filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

30okt
09
 Ervaringsbewijzen uit de kinderschoenen

Vorig jaar kregen 479 mensen een ervaringsbewijs, of dubbel zoveel als in 2007. Dat is goed nieuws, want zo'n bewijs maakt iemand sterker op de arbeidsmarkt. Maar het ervaringsbewijs kan pas echt doorbreken als het beter bekend raakt, vindt Voka.

 

Hoog op de Europese agenda staat de invoering van een competentiegerichte benadering bij het opleiden en het ondersteunen van transities op de arbeidsmarkt. Ook Vlaanderen zet zich sinds 2004 in voor her erkennen van verworven competenties binnen de arbeidsmarkt. Het gaat dan om de titel van beroepsbekwaamheid, beter bekend als 'ervaringsbewijs'. Het ervaringsbewijs dient als validering voor zinvolle, aan een beroep verbonden competenties, ongeacht hoe ze verworven zijn.

 
Onlangs verscheen het Jaarrapport Ervaringsbewijs 2008 van het departement Werk en Sociale Economie (WSE). Voka maakt voor u hier een kort overzicht van de resultaten van dat rapport.

 

Aantal bewijzen verdubbeld

De dienstverlening rond het ervaringsbewijs is sinds 2006 operationeel. Om zijn competenties te laten erkennen, richt een kandidaat zich tot een testcentrum. Dat is gratis voor alle kandidaten. Elke kandidaat doorloopt in het testcentrum een procedure bestaande uit vier stappen: verkenning, herkenning, beoordeling en erkenning. Aan het eind van de procedure krijgt de kandidaat een ervaringsbewijs.

In 2008 werden er 479 ervaringsbewijzen uitgereikt voor 18 beroepen. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2007, toen er 251 bewijzen uitgevaardigd werden. Koploper is het ervaringsbewijs 'begeleider buitenschoolse kinderopvang'. Vorig jaar maakte dat bewijs iets meer dan een kwart van alle uitgereikte ervaringsbewijzen uit. Maar ook de beroepen callcenteroperator, heftruckchauffeur en industrieel schilder bereikten veel nieuwe kandidaten.

 

Profiel kandidaten

Naast de uitgereikte ervaringsbewijzen, is het ook interessant om te analyseren hoeveel kandidaten nog in hun traject zitten of hun traject reeds afgerond hebben (hetzij met een ervaringsbewijs, hetzij met een advies van een testcentrum op zak). Zoals weergegeven in de tabel hieronder, werden er eind 2008 1.256 personen bereikt met het ervaringsbewijs: ze zaten op dat moment in een traject of hebben hun traject afgerond.

 

  2006 2007 2008 Totaal
Uitgereikte ervaringsbewijzen 11 240 479 730
Trajecten (lopende en gerealiseerd) 29 328 899 1.256

 

56,6% van de kandidaten in 2008 waren mannen. In 2007 maakten mannen nog twee derde van de kandidaten uit. Driekwart van de kandidaten is aan het werk tegenover 83,4% in 2007, wat betekent dat het ervaringsbewijs meer werkzoekenden bereikt.

Driekwart van de kandidaten is jonger dan 45 jaar. Ongeveer de helft beschikt niet over een diploma secundair onderwijs en 44% heeft enkel een diploma secundair onderwijs. Het ervaringsbewijs focust ook specifiek op kansengroepen en dat werd ook bereikt: 95% van de kandidaten behoorde tot minstens één van de vooropgestelde kansengroepen (laaggeschoolden, allochtonen, personen met een handicap…).

 

Effect van ervaringsbewijs?

WSE concludeert uit de cijfers dat het ervaringsbewijs in 2008 een krachtige groei heeft doorgemaakt, zowel qua aantal kandidaten als qua aantal testcentra.

Het departement liet een perceptiestudie uitvoeren om na te gaan wat het effect van het ervaringsbewijs is. Versterkt het echt de arbeidsmarktpositie van zijn eigenaar? De studie bevroeg 312 kandidaten voor het ervaringsbewijs en 45 werkgevers waarvan één of meer personeelsleden een ervaringsbewijs bezitten.

Uit de resultaten blijkt dat het ervaringsbewijs zijn naam waarmaakt: het geeft effectief erkenning aan ervaring. Een opvallend gegeven is dat kandidaten de weg vinden naar het ervaringsbewijs via hun werkgevers. Het is de werkgever die informeert over de mogelijkheid en de personeelsleden stimuleert om de procedure op te starten.

Tussen de kandidaat en zijn werkgever bestaat ook een grote openheid over het ervaringsbewijs. In het rapport wordt er gewezen op het feit dat het ervaringsbewijs niet wordt gebruikt als tool bij competentiemanagement, vooral niet bij sollicitaties en voor persoonlijke vormings- en opleidingsplannen. Werkgevers geven ook aan dat ze nog weinig vertrouwd zijn met het ervaringsbewijs. Daarom stelt het rapport voor om werkgevers meer te betrekken bij het behalen van een ervaringsbewijs. Dat kan door hen ten gronde te informeren en hen te stimuleren om er meer over te communiceren.

 

Wat vindt Voka?

Voka is voorstander van het competentiegericht denken. Het is zeker niet uitgesloten dat het ervaringsbewijs daartoe kan bijdragen. Toch stelt Voka vast dat niet voor alle werkgevers het competentiegericht denken een vanzelfsprekendheid is. Er kan gesteld worden dat de een industrie rond deze thematiek is ontstaan, waardoor er een overvloed van informatie is ontstaan.

De beide aangehaalde studies geven aan dat het ervaringsbewijs zijn vruchten afwerpt. Toch is het niet duidelijk of de werkgevers dat ook zo aanvoelen. De Tempera-studie geeft immers de ervaring van een zeer beperkt aantal werkgevers weer. Het ervaringsbewijs is nog in volle ontwikkeling, waardoor het nog enkele jaren nodig heeft om effectief uit haar kinderschoenen te treden. De hoofdboodschap hier is: breng de boodschap zo transparant mogelijk over naar de werkgever.

Auteur : Hakima El Meziane, Voka-kenniscentrum
Bron : talent@voka 12 - november 2009

terug