De economische toekomst kleurt groen
Want milieubusiness is goede business geworden, al komen er ook heel wat nieuwe uitdagingen om de hoek kijken.
Door het ‘mislukken’ van de milieutop in Kopenhagen blijven de Europese doelstellingen in verband met de CO2-uitstoot en energieverbruik wellicht ongewijzigd. “Voka had liever een sterk akkoord gezien met duidelijke afspraken en vergelijkbare doelstellingen voor alle industrielanden, dan geen akkoord”, zegt Marc Van den Bosch. “Nu blijft het ieder op zijn manier; dat verstoort de concurrentie.”
Of er nu snel toch nog mondiale klimaatafspraken komen, dat blijft koffiedik kijken. Maar volgens Van den Bosch moet er nu voorsprong genomen worden. “We moeten op zijn minst anticiperen, ondernemingen, maar ook de overheid. Want het spel wordt hard. Een assertieve houding kan winst opleveren. In Kopenhagen kwam men wel overeen om tegen 2020 100 miljard euro op te halen voor de ontwikkelingslanden die door de klimaatopwarming bedreigd zijn. Wel, in Nederland vragen ze zich nu af hoe ze hun deel van de afspraak kunnen invullen en bekomen dat er ook voor hun ondernemingen een voordeel inzit. Bij ons moet dat debat ook plaatsvinden.”
“We moeten voor onszelf een scherpe analyse maken: welke milieu- en energietechnieken zijn beloftevol en ‘hot’ in 2020, en waar zijn we de concurrentie een stap voor en kunnen we nieuwe werkgelegenheid en export genereren. Voka wil dat Vlaanderen die oefening maakt. De Britse regering heeft daar trouwens al een organisatie voor opgericht, Carbon Trust.”
groene wedloop
De groene wedloop en de politieke besluitvorming daarrond zullen voor nieuwe drukte zorgen. Dat geldt nu al zichtbaar voor de automarkt. Het voorbije autosalon stond zowat in het teken van de elektrische wagen. Van den Bosch: “Vooraleer die echt kan doorbreken is er nog veel onderzoek en ontwikkeling nodig, en moet er een gans netwerk van laadpunten opgezet worden. Als Vlaanderen daarin een rol van betekenis wil spelen, zullen we dringend moeten handelen. Anders zullen we technologie-aankoper in plaats van -aanbieder zijn. Ook de elektriciteitsmarkt staat voor een revolutie, waarbij het marktaanbod evolueert van enkele naar een veelheid van aanbieders.”
Van den Bosch ziet ook de bouwsector op een revolutie afstevenen, waarbij de toepassing van nieuwe technieken aan de bedrijven een schaalvergroting zal opleggen. “Hoe snel de nieuwe markt groeit, zal afhangen van de bewustwording van de consument en de ‘dwang’ waarmee die gestuurd wordt. Europa heeft uitgemaakt dat elke nieuwbouwwoning tegen 2020 een bijna ‘zero-energiewoning’ moet zijn. In Duitsland en Oostenrijk is men het verst gevorderd met het bouwen van passieve woningen. Wij moeten ook een sterke positie veroveren. Er beweegt al heel wat. Ik verwacht een duidelijk teken naar de consument tijdens het komende Batibouw. De overheid kan er mee voor zorgen dat het opleidingsniveau in de bouw gelijke tred houdt met de nieuwste technieken. Ze kan ook incentives geven aan de bevolking om een beter energiepeil te behalen in hun woning.”
uitdagingen
“Alles rond hernieuwbare energie kan je beschouwen als groeimarkt. Elke technologie die milieuproblemen oplost en energiebehoeftes voorkomt, biedt potentieel. Op de keper beschouwd, wordt groen of duurzaam gewoon dé markt”, zegt Van den Bosch. “Maar er komen nog flinke uitdagingen om de hoek kijken. Als iedereen nu zonnepanelen plaatst, maak je de subsidie daarvoor meteen onbetaalbaar. En toch moeten we mee voorloper worden en dus moet de overheid de markt ontwikkelen. En zullen we wel gemakkelijk voldoende lithium vinden om alle auto’s van een batterij te voorzien? Hoe zit het dan met onze afhankelijkheid van de batterijproducenten? Ander voorbeeld: binnen tien jaar zouden in nieuwe woningen slimme meters moeten staan. Gaan we ook 2.100.000 bestaande elektriciteitsmeters vervangen door slimme meters? Hoe gaan we dat betalen? Het worden delicate evenwichtsoefeningen.”
Het voorbije autosalon stond zowat in het teken van de elektrische wagen.
Als Vlaanderen daarin een rol van betekenis wil spelen, zullen we dringend moeten handelen. Anders zullen we technologie-aankoper in plaats van -aanbieder zijn.
Jaga aangemeerd in Kopenhagen
Atypisch: ondernemer Jan Kriekels legt zijn gehuurde zeilboot aan in Nyhavn, een van de toeristische trekpleisters tijdens de milieutop in Kopenhagen. De buren: de milieujongens van Greenpeace. Kriekels’ lokale activiteit: discussiëren met wetenschappers, filosofen en kunstenaars, en open huis houden voor passanten en meedenkers. De bedoeling: nieuwe ideeën verzamelen om zijn bedrijf Jaga voor te bereiden op een toekomst met minder energie.
Jaga verzorgt straks de verwarming van het binnenkort hoogste gebouw ter wereld, dat in Buenos Aires komt. Het is een drijvende, zelfvoorzienende stad voor maar liefst 160.000 mensen. In 2016 moet het klaar zijn. “Het contact met architect Julio Torcelle is een direct gevolg van onze aanwezigheid op het Burning Man-festival in Nevada, drie jaar geleden”, zegt Kriekels.
Het duurzaam laten samengaan van economie, ecologie en het sociale, en dat deeg overgieten met een gezonde dosis spiritualiteit is zijn passie. “Ik heb me altijd afgevraagd hoe we als mens op deze planeet kunnen voortleven. Fossiele brandstoffen zijn eindig en CO2 is een probleem. Daar moet je als radiatorbedrijf dus mee omgaan. Ik vind het dus nodig dat we hier in Kopenhagen aanwezig zijn en laten zien hoe we ook als bedrijf vooruitdenken en bekommerd zijn. Groen denken heeft niks vandoen met wollen sokken”, zegt Kriekels. “Het is ‘business’ en het betekent dat we alle dingen die we doen, of die we met mensen doen, in een cirkel zien.” Kriekels verwijst naar het cradle-to-cradle-principe. Cirkeldenken kan je ook aanleren door na te gaan hoe de natuur je product of systeem zou gemaakt hebben. We moeten altijd voor ogen houden dat elk nieuw systeem in de toekomst moet passen. Elk systeem moet ook wat Kriekels omschrijft als ‘artistieke schoonheid’ bezitten. “Want schoonheid wordt niet weggegooid en is per definitie dus duurzamer.”
kieuwen
Jaga heeft de jongste jaren een markt gemaakt met designradiatoren. Daarnaast keert het bedrijf terug naar een andere bron: zuinigheid en efficiëntie. Er komen nieuwe systemen aan die het energieverbruik transparant maken. “Dat doen we met intelligente, softwaregestuurde radiatoren, bijvoorbeeld eco-optimizers die het comfort in een gehele woonomgeving regelen.” Software neemt daarin de traditionele radiatorkraan over, “want mensen weten niet meer wat energie is en hoe ze dat efficiënt kunnen beheren.” Jaga ontwikkelt ook ‘zuurstofradiatoren’, die niet alleen verwarmen, maar ook de luchtkwaliteit verbeteren. Scholen vormen hier een eerste belangrijke doelmarkt. “Na vijftien minuten sporten wordt de lucht in een turnzaal erbarmelijk. Wat doen we nu: we zetten de ramen open, en de warmte lekt weg. Dus moeten we naar een verfijnd systeem, een gebouw dat voorzien is van kieuwen die de lucht verversen zonder warmteverlies. Verwarmingssystemen worden dus comfortsystemen.”
Nieuw groen van bij ons
Janssen PMP (Preservatie en Materiaalbescherming) heeft een nieuwe milieuvriendelijke stof ontwikkeld die de algenaangroei op scheepsrompen verhindert. De US Navy is nieuwe klant. Group Machiels wil windmolenwieken bouwen en brengt binnenkort ook nieuwe goedkope passiefwoningen op de markt.
Janssen PMP
Nieuwe milieutechnologie wordt steeds vaker een drijvende kracht achter de onderneming. En meer dan eens worden zo nieuwe markten ontwikkeld. Janssen PMP, Janssen Pharmaceutica’s expertisecentrum voor materiaalbeschermingstoepassingen, won met Econea de milieu award 2009 van Business & Society Belgium. Econea kan gebruikt worden in de verf die de aangroei van eendenmossels en zeewier op scheepsrompen verhindert. Bij grote schepen kan die aangroei het brandstofverbruik met 24 ton per dag doen toenemen. Zonder coating zou de koolstofuitstoot van de scheepsindustrie meer dan 600 miljoen ton hoger uitkomen.
“Aangroeiwerende producten maakten tot voor kort gebruik van milieuvervuilende metaalverbindingen. Met Econea kunnen doeltreffende verven worden gemaakt zonder koperoxide”, zegt Tony Kempen, manager nieuwe productontwikkeling bij Janssen PMP. “Dat scheelt in de rekening. Ons product heeft het potentieel om de koperemissies met 15.000 ton per jaar te verminderen.” Janssen PMP wordt geen verfproducent, maar zal Econea leveren aan de verfindustrie. Kempen: “Elke kilogram koper die nu gebruikt wordt, kan vervangen worden door 100 gram van ons product. De markt reageert zeer gunstig, zeker nu de koperprijs stijgt. Ons product blijft voorlopig iets duurder, maar heeft als bijkomend voordeel bovenop het milieueffect, dat het niet corrosief inwerkt op staal en aluminium. Koper doet dat wel.” Als dat niet overtuigt, dan zijn er nog de gewichtsbesparing en de mogelijke kleuren die de klant over de lijn moeten trekken.
Group Machiels
Van oudsher is Group Machiels actief in de ontginning van grondstoffen, afvalverwerking en huizenbouw. De voorbije drie jaar is daar met hernieuwbare-energieprojecten nog een belangrijk domein aan toegevoegd. Zo realiseerde de groep in 2009 zonnepanelenprojecten in Vlaanderen met een totale investering van 53 miljoen euro. Hernieuwbare energieproductie past volledig in de bedrijfsfilosofie van het bedrijf, een filosofie die wordt uitgedrukt in de baseline ‘Closing the Circle’. Nieuwe projecten kunnen enkel wanneer ze de duurzaamheidstoets doorstaan.
Vandaag liggen er tal van nieuwe projecten op tafel. Machiels Building Solutions gaat in Beringen modulaire houtstructuurwoningen produceren. De nieuwe bedrijfsfaciliteit wordt volledig CO2-neutraal. In Genk staat de productie van windmolenwieken gepland. In Houthalen wil het bedrijf afvalstoffen gaan recycleren tot nieuwe grondstoffen en energie. Daarnaast lopen er windenergieprojecten. Die zijn samen, eens op kruissnelheid, goed voor 1.500 nieuwe voltijdse banen. Met de huidige projecten slaagt Machiels erin de emissie van broeikasgassen met 85.000 ton CO2-equivallent te reduceren. De nieuwe projecten leveren een bijkomende reductie van 170.000 ton per jaar. “Als familiebedrijf is het onze nadrukkelijke wens om het grootste deel van onze projecten in Limburg en Vlaanderen te realiseren. Maar dat is geen conditio sine qua non. Om de verankering in de regio te garanderen, vragen we een duidelijk commitment van de Vlaamse overheid”, zegt voorzitter Louis Machiels. “We denken dat we een maatschappelijke meerwaarde kunnen realiseren die binnen de context van de huidige economische perspectieven, zoals recent beschreven door Vlaams minister-president Peeters, alleen maar aan omvang wint. We hebben dan ook een aantal expliciete vragen gericht aan de Vlaamse regering, waarop we een concreet antwoord vragen. We willen onder andere een commitment vanwege de overheden om de ontbrekende vergunningen te verlenen, zodat we de nieuwe projecten kunnen realiseren en de bijhorende tewerkstelling creëren. We vragen ook een indicatie van de beschikbare ondersteuning en het engagement om beslissingstermijnen tot een minimum te beperken.”
Auteur : Hans Housen
Bron : Vokatribune februari 2010