filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

16dec
11
 De Lijn moet efficiënter werken

De Lijn werkt verschillende scenario's uit om de kostendekkingsgraad te verbeteren. Die opdracht stond in de beheersovereenkomst van de vervoersmaatschappij. Er wordt minstens gerekend op 0,5% verbetering per jaar.

 

Open de krant, volg de debatten en u zal merken dat de Vlaamse Vervoersmaatschappij (VVM) De Lijn vaak ter discussie staat. Te veel lege bussen, te veel gratis reizigers, te weinig capaciteit, te lage stiptheid, te weinig inkomsten, te weinig comfort,… Reden genoeg dus om een grondig debat te voeren over hoe we efficiënter kunnen omgaan met ons Vlaams openbaar vervoer.

 

In de beheersovereenkomst 2011-2015 tussen de Vlaamse Regering en VVM De Lijn staat dat De Lijn een hogere kostendekkingsgraad moet bereiken zonder in te boeten op comfort en dienstverlening. De kostendekkingsgraad is de verhouding tussen de eigen opbrengsten en de exploitatiekosten. De laatste vijf jaar kende die voor De Lijn een dalende tendens. Een daling van de ontvangsten en een stijging van de kosten zijn daarvan de oorzaak. In 2010 zien we een lichte verbetering. Het zal dus zaak zijn om die verbetering aan te houden, zeker in tijden van besparingen.

Kosten

Een benchmarkstudie in opdracht van de Vlaamse overheid (2009) toonde aan dat voor de kostprijs per dienstverleningskilometer De Lijn de internationale toets kon doorstaan. Maar die vergelijking zegt lang niet alles. De vergelijking gebeurde immers per aangeboden plaats, niet per vervoerde reiziger. Het aantal aangeboden dienstverleningskilometers per inwoner is vergelijkbaar met de buurlanden, nadat er de afgelopen jaren een sterke toename was. Dat kwam door een toename van de gereden kilometers én door een toename van de capaciteit van de bussen.

 

De omvang van het aanbod is dus goed, maar de vraag is of dat aanbod zich wel op de juiste plaats bevindt? Met andere woorden: rijden er voldoende bussen daar waar het nodig is?

 

Het decreet op de basismobiliteit bepaalt dat er een bepaalde minimumbediening voor openbaar vervoer in woongebieden moet zijn. Dat aanbodgedreven beleid kan echter wel tot gevolg hebben dat in congestiegevoelige gebieden bussen en trams tijdens de spits overvol zijn, terwijl ze in landelijke gebieden leeg rijden.

 

Dat draagt niet echt bij tot een positieve beeldvorming over openbaar vervoer, noch tot een verhoogde klantentevredenheid. Die wordt sterk bepaald door stiptheid en capaciteit. Men kan zich ook de vraag stellen of het verantwoord is om in tijden van besparingen zoveel lege bussen te laten rondrijden.

 

Ontvangsten

De netto-vervoersontvangsten stegen de afgelopen jaren lichtjes van 119 miljoen euro in 2006 tot 137,1 miljoen euro in 2010. Uit de analyse van de kostendekkingsgraad blijkt echter ook dat de kosten sneller stegen dan de ontvangsten. In 2010 konden die kosten getemperd worden door zwaar te besparen. De vraag is nu of die inspanning verdergezet kan worden.

 

De totale ontvangsten stegen wel, maar dat geldt niet voor de ontvangsten per rit. In 2010 was de gemiddelde ontvangst per rit (0,25 euro) lager dan in 2007 (0,26 euro). De indexering van de tarieven van de afgelopen jaren vertaalt zich dus niet in toegenomen ontvangsten per reiziger. Sterker nog, als we naar de reizigers en de ontvangsten kijken, reist 46,5% van de reizigers gratis of met (stevige) korting. De overige reizigers, zo’n 53,5%, zijn goed voor 82% van de ontvangsten. Het aantal niet of weinig betalende reizigers steeg de afgelopen jaren sneller dan het aantal betalende reizigers.

 

Efficiëntie

In tijden van zware besparingen zoals we die vandaag meemaken, moet men de vraag durven stellen of een overheidsdotatie van zo’n 850 miljoen euro niet efficiënter besteed kan worden. Zeker wetende dat uit onderzoek van de Vlaamse overheid blijkt dat vandaag slechts 4% van onze verplaatsingen gebeurt met de bus of de tram. De huidige situatie waarbij tijdens de spits de bussen en trams overvol zitten, 44% van de reizigers niets tot weinig betalen, de brandstofkosten internationaal de hoogte ingaan, kunnen we niet anders dan aansporen tot drastische ingrepen.

 

De ontvangsten moeten omhoog door meer betalende reizigers en hogere tarieven, de kosten omlaag door een vraaggericht aanbod en een betere stiptheid zodat de klantentevredenheid stijgt. Zo niet wil straks niemand nog op de bus, tenzij misschien wanneer dat ’gratis’ kan.

 

Uit Vokaberichten (ingekort)

 

Auteur : Katleen Mariën, adviseur mobiliteit
Bron : miro@voka 14, december 2011

terug