Arbeidsmarkthervorming: less is more

" Op enkele jaren tijd is de jeugdwerkloosheid met meer dan vijftig procent toegenomen. "

De Europese Commissie waarschuwt in haar recente aanbeveling België, maar ook Vlaanderen voor het gebrek aan vooruitgang op de arbeidsmarkt. Met een globale participatiegraad van 67,2 procent blijft België onder het EU-gemiddelde. Vlaanderen doet beter maar gaat zeker niet vrijuit.

Sonja Teughels door Sonja Teughels
senior adviseur arbeidsmarkt

Een eerste bezorgdheid is de arbeidsmobiliteit in het algemeen en tussen de gewesten. Die is te beperkt. Arbeid wordt te veel ontmoedigd door de hoge belasting en er blijven te veel mogelijkheden bestaan om vervroegd uit de arbeidsmarkt te stappen. De zwakke conjunctuur, de gebrekkige aansluiting tussen aanbod en vraag met een matig activeringsbeleid maken de diagnose compleet en laten het totale resultaat van onze arbeidsmarkt stagneren, terwijl we groei nodig hebben om de toekomstige sociale behoeftes te kunnen blijven financieren.

De remedie ligt in tal van structurele hervormingen op lange termijn, waaronder de financiering van onze sociale zekerheid die voortaan minder op arbeid gebaseerd moet worden, alsook het herzien van het automatisch indexeringsmechanisme. Ook de structurele hervorming van ons onderwijs moet bijdragen tot een betere matching op de arbeidsmarkt. Ook op korte termijn kunnen er ernstige bijsturingen in het Vlaams activeringsbeleid doorgevoerd worden. Zo moet er volgens de Europese Commissie nog meer ingezet worden op bijstand in de zoektocht naar werk, meer opleidingsmogelijkheden en betere arbeidsbemiddeling.

Meer werkloze jongeren, minder werkloze ouderen
Sinds het begin van de crisis in 2008 zijn er quasi 50.000 niet-werkende werkzoekenden bijgekomen, wat het totaal op 210.000 brengt. De toename manifesteert zich niet bij alle groepen even sterk maar is vrij uitgesproken bij jongeren. Zo kende Vlaanderen in maart 2013 in het totaal bijna 47.000 niet-werkende werkzoekende jongeren die jonger zijn dan vijfentwintig jaar. In vergelijking met maart 2008 telde deze groep minder dan 29.000 werklozen. Op enkele jaren tijd is deze groep dus met meer dan vijftig procent toegenomen. Een aparte categorie die hierbij extra aandacht verdient zijn de bijna 12.000 jongeren die langer dan één of twee jaar werkloos zijn. Maar ook het feit dat  ruim de helft van hen laaggeschoold (24.199) en middengeschoold (16.526) is, baart zorgen.

De ouderen daarentegen kennen als enige groep een stijgende trend op de arbeidsmarkt, al blijkt de kloof nog groot met de opgelegde beleidsdoelstelling om zestig procent van de vijftigplussers aan het werk te krijgen.

Echter, de gezette trend bij ouderen is zonder meer positief te noemen en zelfs verrassend gegeven de slappe conjunctuur. Het toont aan dat het activeringsbeleid van ouderen kan werken en we dus op het juiste spoor zitten als we pleiten om dit te intensifiëren door nog meer en sneller gepaste vacatures aan te leveren. Onlangs heeft Vlaanderen met het loopbaanakkoord zijn tewerkstellingspremie 50+ verder aangepast. Er wordt nu een onderscheid gemaakt tussen vijftig- en vierenvijftigjarigen en vijfenvijftigplussers. Nu moet ook de begeleidingsaanpak door de VDAB volgen door de groep van vijftig- tot vierenvijftigjarigen snel een job in het vooruitzicht te geven in plaats van een langlopende begeleidingstrajecten. Dit is overigens de inzet van sociaal overleg op dit ogenblik omtrent vijftigplus in Vlaanderen.

grafiek werkzaamheidsgraad

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Grafiek: werkzaamheidsgraad naar leeftijdsklassen (Bron: FOD Economie)


Doorstart IBO nodig
Het jongerenwerkloosheidsbeleid moet primordiaal inzetten op het voorkomen van ongeschoolde uitstroom. Voorkomen is altijd beter dan genezen. Wat misloopt moet nadien geremedieerd worden met kwalificatie, werkervaring en stages en dit alles in een versnelde aanpak. Hiertoe heeft Vlaanderen reeds een aantal interessante instrumenten: IBO en instapstages.

IBO richt zich in meer dan de helft van de gevallen op jongeren jonger dan vijfentwintig jaar. Een grote groep die via IBO aan de slag gaat, is immers schoolverlater. In het kader van de alternatieven voor de Vlaamse Jobkorting, kwamen de sociale partners in 2009 met het beleid overeen om een deel van de vrijgekomen middelen in te zetten op een versterkt IBO. Concreet werd de doelstelling verhoogd tot 17.000 tegen 2014. Deze groeicijfers worden niet gerealiseerd door tal van redenen: een tegenvallende conjunctuur, een te rigide regelgeving, een verplichte aanwerving met contracten van onbepaalde duur, en er is bij de VDAB te weinig wil om dit voluit te promoten bij de ondernemingen. Nochtans biedt de maatregel heel wat troeven. Hij speelt via een activering van de uitkering in op de loonkost van jongeren doordat de werkgever slechts een beperkte premie bovenop de uitkering moet uitbetalen.

Het is hoogdringend tijd dat het sociaal overleg over IBO wordt afgerond. Om IBO nog meer kansen te geven in de ondernemingen, moeten ook een aantal voorwaarden versoepeld worden waaronder vooral de contractvoorwaarden. Vlaanderen verplicht in tegenstelling tot alle andere gewesten, de ondernemingen om de cursisten na de opleiding aan te werven met een contract van onbepaalde duur, terwijl dit niet vereist is in de federale werkloosheidsreglementering. Dit heeft als resultaat dat de maatregel te beperkt wordt ingezet. Daarom bepleit Voka al meerdere jaren om deze regel te versoepelen indien er binnen de onderneming op courante wijze wordt aangeworven met tijdelijke contracten. We menen dat ook (en vooral) jongeren gebaat zijn met deze laagdrempelige wijze van aanwerving. Zij hebben immers het meeste nood aan werkervaring.

Instapstages worden onnodig beperkt
Ook de instapstages zijn van belang voor jongeren. Dat zijn stages waarbij jongeren in de beroepsinschakelingstijd (de vroegere wachttijd) vanaf de zevende maand al een uitkering kunnen krijgen. Het plan van federaal minister voor Werk was om binnen België op jaarbasis tienduizend instapstages te realiseren. Dit lijkt een slag in het water te worden aangezien enkel Vlaanderen hieraan gevolg gaf. Maar Vlaanderen beperkt deze stages onnodig door de duurtijd ervan in te korten van zes naar drie maanden en dit bovendien enkel open te stellen voor ongeschoolden. De maatregel moet terug verruimd en versoepeld worden door langere duurtijden en ook door middengeschoolde jongeren toe te laten. Het is immers fictie dat alle middengeschoolde jongeren gemakkelijker werk vinden op de arbeidsmarkt. Dit blijkt eens te meer uit de recent verschenen schoolverlatersenquête waarbij één op negen jongeren na één jaar nog werkzoekend is met als uitschieters studierichtingen zoals kunstonderwijs van de derde graad of beroepssecundair onderwijs – studierichting kantoor. Bovendien komt de verruiming van de instapstage ook tegemoet aan de federale vereiste om op globaal niveau te komen tot één procent engagement werkplekleerplaatsen door de ondernemingen.

Vlaanderen bereidt intussen haar eigen jeugdwerkplan voor. De eerste informatie die we hierover ontvingen is weinig hoopgevend. In plaats van een beperkt budget in te zetten op velerlei kleine maatregelen met beperkt effect, kan best maximaal gekozen worden voor beperkte ingrepen een met grote slaagkans: maximaal inzetten op het voorkomen van ongekwalificeerde uitstroom, instapstages en activering via IBO. Less is more.

Deze opinie verscheen eerder in Vokaberichten.

Reageren op deze opinie kan door een mail te sturen naar info@voka.be

ViewDetail

In de kijker

Contactpersonen