filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Infotheek

14nov
06
 Op weg naar een CO2-vrije fabriek

CO2-reductie vraagt om innovatieve toepassingen. Een aantal – meestal grote – bedrijven, neemt hierin een voorbeeldfunctie op. Maar ook KMO’s kunnen in die zin initiatieven nemen. Om hen hierbij te helpen start Voka een nieuw lerend netwerk op.

Deze en andere zaken werden besproken tijdens een bezoek van ondernemers en politici aan Volvo Europa Truck nv, dat in het kader van het Voka-programma ‘Onderneming & Politiek’ (O&P) werd georganiseerd.

 

Ondernemers en politici bij Volvo Europa Truck

Volvo Europa Truck nv, een van ’s werelds belangrijkste producenten van zware, commerciële voertuigen en dieselvoertuigen, was de geknipte gastheer voor een O&P- ontmoeting met als thema ‘Zorg voor het milieu’. Het bedrijf heeft zich immers geëngageerd om de eerste CO2-vrije onderneming in België te worden. Dit betekent dat de energie die de onderneming nodig heeft voor de realisatie van haar activiteiten geproduceerd zal worden zonder CO2-uitstoot. Hiervoor wordt een nieuwe verwarmingsinstallatie gebouwd op basis van biomassa, wordt een bestaande ketel aangepast voor het verbranden van bio-olie en worden er windturbines geplaatst voor de productie van elektriciteit.

 

Volgens Patrick Collignon, general manager van het gastbedrijf, is de beslissing om de eerste CO2-vrije fabriek te worden, een troef. Het geeft de onderneming alvast een fikse voorsprong in expertise ten opzichte van andere bedrijven. “Maar de weg naar duurzaam ondernemen is niet altijd een pad over rozen: er is de kostprijs van de investeringen, er moeten duizend en één vergunningen aangevraagd worden, er is een ingewikkelde regulering, en soms gaat het ook gepaard met tegenstand van de omgeving – niet iedereen heeft graag een windmolen in zijn achtertuin …”, zo getuigt hij. Ondanks de hindernissen gelooft de Volvo-topman dat het project op lange termijn rendabel zal zijn. “Door creativiteit zijn er heel wat win win’s mogelijk voor zowel de ecologische als de economische aspecten. De vraag is uiteraard wel welke incentives er nodig zijn om bedrijven en heel de maatschappij hiertoe te stimuleren.” Dit laatste vindt Collignon zeer belangrijk. Als de overheid geen groene stroom zou subsidiëren, dan zou het amper aangewend worden. Bart Martens (sp.a) vroeg zich vervolgens af of de benchmarkconvenant een goede actie van de overheid was om bedrijven te stimuleren energie te besparen. De aanwezige ondernemers knikten alvast instemmend. Koen De Maesschalck, adviseur public affairs bij Colruyt was relatief tevreden met de nieuwe milieuwetgeving Vlarem I en II, maar was toch nog vragende partij voor iets meer maatwerk. Ook Colruyt kan heel wat milieuzorgprojecten op zijn palmares schrijven: het heeft een windmolen, transporteert met volle vrachtwagens, heeft een winkel volledig uitgerust met fotovoltaïsche cellen, …

 

Meestal zijn het vooral de grote bedrijven die het voortouw nemen – lees: genoeg centen hebben – om milieuvriendelijke investeringen te doen. Maar ook de KMO’s tonen belangstelling om op dat vlak nieuwe initiatieven te ondernemen. De aanwezige politici en ondernemers waren het er over eens dat door de stijgende brandstofprijzen het nu een goed moment was om KMO’s hierin te stimuleren. Patrick Lachaert (VLD) kondigde aan een hoorzitting te organiseren in de Commissie Leefmilieu over maatregelen om KMO’s te steunen in hun energieverbruik. Karel Uyttersprot, directeur van de Voka - Kamer van Koophandel Oost-Vlaanderen, start een lerend netwerk om KMO’s te helpen bij het verminderen van energieverbruik en hen te stimuleren over te schakelen op groene energie. Nadien worden gemeenschappelijke groene energieprojecten uitgewerkt. Dit lerend netwerk, waarvan Volvo Europa Truck een van de mentoren zal zijn, wordt op 28 november gelanceerd. 

terug