Meer overheidsinvesteringen, meer groei

" De Franse en Nederlandse overheden investeren elk jaar 45% meer dan de Belgische. "

Bonkige wegen, tunnels met instortingsgevaar, oververzadigde riolen, … Onze infrastructuur brokkelt af, letterlijk en figuurlijk. In tegenstelling tot in onze buurlanden. Dat blijkt duidelijk uit de cijfers. Het Planbureau toont nu ook aan dat de noodzakelijke investeringsimpuls onze economie een aanzienlijke groeischeut zou geven. Dit is vooral een opdracht voor de gewestelijke en lokale overheden. Enkele boekhoudkundige meevallers in de volgende jaren moet Vlaanderen hiervoor integraal aanwenden.

Karl Collaerts door Karl Collaerts
senior adviseur fiscaliteit en begroting

  • Belgische overheidsinvesteringen zijn sinds de jaren zeventig gehalveerd in % bbp
  • Een realistische extra investeringsimpuls van jaarlijks 0,5% bevordert de groei, zegt het Federaal Planbureau
  • In de Vlaamse overheidsrekeningen kan in de volgende jaren beleidsruimte ontstaan voor overheidsinvesteringen

 

Het zijn cijfers die voor zich spreken. Ondanks ons hoger overheidsbeslag halveerden de Belgische overheidsinvesteringen van 5% bbp in de jaren zeventig tot amper 2,4% bbp in 2015. Die structurele daling deed zich vooral voor tijdens de saneringsperiode van de jaren tachtig. Daardoor ligt onze overheidsinvesteringsgraad  lager dan het gemiddelde in de eurozone (2,7% bbp). De Franse en Nederlandse overheden investeren 45% meer dan de Belgische. Jaar in, jaar uit.


Dat doet zich voelen. Al sinds het begin van de jaren negentig compenseren de jaarlijkse investeringen de automatische waardevermindering van de bestaande kapitaalvoorraad niet meer. Het gevolg is een daling van de netto kapitaalstock met bijna 10%-punt bbp sinds 2000 tot 36,5% bbp in 2015 (grafiek). Onze publieke infrastructuur brokkelt dus letterlijk en figuurlijk af. Dat hoeft niet zo te zijn. Frankrijk en Nederland tonen dat het anders kan.
 

AfbrokkelingInfrastructuurGrafiek
Bron: Eurostat


Bovendien nam ook het aandeel van de infrastructuurinvesteringen – dit zijn voornamelijk investeringen in transportinfrastructuur en nutsvoorzieningen zoals waterzuivering – binnen de overheidsinvesteringen in sneltempo af. Van 35% in 2006 tot amper 26,1% in 2014. Dat is  opnieuw duidelijk minder vergeleken met het eurozone gemiddelde (35,4% van de totale overheidsinvesteringen).  Nochtans worden deze investeringen beschouwd als de meest groeibevorderende. De Belgische overheden investeerden in 2014 amper 0,6% bbp in infrastructuur. De Franse en Nederlandse overheden hadden er respectievelijk 1,3% en 1,6% bbp voor over. Meer dan dubbel zo veel dus als onze overheden.
InvesteringBuurlandenGrafiek 



Overheidsinvesteringen groeibevorderend
Aan vergelijkend cijfermateriaal om een impuls in de overheidsinfrastructuur te rechtvaardigen, ontbreekt het dus niet. Het Federaal Planbureau voegt daar nu nieuwe evidentie aan toe: een berekening van de impact van extra overheidsinvesteringen op de structurele economische groei. Daarbij houdt men ook rekening met de positieve impact ervan op de private investeringen en consumptie.


De onderzoeksinstelling simuleerde meer bepaald de impact van een structurele, realistische investeringsimpuls van 0,5% bbp (ongeveer 2 miljard euro): een inhaaloperatie tot het eurozone-gemiddelde. Na 1 jaar zou het reële bbp al 0,24% hoger liggen dan zonder. Dit kortetermijneffect is het gevolg van de klassieke vraagmultiplicator. Overheidsinvesteringen lokken echter ook positieve groei-effecten op langere termijn uit. Die komen volgens de simulaties vooral tot stand via de impact ervan op de arbeidsproductiviteit. Dat is goed nieuws, want het betekent dat onze economie sneller kan groeien zonder oververhittingsverschijnselen in de vorm van een te hoog oplopende inflatiedruk. Op termijn zou ook de tewerkstelling licht stijgen. Na 20 jaar zou het bbp volgens het Planbureau door de eenmalige investeringsimpuls 2,77% hoger liggen. Uiteraard is dit een benaderende simulatie, maar de impact is significant.


Die extra groei leidt ook automatisch tot extra belastingontvangsten. Die zijn weliswaar niet van die aard dat ze de investeringsimpuls volledig kunnen financieren, maar toch voor drie vierde.


Het Planbureau komt dus tot de conclusie dat extra overheidsinvesteringen duidelijk groeibevorderend zijn, zelfs als je rekening houdt met de financiering ervan via compenserende belastingen of besparingen. Een interessante simulatie, gegeven onze blijvend lage potentiële groei sinds de Grote Recessie. 


Beleidsboodschap
In haar jongste landenspecifieke aanbevelingen (mei  2016) vroeg ook de Europese Commissie ons land met aandrang “tekortkomende investeringen in transportinfrastructuur en energiebevoorrading” aan te pakken. En dit zonder de gezondmaking van de openbare financiën in het gedrang te brengen. Het is een belangrijke uitdaging voor met name de regionale en lokale overheden. Zij verrichten immers 98% van de overheidsinvesteringen in infrastructuur.


In haar jongste evaluatierapport over de begroting 2017 aan de Vlaamse regering ondersteunt ook de SERV deze vraag. Ze wijst daarbij op een evolutie in de Vlaamse overheidsrekeningen. Onder meer heel wat publiek-private samenwerkingsverbanden zijn de voorbije jaren toegevoegd aan de overheidsperimeter, conform het recente Europese Stelsel van Rekeningen 2010.  Dit impliceert dat de investeringen voor PPS-vehikels zoals ‘Scholen voor Morgen’ tijdens de bouwfase integraal in de rekeningen dienen verwerkt te worden, in plaats van ze te spreiden over de gehele afbetalingstermijn van de aangegane leningen. Dit was een zware belasting voor de begroting in de voorbije twee jaar. Maar elk nadeel heeft zijn voordeel: de komende jaren ontstaat hierdoor boekhoudkundig bijkomende ruimte. Een kwantificering daarvan is nog niet bekend, maar deze meevallers moeten integraal worden aangewend voor bijkomende infrastructuurinvesteringen. Zoveel is nu wel duidelijk.

Reageren op deze opinie kan door een mail te sturen naar info@voka.be

ViewDetail