Spaargeld brengt niets meer op
Vorige week raakte bekend dat de Belgen een recordbedrag van 211,3 miljard euro op hun spaarboekje hadden geparkeerd. Gemiddeld levert een spaarboekje nog 1,25% rente op. Dit terwijl de inflatie in België 2,2% bedraagt. Doordat de inflatie hoger ligt dan de rente, verliest u reëel bijna 1% per jaar.
Dit fenomeen heet fiscale repressie en is min of meer doelbewust
uitgelokt door de centrale banken. Op deze manier proberen ze de
verliezen van de kredietcrisis over zoveel mogelijk partijen
gedurende zoveel mogelijk tijd te spreiden.
Om het fenomeen van fiscale repressie goed te duiden, dienen we
eerst naar de essentie van sparen en ontlenen te kijken. Wie
spaart, verschuift koopkracht in de tijd. Door koopkracht nu uit te
stellen, krijgt men in de toekomst nog meer koopkracht. Ik leg het
geld van een pintje bier nu opzij, zet het op een rekening, en
binnen 10 jaar kan ik met het initiële bedrag en de rente erop een
trappist in plaats van een flets pintje kopen. Dus mijn
koopkracht is in die 10 jaar toegenomen.
Wat gebeurt hier onderliggend? Als ik spaar, zet ik geld op een
spaarrekening bij de bank of koop ik een aandeel of een obligatie.
Dit geld gaat dus naar partijen die geld nodig hebben om bv. een
bedrijf uit te bouwen, een huis te kopen of om de overheid te
financieren. Om mij als spaarder een positief rendement te bieden,
moet degene die mijn spaargeld gebruikt dat geld investeren in een
project met een positief 'koopkracht' rendement. Dat kan zijn omdat
een bedrijf dankzij kredieten de omzet en de winst verhoogt. Of een
gezin kan na verloop van tijd de hypotheek terugbetalen omdat het
gezinshoofd voldoende geld verdient. Of een land kan groeien
waardoor het zonder probleem de obligaties en de rente hierop kan
betalen.
Projecten zonder positief
koopkrachtrendement
Het probleem van de afgelopen 10 jaar is dat er massaal veel
spaargeld gevloeid is naar projecten die hun positief 'koopkracht'
rendement niet kunnen waarmaken. Er is enorm veel spaargeld
gevloeid naar subprimehypotheken in de VS (geschat op 1.300 miljard
dollar) en huizenzeepbellen in Ierland en Spanje waarbij de
ontlener in de realiteit helemaal niet kredietwaardig bleek te zijn
en de hypotheek niet kan afbetalen. Daarnaast vloeide ook veel
spaargeld naar landen met een economisch groeimodel dat op los zand
geschroefd was en dus de overheidsobligaties niet volledig kunnen
terugbetalen.
Geconfronteerd met zoveel spaargeld dat in niet-rendabele projecten
zit, konden de autoriteiten twee dingen doen. Vooreerst konden ze
kiezen voor de harde pijn. De boel laten failliet gaan waardoor
miljoenen spaarders bij banken en obligatiehouders hun geld kwijt
waren. Dit zou dus zeker de harde pijn zijn, maar het is zeer de
vraag of het ook de korte pijn zou zijn. Het faillissement van
Lehman Brothers veroorzaakte een kettingreactie die veel groter was
dan verwacht. Zo'n experiment op Europese schaal, waarbij men
enkele banken failliet zou laten gaan, zou een zeer grote
maatschappelijke schok teweeg gebracht hebben. Met een groot
verlies van spaargeld tot gevolg.
De autoriteiten hebben voor de tweede optie gekozen; het spaargeld
en de obligatiehouder zoveel mogelijk beschermen. Dit kon alleen
maar doordat overheden de banken, geconfronteerd met enorme
verliezen op hun kredietportefeuilles, met kapitaal gingen stutten.
Daarbij werden ze geholpen door centrale banken die op hun beurt de
geldpersen gingen aanzetten en hierdoor het banksysteem en de
obligatiemarkt recht hielden. Daarnaast verlaagden ze de
kortetermijnrente tot het minimum om de economie zuurstof toe te
dienen.
De angstpsychose van de kredietcrisis, het drukken van geld en de
lage rente van de centrale banken zorgen ervoor dat het rendement
op alle spaarvormen die als veilig beschouwd worden, bijzonder laag
ligt. Voor enkele kort termijn obligaties van landen betaalt u nu
zelfs een negatief rendement. Een neveneffect van het aanzetten van
de geldpersen, is dat het licht inflatoir werkt. Een deel van de
door de centrale banken gecreëerde liquiditeiten vond zijn weg naar
de grondstofmarkt, waardoor de prijs van grondstoffen te snel
stegen.
Het resultaat van het gevoerde beleid is dus dat het rendement op
een risicovrije investering lager ligt dan de inflatie. Dus als
spaarder verlies je koopkracht doorheen de tijd. In plaats van de
kans dat je in één keer veel geld zou verliezen indien men de
banken had laten failliet gaan, verliest iedereen nu een klein
beetje over een lange tijd. Het voordeel is dat het minder pijnlijk
aanvoelt. Het nadeel is dat heel wat spaarders die van hun
rendement moeten leven zoals gepensioneerden of pensioenfondsen dit
niet meer kunnen zonder aan het kapitaal zelf te raken.
Groei is enige remedie
Eigenlijk is er maar één echte remedie om fiscale repressie te
bestrijden. Dat is economische groei creëren, gekoppeld aan een
gezond begrotingsbeleid. Alleen duurzame economische groei kan
spaarders op termijn opnieuw extra koopkracht opleveren. In een
gezond economisch klimaat zal de vraag naar gezonde
kredietprojecten stijgen en dus de vraag naar geld toenemen,
waardoor de rente zal klimmen. Groei is ook nodig om de door de
kredietcrisis vernietigde koopkracht, te herstellen. Een gezond
begrotingsbeleid in een ruime groep van landen betekent dat de
spaarder met weinig risico het spaarvermogen over een ruimere
waaier kan spreiden.
In afwachting tot de groei duurzaam aantrekt, zal de spaarder die
fiscale repressie wil vermijden, enkel een hoger rendement dan de
inflatie kunnen vinden door meer risico te nemen en opnieuw
rechtstreeks in bedrijven (via aandelen of obligaties) te beleggen.
Voor ondernemers wiens spaarvermogen vooral in het eigen bedrijf
steekt, rendeert investeren in het eigen bedrijf wellicht meer dan
het spaarvermogen extern te beleggen. Een competitieve fiscaliteit
verhoogt dit rendement op bedrijfskapitaal waardoor het
ondernemingsvertrouwen zal stijgen, de investeringsbereidheid zal
toenemen en jobs zullen volgen. Deze jobs zullen opnieuw een
positief effect hebben op het koopkrachtrendement. Een
competitieve fiscaliteit is dus een relancemaatregel die
werkt.
Reageren op deze opinie kan door een mail te sturen naar info@voka.be
Reacties
13 juli 2012 - 16:33
Mols Jos
Mooi gesteld maar een halve waarheid. De basel richtlijn verplicht banken om dit jaar 8 % eigen middelen te hebben tov hun risicovolle activa en tegen 2018 moet dat 12 % zijn. Door dat ze hun eigen vermogen niet optrekken omdat de meerderheidsaandeelhouder niet de middelen heeft en tegelijkertijd niet wenst minderheidsaandeelhouder te worden kunne die banken alleen maar het kredietvollume laten zakken en tegen 2018 zal dat maw nog 33 % naar beneden gaan zodat bedrijven en particulieren steeds minder op banken kunne steunen om te investeren en minder investeringen is minder maken is minder werk en zo zitten we dus in een regelrechte gegarandeerde recessie. Als de ondernemeingen en de particulieren minder kunnen investeren waar zal dan de groai vandaan komen? Overheidsinvesteringen die dan voor extra belastingen zorgen en weer minder geld om te investeren door die particulieren en bedrijven? Waar gaat de groei dan vandaan komen? Inderdaad ze komt er op deze mannier zeer zeker niet.
Meest recente opinies
In de kijker
Meest recente nieuws
Contact
Voka Oost-Vlaanderen
Voka Box
Lammerstraat 18
B-9000 Gent
Tel.: 09 266 14 40
Fax: 09 266 14 41
info.ov@voka.be

door Stijn Decock