliseert is niet het toetje of de kers op de taart. Het is de kern van de zaak. Zonder dit heeft verder  onderhandelen geen zin.

 

Natuurlijk is Voka blij met de plannen die er kennelijk zijn om grote delen van het arbeidsmarktbeleid naar de regio’s over te hevelen. Het is immers een goede zaak dat de gewesten  nog meer zouden  kunnen doen voor de activering van mensen en voor het doelgroepenbeleid, op maat van de uitdagingen op hun  arbeidsmarkten. We hopen daarbij dat het resultaat coherent zal blijken te zijn.


En uiteraard kunnen we als werkgeversorganisatie alleen maar tevreden zijn als de regio’s autonoom kunnen beslissen over bepaalde fiscale aftrekmogelijkheden, wat hen bv toelaat om bedrijven met fiscale maatregelen te steunen ipv met subsidies. Net zoals het positief lijkt wanneer ook in de gezondheidszorgen en in de kinderbijslag de ’gemeenschappen meer zelf kunnen beslissen, en de koppeling maken met het gezinsbeleid en ouderenbeleid waarvoor ze reeds bevoegd zijn.


Maar het dient allemaal tot niets als niet tegelijk de financiering wordt aangepakt en de deelgebieden verantwoordelijk worden door hen autonomie te geven. Blijven werken met federale dotaties betekent het verderzetten van  het kwalijke consumptiefederalisme,  de financiering van regionale bevoegdheden via federale middelen. Met het doorschuiven van nieuwe bevoegdheidspakketten zonder  financiële en fiscale autonomie wordt dit consumptiefederalisme enkel nog versterkt.


Vandaag worden de regio’s in hoofdzaak op basis van dotaties gefinancierd. 80 (75?) procent van de middelen waarover Vlaanderen beschikt, zijn afkomstig van dotaties. En dat geldt ook voor  de middelen van Brussel en  Wallonië. Dit consumptiefederalisme heeft een aantal grote kwalen. Het stimuleert  de regio’s niet om zuinig met middelen om te springen, omdat de middelen toch gegarandeerd zijn en  de belastingbetaler er door regio’s niet zelf moet voor aangesproken worden. . Het zet niet aan om een moedig beleid van welvaart- en jobcreatie te voeren, want de inkomsten zijn er sowieso. Sterker nog, in het huidige financieringsmodel wordt een regio die beter presteert daarvoor zelfs bestraft. Zo pervers is de Financieringswet: als Wallonië en Brussel een economische inhaalbeweging maken, verliezen ze daardoor federale inkomsten, met name door de vermindering van de solidariteitstussenkomst.


Het belangrijkste punt dat vandaag op de onderhandelingstafel moeten liggen, is dan ook een fundamentele herziening van de Financieringswet, met veel meer fiscale autonomie voor de regio’s. Zodat de regio’s over eigen fiscale inkomsten beschikken, uit personen- en uit vennootschapsbelasting (dit laatste punt is wel reeds van tafel gehaald! Maar belet niet dat wij ons standpunt herhalen, mag dus blijven staan ).Zodat ze hun beleid  “in de diepte”  kunnen  richten op groei en jobs, die zorgen voor een breder fiscaal draagvlak.  En daardoor  voor meer  centen in de eigen portemonnee.


Een dergelijke responsabilisering van de regio’s is niet alleen goed voor elke regio, ze is ook positief voor het federale niveau. Omdat ze aanzet tot zuinig beleid en tot groei en jobcreatie. En zo de financiering verzekert van de sociale zekerheid en de solidariteit tussen de burgers en de regio’s in dit land. ,  Dergelijke fundamentele herziening van de Financieringswet is  de enige manier  om de (federale) kosten van de vergrijzing betaalbaar te houden.


Voka heeft in die gedachtegang een concreet voorstel uitgewerkt voor een nieuwe Financieringswet. We hebben een model uitgewerkt dat dotaties vervangt door eigen belastingen, vnl. personenbelasting en deels vennootschapsbelasting. Vives, het Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving, berekende de effecten van dit model. Op termijn zijn die voor alle regio’s zowel als voor de federale overheid positief. Brussel zou relatief het meeste voordeel doen,  300 miljoen euro extra  inkomsten. Waarom? Omdat het nieuwe model Brussel via een deel van de vennootschapsbelasting honoreert voor zijn economische functie, voor de welvaartscreatie die ook de rest van het land ten goede komt. Het model geeft Wallonië een enorme stimulans om economisch bij te benen: de extra fiscale ontvangsten van de Waalse groei zouden voor nagenoeg 60% ten goede komen van de schatkist van het Waalse gewest en Franse gemeenschap samen, terwijl in het huidige systeem dit amper 20% is.(en voor het Waalse gewest alleen zelfs negatief). Dit biedt Wallonië dus een enorm budgettair groeipotentieel.


Responsabilisering, de herziening van de Financieringswet: dàt moet de kern zijn van de staatshervorming. Als dat onbespreekbaar is, dan hoeft die hele oefening voor ons niet. Consumptiefederalisme blijft consumptiefederalisme, ook al wordt het kamerbreed uitgerold.

 

Peter Leyman

Gedelegeerd bestuurder

Voka, Vlaams netwerk van ondernemingen

 

Bron : Opiniestuk De Standaard, 18/08/2010

terug