filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

06jan
12
 Welke ontslagvergoeding bij deeltijdse arbeidsongeschiktheid?

Een voltijdse werknemer gaat na een lange periode van arbeidsongeschiktheid weer halftijds aan het werk. Jaren later ontslaat het bedrijf de werknemer, die nog steeds halftijds werkt. Moet zijn vergoeding voltijds of deeltijds berekend worden?

 

Wat gebeurd is

Een werknemer die is aangeworven met een voltijdse arbeidsovereenkomst, is gedurende een lange periode arbeidsongeschikt. Na die periode van volledige arbeidsongeschiktheid hervat hij met het akkoord van de adviserend geneesheer van zijn ziekenfonds tijdelijk gedeeltelijk het werk. Nadat de werknemer gedurende meer dan veertien jaar deeltijds heeft gewerkt, beëindigt de werkgever de arbeidsovereenkomst met betaling van een opzeggingsvergoeding die gelijk is aan het deeltijdse loon dat overeenkomt met de opzeggingstermijn.

 

De werknemer is van oordeel dat zijn opzeggingsvergoeding moet berekend worden op basis van het fictieve voltijdse loon. Hij vordert een aanvullende opzeggingsvergoeding voor de arbeidsrechtbank.


Wat de arbeidsrechtbank besliste

De arbeidsrechtbank is van oordeel dat de werkgever en de werknemer bij de deeltijdse werkhervatting een deeltijdse arbeidsovereenkomst hebben gesloten. De vordering tot betaling van een aanvullende opzeggingsvergoeding wordt daarom ongegrond verklaard. De werknemer tekent beroep aan tegen dat vonnis.


Wat het arbeidshof besliste

Het arbeidshof beslist dat wanneer de werknemer na een periode van volledige arbeidsongeschiktheid het werk tijdelijk gedeeltelijk hervat, dit leidt tot een tijdelijke conventionele schorsing van een gedeelte van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

 

De argumentatie van de werkgever dat er geen sprake was van een tijdelijke deeltijdse werkhervatting, maar wel van de uitdrukking van de wil van de partijen om een nieuwe arbeidsovereenkomst te sluiten, ditmaal voor deeltijdse arbeid, wordt door het arbeidshof van de hand gewezen. Naar het oordeel van het arbeidshof kan uit het enkele feit dat de werknemer na het einde van de periode van volledige arbeidsongeschiktheid gedurende meer dan veertien jaar deeltijds heeft gewerkt, de wil om schuldvernieuwing tot stand te brengen niet worden afgeleid. De eerste rechter was dus ten onrechte van oordeel dat tussen de partijen een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid werd gesloten.

 

Wanneer de werknemer na een periode van arbeidsongeschiktheid het werk tijdelijk gedeeltelijk hervat, moet ingeval de arbeidsovereenkomst tijdens die periode van gedeeltelijke werkhervatting wordt beëindigd, de opzeggingsvergoeding worden berekend op basis van het fictieve voltijdse loon. Naar het oordeel van het arbeidshof maakt de werknemer dus terecht aanspraak op een aanvullende opzeggingsvergoeding becijferd op het fictieve voltijdse loon. 

 
Wat daaruit te leren valt

Het hier besproken arrest sluit aan bij het arrest van het Grondwettelijk Hof van 28 mei 2009 (nr. 89/2009) waarin werd geoordeeld dat een arbeidsongeschikte werknemer die het werk gedeeltelijk hervat en wiens arbeidsovereenkomst dan wordt beëindigd, recht heeft op een opzeggingsvergoeding waarvan het bedrag wordt bepaald op basis van het lopende loon voor volledige arbeidsprestaties. Het Grondwettelijk Hof wees daarbij op de omstandigheid dat een arbeidsongeschikte werknemer die het werk deeltijds hervat, anders dan de werknemer die zijn arbeidsprestaties vermindert in het kader van loopbaanonderbreking, daar niet zelf voor kiest maar daartoe gedwongen wordt door zijn gezondheidstoestand.

 

Deze aangelegenheid lijkt definitief beslecht door de rechtspraak. Wanneer u de arbeidsovereenkomst van een werknemer die tijdelijk en deeltijds het werk heeft hervat, onmiddellijk beëindigt, moet u er dus rekening mee houden dat u een opzeggingsvergoeding zal moeten betalen berekend op basis van het voltijdse loon en dat zelfs in geval dat de deeltijdse tewerkstelling gedurende een zeer lange periode heeft plaats gevonden. In een dergelijk geval is het aangewezen daarmee rekening te houden bij de keuze tussen een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met betaling van een opzeggingsvergoeding, dan wel met een opzeggingstermijn.

 

In geval men een werknemer in dienst heeft waarbij uit de lange duur van zijn deeltijdse werkhervatting blijkt, dat het in werkelijkheid om een blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid gaat, is het wellicht aangewezen te onderzoeken of er mogelijkheden bestaan om de voltijdse arbeidsovereenkomst om te zetten in een deeltijdse arbeidsovereenkomst.

 

Referentie: Arbh. Brussel 3 januari 2011, J.T.T. 2011, afl. 1109, 412

 

Auteur : Ann Taghon, advocaat-vennoot Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse (ann.taghon@bellaw.be)
Bron : talent@voka 35 - januari 2012

terug