Verkiezingsdebat Leuven: de clash der tenoren

Met een panel samengesteld uit Louis Tobback (sp.a en huidig burgemeester), Carl Devlies (CD&V), Danny Pieters (NVA), Rik Daems (Open VLD), Jan Mertens (Groen!) en Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang) kon men zich in de aula van Groep T op 3 juli wel verwachten aan een geanimeerde discussie.


Burgemeester Tobback zette meteen de toon door, na de inleiding van Niko Demeester over efficiëntiewinsten en investeringen, VOKA ervan te beschuldigen een karikatuur te maken van de situatie in de Vlaamse gemeenten. Voor de rest liet hij het aan schepen Devlies over om met cijfers te bewijzen dat Leuven een modelstad was met een dalende schuldgraad, 300 miljoen investeringen in het verleden en evenveel gepland voor de toekomst en 150 miljoen aan activa via eigen vermogen, zonder schuldfinanciering. Dat vroeg natuurlijk om enige nuancering vanwege Rik Daems, die er toch op wees dat Leuven voor een aantal kostenposten een hoger dan gemiddelde stijging vertoonde. Maar wat doe je eraan? Zijn er besparingen mogelijk?

 

Louis Tobback sneerde dat Leuven misschien wel al erg efficiënt werkt, gezien de goede cijfers, waardoor efficiëntiewinsten nastreven wel zand in de ogen strooien is. En bovendien: service aan de inwoners vereist personeel en kost dus geld. Rik Daems repliceerde met twee voorbeelden voor besparingen: integratie van ocmw met de sociale diensten van de stad, en doorgedreven digitalisering (e-government). Bovendien lag volgens hem het investeringspeil slechts op 70% van het niveau van vijf jaar geleden. Danny Pieters van zijn kant verweet het beleid te rooskleurige begrotingen: er komen enorme lasten op de stad af (bv pensioenen) en het is absoluut noodzakelijk om na te gaan hoe die toekomst kan gefinancierd worden. Wat efficiëntiewinsten betreft pleitte hij ervoor om eerst te meten en dan actieplannen op te stellen. Meer samenwerken/samenaankoop met andere gemeenten en administratieve vereenvoudiging leken hem haalbare pistes.

 

Daarin werd hij bijgetreden door Hagen Goyvaerts, die ook wees op de mogelijkheden van een elektronisch loket. Jan Mertens beperkte er zich toe erop te wijzen dat het debat ruimer moet gezien dat een loutere drie procent winst: wat zijn de beleidsopties wat betreft maatschappelijke dienstverlening en wat is in deze context verantwoord? Louis Tobback sloot de discussie af door erop te wijzen dat er volgens hem geen besparingen verzekerd waren via de geplande planlastenverlaging. Hij ziet in de toekomst enkel nog meer regeltjes komen van de Vlaamse overheid en wetteksten die voor zijn ambtenaren amper te interpreteren zijn - tot zijn grote ergernis. Er zit duidelijk iets scheef tussen Louis Tobback en de Vlaamse overheidsadministratie.

 

Ook over het thema van de lokale fiscaliteit liet Tobback, daarin volmondig gesteund door zijn schepen Devlies, zich de les niet lezen. De cijfers van Leuven zijn op alle vlakken beter dan het Vlaams gemiddelde voor de centrumsteden. Een belastingverhoging in de toekomst leek voor hem daarom niet nodig. Rik Daems daarentegen wees op de ontelbare retributieregelingen en eigen belastingen van de stad en vond stroomlijning daarin absoluut noodzakelijk. En ook hij vond, bij gelijkblijvend beleid, een belastingverhoging in de toekomst niet nodig. Hij lanceerde meteen het idee van de selectieve onroerende voorheffing (nu nog niet toegestaan door de overheid), dat heel wat mogelijkheden zou bieden op fiscaal vlak. Louis Tobback kon daar volmondig mee instemmen. Hij suggereerde zelfs dat hij in dat geval veel minder heffingen op bedrijven nodig zou achten. Een thema om verder op te volgen! Danny Pieters wees op de relatie tussen fiscale inkomsten en inningskosten en alarmeerde nog eens iedereen voor de toekomstige lasten, terwijl Jan Mertens opnieuw het debat wilde verbreden en de toekomstige ontwikkelingen van de maatschappij (opwarming,....) wilde betrekken in de visie op fiscaliteit. Hagen Goyvaerts hamerde erop dat een fiscaal pact met de burger voor de volgende legislatuur belangrijk was: transparantie en zekerheid voor de burger.

 

Ook voor het thema rond het vergunningenbeleid ontbrak het de panelleden niet aan ideeën. Hagen Goyvaerts pleitte ervoor dat de administratie actief mee zou zoeken naar oplossingen in moeilijke dossiers en dat de termijnen niet telkens zouden uitgeput worden. Sneller werken dus. Daarom lanceerde Danny Pieters het idee van projectmeetings met alle betrokken diensten en afdelingen, waarop Rik Daems het idee van een accountmanager voor individuele dossiers op tafel gooide. Jan Mertens van zijn kant benadrukte het belang van rechtszekerheid voor bedrijven en suggereerde te onderzoeken wat daarin beter kan. Carl Devlies rondde het debat af met de opmerking dat in Leuven de stedenbouw- en milieudiensten geïntegreerd zijn: afstemmingsproblemen zijn er daar zeker niet. Louis Tobback kreeg toch het laatste woord met een opmerking over de ingewikkelde materie van bouwvergunningen, waarbij hij de Vlaamse regering in één beweging nog eens een veeg uit de pan gaf in verband met Uplace, waar hij het had over een nieuw soort bouwvergunning, namelijk één met een 'inspanningsverbintenis'.

 

De moderator stapte over naar het laatste thema: bedrijventerreinen. Dit bleek een korte discussie. Iedereen was het ermee eens dat dit in Vlaanderen als geheel een probleem werd, en ook voor Leuven dus. Vandaar het belang van inbreiding (Jan Mertens), samenwerking met andere gemeenten, de juiste keuze van het profiel van de bedrijvenzones (Hagen Goyvaerts). Ook hier kon Louis Tobback het niet laten om zijn ergernis te luchten over het feit dat de Vlaamse overheid en administratie bepaalde goedkeuringen blokkeerde (bvb Parkveld al tien jaar in procedure), wat tot een pittige discussie leidde met onder meer Danny Pieters over de rol van het regionale niveau. Geen onderwerp van deze debatavond vond de moderator, en dus werd de discussie ook hier afgesloten met een drink die op korte tijd de gemoederen tot bedaren bracht.




Lotte Ribbens - lotte.ribbens@voka.be - 016 89 19 85

In de kijker

Contactpersonen

Partners