De vermindering van de administratieve overlast voor ondernemingen staat al een tijd bovenaan de agenda van de overheid. Toch deelt Kafka nog steeds de lakens uit, niet in het minst bij milieuzaken.
Daarom neemt Voka het probleem ter harte: momenteel legt het de laatste hand aan een Administratieve Lastenbarometer, die voor het eerst op de bedrijfsvloer zelf de knelpunten meet en op basis daarvan relevante beleidsvoorstellen wil aanreiken.
Voka en overheid werken aan oplossing
Administratieve overlast is weer bijzonder actueel, nu de Vlaamse overheid recent aankondigde er concrete stappen tegen te willen ondernemen. In het kader van dit themanummer over milieu peilde snelbericht bij zes bedrijven naar hun problemen met enkel de milieuprocedures. De conclusie is duidelijk: te lange doorlooptijd, te veel rompslomp en nutteloze verplichtingen, en te weinig flexibiliteit. Dat laatste horen we al meteen bij Ghislain De Waele, milieucoördinator van Friesland Foods in Bornem. Hij meent dat Vlarem II te nauwgezet wordt toegepast, en daardoor geen ruimte laat om in te spelen op plaatselijke situaties. “Als je maar een beetje afwijkt van de milieuvergunning, moet je al meteen een afwijking aanvragen. Men zou de bedrijven meer soepelheid moeten bieden. Zo hebben we bovengronds in de technische afdeling onvoldoende ruimte om te stockeren, en willen we daarom licht ontvlambare producten in kleine recipiënten, zoals bussen van vijf liter, opslaan in een kelder. Maar volgens Vlarem II mag je dergelijke stoffen in kleine recipiënten niet ondergronds opslaan, terwijl dat met grote recipiënten via de milieuvergunning wél kan. Absurd, want in ons geval zou opslag in de kelder nog een pak veiliger zijn ook. In het technisch atelier bovengronds vinden immers ook laswerken plaats. Tja, we hebben dus een afwijking moeten aanvragen, hé.”
“Milieuvergunningsdossiers? Die zijn gewoon niet bij te houden voor een snelgroeiend bedrijf”, meent Koen Deforche, plant manager van Pinguin in Westrozebeke. “Als je echt volgens de letter van de wet in orde wil zijn, moet je bij wijze van spreken bijna elke maand een andere milieuvergunning aanvragen of melding van kleine verandering indienen.” De woorden ‘oriënterend bodemonderzoek’ bezorgen Koen Deforche al helemaal koude rillingen. “Zwijg mij ervan”, zucht hij. “In 1999 werd er bij het oriënterend bodemonderzoek vervuiling vastgesteld op een van onze gronden. Daarop moest er een bodemonderzoek volgen om vast te stellen hoe ernstig de vervuiling was. Dan werd weer bekeken of er gesaneerd moest worden. Ja dus, waarop we een saneringsprogramma hebben ingediend bij Ovam.” Pinguin hield zich braafjes aan de procedures, en de sanering ging van start. Een operatie die uiteindelijk zo’n twintig jaar zal duren, maar of ze het gewenste resultaat zal opleveren, is nog maar de vraag. Deforche: “In de loop van de sanering hebben we een andere bodemdeskundige aangesteld. Die stelde vast dat een andere saneringstechniek betere resultaten zou opleveren.” Het bedrijf zelf wilde wel overschakelen op die nieuwe techniek, maar dat was buiten de administratieve molen gerekend: “Je kan maar overschakelen wanneer er een ander saneringsproject wordt ingediend. En tja, helemaal opnieuw beginnen, dat zagen we nu ook niet zitten …”
“De bestaande milieuwetgeving is zodanig log en uitgebreid dat er bijzonder moeilijk mee te werken valt”, vat Ludo De Ridder, milieucoördinator van Umicore Olen zijn standpunt samen. De milieuvergunningsaanvraag van Umicore kan dat alleen maar bevestigen. “Onze huidige vergunning vervalt in 2009. Wel, in maart dit jaar gaan we al beginnen aan de procedure voor hermachtiging. Drie jaar op voorhand dus. En die tijd gaan we nodig hebben, hoor.” De decretale milieu-audit, een evaluatie van de inrichting en de activiteiten op het gebied van milieu, kan ook op weinig bijval rekenen: “Die brengt voor ISO-gecertificeerde bedrijven niets op. We moeten dat opmaken, maar wat gebeurt ermee? Niets.” Was Ludo De Ridder minister van Milieu, hij zou in de eerste plaats de wetgeving vereenvoudigen, en alles beter op elkaar afstemmen. “En een einde maken aan de lettervreterij. Nu gaat de overheid te veel op zoek naar kleine tekortkomingen in een dossier, terwijl een globale visie vaak ontbreekt.”
De administratieve molen maalt niet alleen erg traag, in bepaalde gevallen maalt hij gewoonweg slecht. Volgens Vasco Degryse, preventieadviseur en milieucoördinator bij Deceuninck uit Hooglede, is dat al zeker het geval bij de regelgeving rond grondverzet, zo ondervond hij aan den lijve. “Vorig jaar wilden we een werkplaats bijbouwen, en daarvoor moesten grondwerken plaatsvinden. Tegelijk waren op vijftig meter van ons bedrijf wegenwerken bezig. Zij hadden grond nodig, wij hadden grond te veel. Tja, dan lijkt het logisch om onze grond - die trouwens op geen enkele manier vervuild was - vijftig meter te verplaatsen. Neen dus; puur omwille van administratieve redenen mocht dat niet.” De oriënterende bodemonderzoeken vormen een ander pijnpunt. “Soms heb ik de indruk dat men alleen maar omwille van tewerkstellingsredenen nagenoeg altijd overgaat tot een beschrijvend onderzoek. Bovendien sleept ook deze procedure erg lang aan. Zo hebben we een gebouw dat we wilden kopen, eerst nog twee jaar moeten huren voor alle bodemonderzoeken achter de rug waren.”
Volgens Jozef Van Trier, preventieadviseur van Agfa Gevaert, is er naast overbodig administratief werk bij milieuvergunningsaanvragen nog een ander gevaar. De huidige procedure creëert immers ook problemen met de vertrouwelijkheid van gegevens. “De dossiers zijn vandaag gewoon een legale vorm van industriële spionage, en dat zonder dat de betrokken bedrijven het zelf weten”, klinkt het. “Meer nog, ze bevatten een schat aan informatie die ook terroristische organisaties zomaar kunnen misbruiken. Het moet voor de bedrijven dan ook veel eenvoudiger worden gemaakt om vertrouwelijke gegevens te weren uit een milieuvergunningsaanvraag. Op verzoek kunnen ze dan wel aan de bevoegde ambtenaar worden overgemaakt.” Net als Ludo De Ridder van Umicore, zou Jozef Van Trier als minister meteen de wetgeving vereenvoudigen. “De minister is daar nu mee bezig; we verwachten er erg veel van. Daarnaast zouden er zeker geen nieuwe wetten mogen bijkomen. De bestaande volstaan ruimschoots.”
Ook bij BASF weet men maar al te goed hoeveel administratie een milieuvergunningsaanvraag allemaal met zich meebrengt. “Vooral sommige bijlagen zorgen voor overbodig papierwerk”, zegt Els Paredis, hoofd van de milieudienst. “Zo moeten alle voorgaande milieuvergunningen in tienvoud worden toegevoegd, terwijl de overheid die toch al ter beschikking heeft. Hetzelfde geldt voor de kadastrale plannen.” Er zijn nog andere bronnen van ergernis, de wetgeving over grondverzet en het milieueffectenrapport (MER) bijvoorbeeld. “De grond die op onze terreinen uitgegraven wordt, gebruiken we opnieuw elders op ons terrein. Dat wordt al beschouwd als grondverzet, met alle administratieve verplichtingen en kosten vandien. En eigenlijk wordt de doelstelling van de regelgeving rond grondverzet - de kwaliteit van de grond verzekeren - al gerealiseerd door het periodieke bodemonderzoek op het ganse terrein.” Bij de MER’s zijn de twee grootste knelpunten dan weer het veel te hoge aantal en de tijd die de opmaak in beslag neemt. “De productiecapaciteit van een van onze installaties werd de voorbije tien jaar enkele keren uitgebreid. Wel, daarvoor hebben we vier keer een volledig nieuw MER moeten maken, en twee keer het laatst beschikbare MER moeten actualiseren. En dat ondanks het feit dat alle te verwachten emissies vooraf bekend waren, en geweten was dat ze geen aanleiding zouden geven tot relevante milieu-effecten.” Bovendien duurt de opmaak van een MER ongeveer een jaar.
Het moge duidelijk zijn: Kafka beheerst nog steeds de administratie. Om daar een einde aan te maken, lanceerde de Vlaamse overheid de website www.samenvereenvoudigen.be, waarop ondernemers problemen kunnen signaleren en concrete suggesties doen voor beter en eenvoudiger ondernemen. Voka legt momenteel de laatste hand aan een Administratieve Lastenbarometer, die voor het eerst op de bedrijfsvloer zelf meet waar de knelpunten rond administratieve overlast zich precies bevinden. Dat moet uitmonden in concrete en relevante vereenvoudigingsvoorstellen, die zo kunnen leiden tot voelbare lastenverlagingen voor het bedrijfsleven. Eind maart publiceert Voka de resultaten in een brochure.