filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

28jan
10
 Rechtspraak: is ontslag met uitbetaling fout?

Een werknemer loopt een retentiebonus mis omdat zijn werkgever hem net voor het uitbetalen van die bonus ontslaat met onmiddellijke ingang. De werknemer trekt naar de rechtbank met het argument dat zo'n ontslag een fout inhoudt.

 

Wat gebeurd is

Aan een aantal kaderleden in dienst van een onderneming werd, in het kader van de fusie van die onderneming met een andere onderneming, bij brief meegedeeld dat hen begin april 2007 een retentiebonus zou worden toegekend.

 

Voor de toekenning van die bonus werden 2 voorwaarden gesteld: de betrokken werknemers moesten
(1) op 31 maart 2007 nog steeds in dienst zijn van de onderneming en,
(2) op die datum geen daad hebben gesteld die tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst strekte.

 

De bedoeling van die retentiebonus was tweeërlei: (1) vermijden dat de betrokken werknemers de organisatie zouden verlaten en (2) de integratie van de beide ondernemingen ten gevolge van de fusie laten slagen.

 

Op 1 maart 2007 beëindigt de onderneming de arbeidsovereenkomst met één van haar kaderleden met onmiddellijke ingang. Er wordt dus geen opzeggingstermijn gerespecteerd, maar wel een opzeggingsvergoeding betaald.

 

Voor de arbeidsrechtbank vordert het ontslagen kaderlid de betaling van de retentiebonus. Hij voert aan dat hij voldeed aan de voor de toekenning van de bonus gestelde voorwaarden, omdat hij in dienst bleef en meewerkte aan de integratie, en dat de onderneming zelf de realisatie van de voorwaarde van het in dienst zijn op 31 maart 2007 heeft verhinderd, door hem te ontslaan. Hij baseert zijn vordering op artikel 1178 van het Burgerlijk Wetboek dat zegt dat een voorwaarde wordt geacht vervuld te zijn, wanneer de schuldenaar die zich onder die voorwaarde verbonden heeft, zelf de vervulling ervan verhinderd heeft.

 

De onderneming daarentegen is van oordeel dat het bedoelde kaderlid geen recht heeft op de retentiebonus omdat hij niet in dienst was op 31 maart 2007 en dus niet aan de voor de bonus gestelde toekenningsvoorwaarden voldoet. Volgens de onderneming kan artikel 1178 van het Burgerlijk Wetboek ook niet toegepast worden omdat de onderneming in deze geen fout kan worden aangewreven.

 

De arbeidsrechtbank volgt de zienswijze van de onderneming. Het kaderlid tekent hoger beroep aan tegen die beslissing.

 

Wat het arbeidshof besliste

Het arbeidshof oordeelt in dezelfde zin als de arbeidsrechtbank. De toepassing van artikel 1178 van het Burgerlijk Wetboek vereist dat de schuldenaar een handeling stelt die de vervulling van de bedongen voorwaarde onmogelijk maakt, maar vereist ook dat die handeling van de schuldenaar een fout uitmaakt.

 

Van een fout kan maar sprake zijn wanneer het onmiddellijk ontslag tot doel had te vermijden dat aan de betrokken werknemer een retentiebonus zou moeten worden uitbetaald.

 

Naar het oordeel van het arbeidshof wordt een dergelijke fout in casu niet bewezen.

 

Het enkele feit dat de onderneming de arbeidsovereenkomst onmiddellijk beëindigd heeft met betaling van een opzeggingsvergoeding en dus niet heeft opgezegd met inachtneming van een opzeggingstermijn, maakt geen fout uit. De wetgever heeft wat de beëindiging van een arbeidsovereenkomst betreft, de keuze aan de partijen gelaten, ofwel de normale opzeggingstermijn respecteren en de arbeidsovereenkomst tot die bepaalde termijn laten voortduren of een opzeggingsvergoeding uitbetalen gelijk aan het lopend loon voor de duur van de (nog) te respecteren opzeggingstermijn.

 

Wat daaruit te leren valt

De onmiddellijke beëindiging van een arbeidsovereenkomst met betaling van een opzeggingsvergoeding maakt op zich geen fout uit.

 

Hoewel de opzegging van een arbeidsovereenkomst met inachtneming van een opzeggingstermijn, de normale manier is om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te beëindigen, heeft elk van de partijen bij een arbeidsovereenkomst de “macht” de arbeidsovereenkomst op elk ogenblik eenzijdig te beëindigen met een opzeggingsvergoeding.

 

De onmiddellijke beëindiging is slechts een fout die de toepassing van artikel 1178 van het Burgerlijk Wetboek verantwoordt wanneer er sprake is van rechtsmisbruik.

 

Bron arrest

Arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen, 23 juni 2009, A.R. 2080327

 

Auteur : Esther Van Oostveldt, advocaat-vennoot Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse (ester.vanoostveldt@bellaw.be)
Bron : talent@voka 14 - januari 2010

terug