filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

07jun
10
 EU-commissaris Karel De Gucht

In elke periode van economische crisis steken protectionistische reflexen de kop op. “Mensen denken inderdaad vaak dat vrijhandel de oorzaak is van crisis”, zegt EU-commissaris van Handel Karel De Gucht.

“Ik ben de missionaris van de internationale handel”

 “Terwijl precies het omgekeerde het geval is. De economische groei van de voorbije decennia is precies aan de toenemende wereldhandel toe te schrijven.”

 

Handel is een zwaar departement in de EU-Commissie. Geen wonder: de Europese Unie is nog altijd de grootste speler in de wereldwijde handel. Maar politiek is handel vandaag een lastig dossier. De Doha-ronde voor een nieuw wereldwijd handelsakkoord ligt op apegapen, bilaterale handelsakkoorden tussen de EU en opkomende landen zijn de norm. Werk zat voor de EU-commissaris. De Voka-Kamer Limburg kan ervan meespreken: toen Karel De Gucht enkele weken geleden op een avond kwam spreken, moest het uur van zijn toespraak bij herhaling, en letterlijk tot op het laatste moment aangepast worden, om rekening te houden met de evoluties in zijn agenda. Maar hij gaf er wel present.

 

U bent nu enkele maanden EU-commissaris van Handel. Wat is uw ervaring?
“Dit is geen makkelijke functie, maar het is wel heel fascinerend. Ik voel me er perfect in thuis. Dit is immers bij uitstek een combinatie van economie en politiek. In internationale handel loert politiek altijd om de hoek. Geostrategische overwegingen zijn vaak heel belangrijk. Veel beslissingen zijn eerder politiek dan wel economisch geïnspireerd. Denk maar aan de discussie rond de zogenaamde rare earth minerals, de zeldzame mineralen die zo belangrijk zijn voor mobiele telefonie. China heeft de controle over 95 procent van die grondstoffen. Dat is zeker een strategische optie. Het doel is om buitenlanders te verplichten om in China te produceren. Zo voeren ze daar industrieel beleid.”
“Dat grote raakvlak tussen politiek en economie, dat boeit me enorm.”

 

risico-avers

Maar de wereldhandel staat vandaag wel onder druk.
“Ik ben een missionaris geworden van de internationale handel. Het is niet zo makkelijk, in een economische crisis. De verleiding van protectionistische maatregelen is zo groot. In crisistijd willen mensen beschermd worden. De neiging groeit dan om zich op te sluiten in de eigen logica, om zich af te sluiten. Dat is een heel sterke reflex: mensen willen per se behouden wat ze hebben, eerder dan de poorten open te gooien, nieuwe markten te veroveren, risico’s te nemen. Over het algemeen gesproken zijn mensen heel risico-avers.”

 

Is het protectionisme echt toegenomen?
“De druk is groot, maar in de feiten valt het nog wel mee. Om cijfers van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) te citeren: tussen oktober 2008 en oktober 2009 werd ongeveer 0,8 procent van de wereldhandel gehinderd door protectionisme. Intussen is dat nog maar 0,4%. Ik vind dat heel weinig.
Zeker als je er rekening mee houdt dat bepaalde protectionistische maatregelen al een lange geschiedenis hebben. Het aantal nieuwe protectionistische maatregelen blijft dus beperkt.”
“Protectionisme vind je bovendien vooral in landen die geen deel uitmaken van de WHO. Dat is natuurlijk wel logisch: een WHO-lid dat protectionistische maatregelen neemt, krijgt meteen een procedure tegen zich. Een voorbeeldje? China is WHO-lid, Rusland niet. In China zie je geen protectionisme. Terwijl Rusland gewoon zijn tarieven verhoogt als het daar zin in heeft.”
“We merken ook dat protectionisme vaak te maken heeft met overheidsopdrachten, het is vooral gesitueerd in landen die geen deel uitmaken van de Government Procurement Agreement (GPA), het akkoord dat de overheidsaanbestedingen internationaal heeft
geliberaliseerd.”

 

Dat klinkt geruststellend.
“Maar dat is het toch niet, hoor. Het risico is reëel, en statistisch neemt het toe naarmate we dichter bij het einde van een crisis komen. Dat is logisch, want op het keerpunt van zo’n golfbeweging neemt de werkloosheid het snelste toe. In een eerste fase van een crisis proberen bedrijven hun mensen – hun menselijk kapitaal – nog zoveel mogelijk te behouden. In de laatste fase is dat het moeilijkste. En dan groeit de roep om ‘iets’ te doen.”
“En dan is het hek snel van de dam. Om u een cijfer te geven: als alle lidstaten hun tarieven zouden optrekken tot het hoogste niveau sinds 1995, zou dat 134 miljard dollar uit de markt trekken. Trekken ze hun tarieven op tot het maximaal door de WHO toegelaten niveau, dan spreken we over 350 miljard dollar. En dan hebben we het alleen maar over de tarieven.”
“Maar u hebt gelijk: alles bij mekaar valt het nog altijd mee. Het is niet allemaal kommer en kwel. De wereldhandel is de jongste maanden weer snel aan het stijgen. En de WHO staat er nog altijd. Gelukkig maar. Want de vrijhandel is verantwoordelijk voor het grootste stuk van de welvaartsgroei van de voorbije decennia.”

 

trade, not aid

Vrijhandel heeft vooral voordelen?
“Absoluut. Wereldhandel is van essentieel belang voor Europa in het algemeen, en voor Vlaanderen in het bijzonder. Dat kunnen we aantonen.”
“In de periode 1980-2007 is de wereldhandel met een factor zeven toegenomen. De jobs die met wereldhandel te maken hebben, zijn gestegen van 225 miljoen naar 1 miljard. De vrijhandel heeft 1,2 miljard mensen uit bittere armoede gehaald. Alleen al in China gaat het om 400 miljoen mensen.”
“Handel heeft op twintig jaar dus meer gedaan dan decennia van ontwikkelingshulp. Begrijp me niet verkeerd: ik heb veel sympathie voor de mensen die zich inzetten voor ontwikkeling. Maar trade is veel effectiever gebleken dan aid.”

 

De WHO staat er nog, zei u. Maar de Doha-ronde ligt wel stil.
“Maar dat ligt niet aan de WHO. Het zijn de VS en India die een doorbraak blokkeren.”
“De Doha-ronde had grote ambities: het moest een multilateraal akkoord zijn voor alle leden van de WHO en voor de ontwikkelingslanden in het bijzonder, de overdreven bescherming van de landbouw zou teruggedrongen worden, net als de niet-tarifaire belemmeringen, noem maar op.”
“Doha kan verreikende gevolgen hebben: een akkoord op basis van wat in 2008 op tafel lag, kan 167 miljard dollar extra groei van het bruto wereldproduct opleveren – bijna een kwart daarvan voor de EU en de helft binnen de eerste vijf jaar. Dat is toch enorm belangrijk. Zo’n enorme groeistoot zou welkom zijn, want we hebben een groeiritme van meer dan twee procent per jaar nodig om onze sociale zekerheid te kunnen blijven financieren. Als we dat niet voor mekaar krijgen, gaan we regelrecht naar een verarming. Wel, Doha kan voor zo’n groei zorgen.”

 

bilateraal

Maar die impuls komt er niet, want een multilateraal akkoord lijkt verder weg dan ooit.
“De beste oplossing is een multilateraal akkoord, maar dat is ook het moeilijkste te bereiken. Geen Doha-akkoord betekent dus een verzwakking. En voor ons, de EU, is dat een flinke tegenvaller, want wij zijn de grootste speler in de wereldhandel.”
“Dus gaan we in afwachting van een multilateraal akkoord voor bilaterale akkoorden. Met Zuid-Korea hebben we pas een akkoord gesloten. Dat is een goed akkoord: Zuid-Korea zal zijn auto’s goedkoper dan Japan naar de EU kunnen exporteren, maar daar staat een drastische verlaging van de niet-tarifaire invoerbelemmeringen in Zuid-Korea tegenover.”
“Met India zijn de gesprekken in de beslissende fase beland. Ik maak me geen illusies, dat zal wellicht geen eenvoudige zaak zijn. We hebben besprekingen met Canada, maar de handel met dat land is niet zo belangrijk. Er is een akkoord met Peru en met Colombia, ook al is er in dat laatste land een delicaat probleem met endemisch geweld. En we hebben net beslist om ook gesprekken aan te knopen met Mercosur, dat is dus Brazilië, Argentinië en Paraguay. Samen zijn die goed voor een bbp van 1,3 miljard euro, da’s toch niet niks. Natuurlijk zal dat ook niet zomaar van een leien dakje lopen, Argentinië en Brazilië zijn grote en efficiënte vleesproducenten. Dat zal wel botsen, want ook hier in Vlaanderen hebben we nog altijd meer varkens dan mensen.”

 

Hoe relevant zijn die bilaterale akkoorden voor Vlaamse ondernemingen?
“Heel relevant. Dit type van overeenkomsten wordt gemaakt op maat van de kmo’s. Grote ondernemingen hebben zo’n akkoorden niet zo broodnodig: zij hebben een grote organisatie, zij weten hoe ze een land binnen kunnen geraken. Kmo’s kennen die wegen niet. Wij proberen daar iets voor te doen. Wij proberen al die niet-tarifaire hindernissen tot de markt weg te werken.”
“We zouden er ook moeten in slagen om de niet-tarifaire belemmeringen met de VS weg te werken.
Toegegeven, zij hebben zeer lage tarieven. Maar ze hebben wel honderden regeltjes en maatregelen om de deur voor invoer dicht te houden. Neem bijvoorbeeld de Jones Act, die de toegang voor niet-Amerikaanse baggermaatschappijen onmogelijk maakt, zogenaamd om strategische redenen. Dat wil dus zeggen dat Denul of Deme, de twee grootste Europese baggeraars, daar niets kunnen gaan doen.”
“Wij hebben berekend dat als de VS de helft van de niet-tarifaire belemmeringen zou afbouwen, dat een effect zou hebben van drie keer de Doha-ronde. Drie keer! En ook voor de VS zou dat een positief effect geven.”

 

Waarom gebeurt dat dan niet?
“Kent u het soort experimenten die vaak aan faculteiten economie worden georganiseerd? De helft van de studenten krijgt een unieke sjaal met het embleem van de faculteit, de andere helft krijgt niets. Dan vraagt men aan de ene groep tegen welke prijs ze hun sjaal zouden willen verkopen, en aan de andere hoeveel ze voor zo’n sjaal zouden willen betalen. De typische uitkomst: mensen in de eerste groep zetten hun prijs dubbel zo hoog als wat mensen uit de tweede groep bereid zijn te geven. Dat heet loss aversion. Mensen zijn vreselijk bang om wat ze hebben, kwijt te geraken. Dat is een dynamiek die ook speelt in de internationale handel.”


Bio Karel De Gucht

° 1954
Studeerde Rechten (VUB)
1980: EU-Parlementslid
1994: Senator
1995: Vlaams Parlementslid
2003: Kamerlid
2004: Minister van Buitenlandse Zaken
2009: EU-commissaris voor Ontwikkelingssamenwerking
2010: EU-commisaris voor Handel (tot 2014)

Mandaat EU-commissaris:
“Mijn rol bestaat erin de vrije handel verder te bevorderen. De afronding van de Doharonde is daarin een belangrijk doel. Andere belangrijke dossiers zijn onder andere het afsluiten van vrijhandelsakkoorden, de coördinatie van de Transatlantische Economische Raad met de VS en de ‘High Level Economich Dialogue’ met China, en het versterken van de economische relaties met andere handelspartners.”

Auteur : Erik Durnez
Bron : Vokatribune juni 2010

terug