filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

30aug
10
 Geen sprake van inkorting Belgische aanvullende pensioenrechten

De Nederlandse pensioenfondsen moeten de pensioenen verminderen ('inkorten'). Staat ons in België ook een inkorting van de pensioenrechten te wachten of moeten we ons geen zorgen maken?

 

Situering eind 2008

Eind 2008 kampten een aantal pensioenfondsen in België met een onderfinanciering. De waarde van hun activa volstond niet meer tot dekking van hun pensioenverplichtingen. Aangezien activa van pensioenfondsen gewaardeerd worden aan marktwaarde, hadden de beursverliezen van eind 2008 een onmiddellijke impact op het bedrag van de activa van pensioenfondsen. Ook de verzekeringsondernemingen stonden eind 2008 onder druk.

 

Herstel in 2009

Onder toezicht van de CBFA (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen), hebben de pensioenfondsen de nodige herstelplannen uitgewerkt met maatregelen om de onderfinanciering ongedaan te maken. Vaak werden de bijdragende ondernemingen (sponsors-werkgevers en sectorinrichters) gevraagd om bijkomende bijdragen te storten aan hun pensioenfonds of levensverzekeraar. Andere herstelmaatregelen waren een bijsturing van het beleggingsbeleid, een betere risicobeheersing, het verstrekken van achtergestelde leningen,…

 

Tegelijkertijd herpakten de financiële markten zich. Pensioenfondsen zetten in 2009 een gemiddeld rendement neer van ongeveer +15%. Eind 2009 was de situatie grotendeels hersteld: weinig pensioenfondsen vertoonden nog een onderfinanciering en de meeste bouwden opnieuw een buffer op. Ook de levensverzekeraars vertoonden positieve resultaten.

 

De druk van de lage rente in 2009 - 2010

Een 10-tal dagen geleden zakte de langetermijnrente in België onder de 3% (rente op Belgische staatsobligaties met een looptijd van 10 jaar). Indien de langetermijnrente daalt, stijgt de waarde van de toekomstige pensioenverplichtingen. Men moet vandaag dan immers meer geld opzij zetten om hetzelfde pensioen te betalen over 20 jaar. Als de rente slechts 3% bedraagt in plaats van bvb 5%, dient de reserve vandaag een stuk hoger te liggen.

 

Dekkingsgraad onder druk

Bij een 100% dekkingsgraad is er een financieel evenwicht aangezien de activa van de pensioeninstelling volledig de pensioenverplichtingen (=passiva) dekken. Lagere beleggingsresultaten drukken evenwel op de waarde van de activa en een aanhoudende lage langetermijnrente verhoogt de waarde van de passiva. Waakzaamheid inzake de dekkingsgraad is dan ook geboden omdat het evenwicht tussen activa en passiva fragiel lijkt.


In Nederland wordt bij een 10-tal pensioenfondsen een inkorting aangekondigd omdat verwacht wordt dat zij er niet zullen in slagen het financieel evenwicht te herstellen binnen een vooropgestelde termijn van 5 jaar. Staat ons dat hier in België ook te wachten?

 

Enkele verschillen tussen Nederland en België

In Nederland ontvangen de gepensioneerden hun aanvullend pensioen als een rente. In België wordt bij pensionering meestal een kapitaal uitgekeerd. Op dat ogenblik eindigt de verplichting van de pensioeninstelling. Gepensioneerden die hun kapitaal opnamen, hebben dan ook niets te vrezen.


Voorts biedt de Belgische sociale wetgeving aan werknemers een extra bescherming. De sponsor-werkgever of sectorinrichter is krachtens de WAP (Wet inzake Aanvullende Pensioenen) verplicht om eventuele tekorten aan te zuiveren. De Nederlandse reglementering voorziet niet in dergelijke automatische verplichting voor de werkgever. Werknemers in België moeten dus in principe niet vrezen voor een inkorting van hun verworven pensioenrechten.


Naast het feit dat de Nederlandse en de Belgische reglementeringen ook andere berekeningsbasissen van pensioenverplichtingen hanteren (waarbij de Nederlandse regels weinig flexibel en zeer strikt zijn, daar waar de regels in België eigen zijn aan elke instelling en plan, weliswaar met een minimum dat bepaald wordt door de sociale wetgeving), aanvaarden de Nederlandse en de Belgische toezichthouders ook andere herstelmaatregelen en hersteltermijnen.

 

De CBFA heeft in 2009 geëist dat pensioenfondsen het tekort per 31.12.2008 ten aanzien van de zgn. korte termijn technische voorzieningen (die de verworven rechten van de aangeslotenen dekken, zoals bepaald door de sociale wetgeving) tegen uiterlijk 31.12.2009 zouden wegwerken. Dit was een zeer korte termijn die over het algemeen gerespecteerd werd omdat de werkgever mee aangesproken werd voor het tekort in de pensioeninstelling.

 

Rechten van de aangeslotenen bij een DB-, DC- en CB-pensioenplan

Werknemers die aangesloten zijn bij een pensioenplan van het type “defined benefit” (DB-vaste prestaties), hebben recht op een aanvullend pensioen zoals bepaald door de formule van hun DB-pensioenreglement. De werkgever zal eventuele tekorten in de pensioeninstelling moeten aanzuiveren. In een klimaat van lage langetermijnrente en lage beleggingsresultaten zal de kost voor de werkgever stijgen. De pensioenrechten die verworven zijn op basis van de verleden diensttijd, zullen moeten gerespecteerd worden en de werkgever zal extra moeten betalen.

Een werkgever die het moeilijk krijgt om de pensioenkost ten laste te nemen, zal eventueel overwegen om zijn pensioenplan aan te passen naar de toekomst toe. De geijkte wijzigingsprocedures zullen dan moeten in acht genomen worden, met consultatie en informatie naar de werknemers en hun vertegenwoordigers toe.


Werknemers die aangesloten zijn bij een pensioenplan van het type “defined contribution” (DC-vaste bijdragen) of “cash balance”, hebben bij pensionering, uittreding of opheffing van het plan recht op de kapitalisatie van de bijdragen (zoals wettelijk bepaald) aan een minimaal gewaarborgd rendement van momenteel 3,25% op de werkgeversbijdragen en 3,75% op de werknemersbijdragen. De werkgever is verplicht om eventuele tekorten aan te zuiveren.

Nochtans lijkt het moeilijk aanneembaar dat de werkgever uiteindelijk deze 3,25% en 3,75% zal moeten blijven ophoesten als de markt zelf er niet meer in slaagt om dergelijk rendement te behalen. De wetgeving voorziet in de mogelijkheid dat deze waarborgpercentages aangepast kunnen worden. Indien de langetermijnrente gedurende lange tijd onder de 3% zal blijven, mag redelijkerwijze verwacht worden dat de waarborgen dienovereenkomstig aangepast zullen worden.

 

Besluit

In de nasleep van de financiële crisis drukken lage beursresultaten de rendementen van de pensioeninstellingen, terwijl de lage langetermijnrente de waarde van hun toekomstige pensioenverplichtingen doet stijgen. In een tiental Nederlandse pensioenfondsen wankelt het financiële evenwicht en kondigt men vanaf volgend jaar een inkorting van de pensioenen aan. In België is de dekkingsgraad opnieuw gezond en is er geen sprake van inkortingen, maar waakzaamheid lijkt wel op zijn plaats.

 

Auteur : Lut Sommerijns, advocaat Loyens&Loeff, lut.sommerijns@loyensloeff.com
Bron : talent@voka 20 - september 2010

terug