filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Infotheek

12sep
06
 Zeer grote stap nodig

De Vlaamse regering noemt haar plan Vlaanderen in actie, Voka spreekt over het radicaal vernieuwen van ons economisch DNA.

De twee plannen vertrekken grotendeels vanuit dezelfde analyses, en brengen vaak gelijkaardige oplossingen. snelbericht ging in een dubbelgesprek met Yves Leterme en Urbain Vandeurzen op zoek naar de verschillen in aanpak, en kwam uit op talrijke mogelijkheden tot synergie.

 

Yves Leterme en Urbain Vandeurzen plannen de toekomst van onze economie

 

U heeft beiden plannen om de toekomst van Vlaanderen vorm te geven. Hoe verhouden het plan-Leterme en het plan-Vandeurzen zich tot elkaar?
Yves Leterme, Vlaams minister-president:
“Het plan van de nieuwe voorzitter van Voka is voor mij een belangrijke inspiratiebron geweest. De basisidee is in beide plannen hetzelfde: er is vandaag een absolute nood om op alle domeinen op een andere manier een beleid te voeren of een bedrijf te organiseren. Mijnheer Vandeurzen noemt dat een permanente transformatie. We zitten bovendien in een concurrentiestrijd tussen economieën die veel minder lokaal of geografisch gedifferentieerde troeven op tafel leggen. Of je nu in Helsinki bent, in China of in Québec, … die regio’s mikken op ongeveer dezelfde dingen. De Vlaamse regering legt nu net als Voka een economisch plan voor. We zeggen al twee jaar dat economie belangrijk is en we blijven op die nagel kloppen. We zeggen als Vlaamse regering dat als we de welvaart hier willen houden, dat we dan de economie moeten versterken. En dat kan bijvoorbeeld betekenen dat de wachtlijsten in de zorg slechts gedeeltelijk worden aangepakt, omdat er ook voldoende geld moet zijn voor een innovatiebeleid. Ik vind het belangrijk dat er een visie naar voren geschoven wordt waarin de economie nadrukkelijk centraal staat.”

 

Urbain Vandeurzen, voorzitter Voka: “Ik ben het daar helemaal mee eens. Vlaanderen is aan het achteruitgaan in de competitiviteitslijsten. Je kan het probleem niet oplossen met een aantal eenvoudige ingrepen. Daarom pleit Voka ervoor om het ganse wezen van onze economie te transformeren. Het vernieuwen van het DNA van onze economie zorgt ervoor dat je concurrentievermogen creëert op lange termijn. De oplossing die Voka voorstelt, is eigenlijk vrij simpel. Luisteren naar je klanten, je richten op de nieuwe internationale markten met veel potentieel, innoveren in de meest brede zin van het woord en investeren in de mensen in je organisatie. Iedere goede bedrijfsleider weet dat intuïtief. Met kostenconcurrentie alleen red je het niet. We moeten specialiseren, innoveren en internationaliseren. We vinden het ook zeer positief dat de Vlaamse regering heeft erkend dat Vlaanderen een formeel plan nodig heeft. Maar de stap die we moeten zetten om echt op topniveau te concurreren, is een zeer grote stap.”

 

Hoe groot is die stap volgens u?
Vandeurzen
: “We staan in Europa op de 30ste plaats van de 125 regio’s wat betreft het BBP per persoon en gecorrigeerd met pendelarbeid van Vlaanderen naar Brussel op de 18de plaats. We moeten in het toptienpercentiel geraken. Maar vooral de duurzaamheid van die welvaart moet verbeteren. We staan slechts op de 73ste plaats wat betreft loonkosten per eenheid product en op de 83ste plaats wat betreft werkgelegenheidsgraad. Onze welvaart is vandaag voornamelijk gebaseerd op hoge arbeidsproductiviteit en op productiemethodes die in essentie gedelokaliseerd kunnen worden. Dus de welvaart die we vandaag hebben, is niet houdbaar. Denk ook aan de toenemende kosten van de vergrijzing. Daarom moeten we ook het economisch draagvlak voor die welvaart substantieel vernieuwen en op meer innovatieve producten en diensten richten.”

 

Leterme: “Maar dat is een heel complexe oefening. Het feit dat we weinig hoofdkwartieren hebben van multinationale bedrijven speelt daar ook in mee. Maar u heeft overschot van gelijk. We zijn heel straf geweest in procesinnovatie - omwille van de loonkost - en misschien te weinig in nieuwe technologieën, producten en dienstverlening. Andere economieën, ook Europese, zijn daar sterker in. Als we er niet in slagen om meer echt nieuwe dingen te produceren of meer echt nieuwe diensten te ontwikkelen, lopen we inderdaad het risico om nog meer af te glijden.”

 

Mijnheer Vandeurzen, u focust op de transformatie van het economisch DNA. Mijnheer Leterme, u gaat breder maatschappelijk. Is dat een zwakte of net een sterkte?
Leterme:
“Er zijn inderdaad een aantal assen die niet alleen te maken hebben met dat versneld veranderingsproces, maar ook die assen zijn essentieel vanuit sociaal-economisch oogpunt. Alle mensen moeten meekunnen, en dat gaat dan breder dan het bedrijfsniveau. We hebben er bovendien heel bewust voor gekozen om het plan te vertalen in projecten. Er zijn er nog meer mogelijk en zelfs nu al beschouwt men het plan als een Trois Suisses-catalogus. Maar ik weet wel dat deze projecten gerealiseerd zullen zijn. En dat zal dan misschien niet de hoge vlucht zijn van de brede visionaire pistes, maar er zal wel iets gebeurd zijn dat de economie versterkt.”

 

Vandeurzen: “Ook het plan van Voka gaat breder dan enkel de bedrijfseconomische processen. Het plan heeft als doelstelling economische groei en jobs - en dat is een sociale doelstelling. Bedrijven hebben de beste talenten nodig en willen die samen met het onderwijs ontwikkelen. En zo creëren we tegelijkertijd een groot maatschappelijk ontwikkelingspotentieel: je wapent de mensen meer om zichzelf via talenten waar te maken. En dat maatschappelijk verhaal spoort tegelijkertijd met de economische belangen. Het plan dat wij voorleggen, is dus aan de ene kant hard noodzakelijk voor de economische competitiviteit van Vlaanderen, maar is tegelijkertijd ook een zeer maatschappelijk plan. Degenen die denken dat ons plan enkel een puur, hard economisch verhaal is, hebben ongelijk.”

 

Mijnheer Leterme, u stelt dat u het engagement van elke Vlaming nodig heeft. Is dat niet moeilijk in een maatschappij die toch vrij apolitiek en zelfgenoegzaam is?
Leterme:
“Nu een sense of urgency creëren die de mensen in stelling moet brengen om ervoor te gaan, wordt inderdaad moeilijk. Er zijn bijzonder veel Vlamingen die zich niet bedreigd voelen in hun inkomen. Wie om kan met verandering, kan er vandaag goed mee leven dat hij jobzekerheid heeft en geen werkzekerheid. Er zijn heel wat mensen die vinden dat ze vooruitgaan, en de vervluchtiging van sociale verbanden leidt ertoe dat mensen individualiseren. Als het in hun cocon wel goed marcheert, krijg je er bij hen ook geen sense of urgency in. Nu, de impact van de overheid op de samenleving is nu eenmaal anders dan vroeger. Je moet mensen overtuigen. Dat werkt ook beter dan een richting op te leggen en iedereen te dwingen in die richting mee te gaan. Na de verkiezingen krijgen we hopelijk wat politieke ruimte om communicatief wat meer te doen met het plan.”

 

Vindt u, mijnheer Vandeurzen, dat het plan van de minister-president ver genoeg gaat?
Vandeurzen:
“Op het niveau van pure overheidsefficiëntie is er een uitdaging op federaal, Vlaams en lokaal niveau. In het plan wordt er nog geen becijfering vermeld. Nochtans zijn al onze overheden samen 5% van het BNP te duur in vergelijking met het Europese gemiddelde. Dat is 15 miljard euro per jaar, een heel pak geld. Om het simpel te houden: de helft daarvan zit in de sociale zekerheid en uitgaven in de gezondheidszorg, en de andere helft gaat naar bestedingen van de overheid. En daarvan zit volgens een studie van McKinsey ongeveer 70% bij de Vlaamse en de lokale overheden. De overheid zou hier ook een transformatietraject voor moeten volgen en klantgericht leren denken, kostenefficiënter werken, innoveren en digitaliseren en zichzelf voortdurend blijven evalueren.”

 

Leterme: “Er zijn heel wat overheidsinstellingen die wel zeer behoorlijk presteren. Ik denk dat Urbain Vandeurzen wel gelijk heeft als hij zegt dat het overheidsbeslag te groot is. We willen dat oplossen op een manier waarop de overheid nog blijft draaien. Een overheid die om de haverklap met stakingen te maken heeft, werkt ook niet goed.”

 

Mijnheer Leterme, wat verwacht u van Voka?
Leterme:
“Ik denk dat wij de medewerking en de betrokkenheid van Voka moeten verdienen als Vlaamse regering. We hebben nu het actieplan op tafel gelegd. Het is nu een absolute must om vanaf september-oktober met Voka en met andere mensen rond de tafel te zitten over de concrete uitvoering. Voka kan ons die overslag naar de bedrijfsleiders en de mensen in de bedrijven helpen bieden. Maar het zal geven en nemen zijn. Voka zal zich ook niet zomaar voor onze kar laten spannen. En omgekeerd denk ik dat Voka er ook begrip voor moet hebben dat de Vlaamse regering met allerlei factoren rekening moet houden. Ik heb overigens die lijst van de mensen in het bestuurscomité van Voka nog eens bekeken. Dat zijn mensen die je niet met een slogan of verpakking vangt. Het moet dus gaan over iets concreets en het moet resultaat opleveren.”

 

U heeft ook uw eigen bestuurscomité opgezet: u organiseert een forum met 150 captains of society.
Leterme:
“Dat zijn mensen uit het onderwijs, uit de vorming, uit de wereld van innovatie en wetenschappelijk onderzoek, uit transport- en logistieke middens, … We brengen hen bijeen en laten ons door hen inspireren over wat er wel en niet uitgevoerd zal worden. Ik geloof nogal sterk in die projectmatige aanpak.”

 

Vandeurzen: “Ook Voka gaat de volgende stappen goed voorbereiden. We hebben een aantal stuurgroepen samengesteld om aan het transformatieprogramma mee te werken. In totaal hebben we daar zo’n 200 mensen voor gevraagd. Hun verantwoordelijkheid is nu het economische luik invullen met kwantitatieve doelstellingen. Op die manier kunnen we een projectkader creëren voor het transformatieprogramma. Daarnaast willen we ook de essentiële succesfactoren, de middelen en de bijbehorende projecten definiëren. Dat is wat we op ons congres op 17 oktober willen presenteren, en dat kan belangrijke input opleveren voor het forum van de Vlaamse regering.”

 

“Verder verwachten wij van de Vlaamse regering dat ze zich inzet om een aantal bevoegdheden over te hevelen naar Vlaanderen. Voor ons geldt dat duidelijk voor alles wat met werkgelegenheid en fiscaliteit te maken heeft. Zonder die bevoegdheden kan het transformatieprogramma niet slagen. Die dossiers gaan we grondig voorbereiden voor de politieke onderhandelingen van de volgende verkiezingen. We zijn er niet gerust in dat er effectief een soort Vlaams front zal komen.”

 

Leterme: “We hebben in 2007 niet zozeer een front nodig, maar een breekijzer. Tegenover ons staat een front. We hebben een kracht nodig die dat front aan de overkant opheft en die zegt dat we niet met de federale regering van start zullen gaan en liever enkele maanden pijn lijden met een moeilijke regeringsvorming. De zwaartekracht van het economisch beleid moet starten vanuit de deelgebieden, vanuit Vlaanderen en Wallonië. Ik denk dat dat een heel duidelijke ambitie is voor 2007. We hebben een heel eigenaardig federaal bestel. Het is het enige ter wereld dat middelpuntvliedend werkt. Normaal werken federale systemen middelpuntzoekend: men gaat vanuit gescheiden delen samenwerken. De Verenigde Staten en Duitsland zijn daar voorbeelden van. Wij werken in de tegenovergestelde richting en er zal wellicht nooit een rustpunt te vinden zijn - wat bijvoorbeeld door Wilfried Martens wordt gevraagd. Maar om dat systeem te doen draaien, heb je wel de brandstof van de verantwoordelijkheid nodig. Als deelregeringen niet verantwoordelijk zijn voor het resultaat, weze het via fiscale autonomie, weze het via al het dan niet incasseren van een dividend voor bijvoorbeeld een preventief gezondheids- of arbeidsmarktbeleid, dan werkt dat systeem niet.” 

terug