Nieuws
Hoe ga je daarmee om? Omdat het een bagatel is, schuif je ze aan de kant. Of: omdat het een bagatel is, los je die eerst op. Want als je een bagatel niet kan oplossen, hoe kan je dan in godsnaam de belangrijke dingen aanpakken?
Een bagatel die niet opgelost raakt
Dat is – simpel uitgedrukt – het probleem dat sedert 2007 de federale regering verlamt.
Of is het toch geen bagatel? Een probleem dat een regering de jongste drie jaar immobiliseert, kan toch geen anekdote zijn!
Een bagatel waarbij de ene van de andere zegt dat hij nazipraktijken hanteert en de andere beweert dat hij vergelijkbaar is met Dutroux… Mensen zijn al hoffelijker met elkaar omgesprongen. Bonjour les dégâts in het buitenland. Bij het imago dat we – nota bene – zelf ophangen van onze samenleving, moet je als lezer van pakweg El Pais toch wel een wenkbrauw fronsen.
Iemand moet mij helpen. Je kan een redelijke mens niet wijsmaken dat een burenruzie (laten we wel wezen: Sint-Genesius-Rode telt 10.000 inwoners) niet op te lossen is. Een beetje schepencollege weer hier raad mee. Laat staan dat er een federale regering over zou vallen!
Hier is dus meer aan de hand. Het is een opeenstapeling van tegengestelde maatschappijvisies (‘de rechten van een mens worden bepaald door de plek waar hij zich bevindt’ versus ‘die rechten zijn onlosmakelijk verbonden aan zijn persoon, waar hij zich ook bevindt’), van kortlopende electorale berekening (de club van Maingain is in de Brusselse rand goed voor 100.000 stemmen) en van een behoorlijke dosis onwil. Onwil, omdat toegeven op die bagatel ook de toon zou zetten voor de verdere staatshervorming.
Want daar is iedereen het merkwaardig genoeg dan wel over eens. Boven en onder de taalgrens. Tenminste, dat zeggen ze toch.
Ondertussen woedt de economische oorlog daarbuiten. En het zijn niet het verbeterd ondernemersvertrouwen of het voorzichtig aantrekken van de arbeidsmarkt die onze bezorgdheid temperen. België en zijn politiek apparaat zijn niet aangepast om de ondernemingen adequaat te steunen in de grote transfomatie die voor de deur staat.
De loonkostenhandicap tegenover onze buurlanden blijft 11 procent, de hervorming van de pensioenen staat niet verder dan een – eindelijk – gedeelde diagnose zonder richting voor oplossingen. En we moeten een schuldprobleem klaren waar enige alertheid en snelheid op zijn plaats zouden zijn. Om over het overheidsbeslag maar te zwijgen.
Kijk dan eens naar Nederland. De Nederlandse ambtenarentop (dus niet de regering) heeft recent per beleidsdomein een interessante doorlichting gemaakt van het besparingspotentieel in de administratie. Ze hebben vier scenario’s voorgesteld waaruit de politiek kan kiezen.
Het is een in ons land gekend en niet opgelost thema: de noodzaak van besparingen bij de overheid. Wij noemen dat efficiëntieverbeteringen. Omdat, net zoals in zovele andere dossiers, de dingen niet meer bij naam genoemd mogen worden (zie ook het verhaal van die brug die een tunnel moet worden als het geen brug blijft).
Op het moment dat de Nederlandse ambtenaren met de toekomst bezig zijn en om die evidente reden besparingsvoorstellen doen, leren wij uit een studie van Koninklijk commissaris Guido De Padt, belast met euh… enfin iets met overheidsefficiëntie, dat één derde van de federale ambtenaren de telefoon niet opneemt.
Scherper en schrijnender kan het verschil niet zijn. Het verschil tussen zijn en schijn.
Wat daar is, zo lijkt het althans, het apparaat grootmeester in geworden: schaduwboksen.
Schaduwboksers in een fictieve wedstrijd
Zonder plan, zonder visie of bevlogenheid.
In het Frans: on prend l’agitation pour de l’action.
We maken veel stof en we gaan niet vooruit.
Auteur : Jo Libeer
Bron : Vokatribune mei 2010
terug