filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

06feb
12
 Recht: Opgepast met ontslag na pestklacht

Een werknemer wordt tijdens een vergadering beledigd door een collega en klaagt daarover bij zijn chef. De zaak raakt niet opgelost en het bedrijf ontslaat de beledigde werknemer. Die trekt naar de rechter en vordert een bijkomende ontslagvergoeding.

 

Wat gebeurd is

Een werknemer tewerkgesteld bij een onderneming met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur wordt tijdens een werkvergadering publiekelijk beledigd door een collega-werknemer.

 

De betrokken werknemer meldt dit incident aan zijn directe chef d.m.v. een brief waarin hij tevens meedeelt dat hij een officiële klacht wenst in te dienen tegen de betrokken collega-werknemer. De werknemer richt eenzelfde brief ook aan de bestuurder van de onderneming.

 

Na een mislukte poging van de onderneming om de zaak in der minne te regelen, beslist de onderneming om de betrokken werknemer te ontslaan met betaling van een opzeggingsvergoeding gelijk aan zes maanden loon.

 

De werknemer stapt daarop naar de rechter en vordert een schadevergoeding van de onderneming gelijk aan zes maanden loon wegens onwettig ontslag.

 

De werknemer baseert zijn vordering op artikel 32terdecies van de Welzijnswet Werknemers. Volgens die bepaling mag een werkgever de arbeidsovereenkomst van een werknemer die een klacht heeft ingediend in het kader van de pestwetgeving niet beëindigen, tenzij om redenen die vreemd zijn aan de klacht. De werkgever die de arbeidsovereenkomst beëindigt in strijd met die ontslagbescherming is verplicht aan de betrokken werknemer een vergoeding te betalen die, naar keuze van de werknemer, gelijk is aan hetzij een forfaitair bedrag dat overeenstemt met het brutoloon voor zes maanden, hetzij aan de werkelijk door de werknemer geleden schade.

 

Wat de arbeidsrechtbank besliste

De arbeidsrechtbank is van oordeel dat de betrokken werknemer de ontslagbescherming van de pestwetgeving in casu niet kan genieten.

 

De ontslagbescherming van de pestwetgeving geldt immers enkel voor een werknemer die een formele met redenen omklede klacht heeft ingediend,

- hetzij bij de preventieadviseur of de vertrouwenspersoon (interne procedure),

- hetzij bij het Toezicht op het Welzijn op het Werk,

- hetzij bij de politiediensten, een lid van het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter.

 

De ontslagbescherming geldt niet wanneer de klacht bij een andere persoon dan de bovengenoemde personen werd ingediend.

 

Aangezien de leidinggevende personen bij wie de betrokken werknemer een klacht heeft ingediend, noch preventieadviseur, noch vertrouwenspersoon waren, geldt de ontslagbescherming in casu dus niet.

 

Het feit dat de onderneming de naam van de preventieadviseur of vertrouwenspersoon nooit in het arbeidsreglement heeft opgenomen en de onderneming aldus zijn wettelijke verplichtingen in het kader van de pestwetgeving niet heeft nagekomen, verandert daar niets aan. De pestwetgeving voorziet immers ook in een mogelijkheid tot het indienen van een formele met redenen omklede klacht wanneer geen preventieadviseur of vertrouwenspersoon werd aangeduid. In dat geval kan de werknemer zich richten tot het Toezicht op het Welzijn op het Werk.

 

Wat daaruit te leren valt

Wanneer een werknemer zich na het indienen van een klacht in het kader van de pestwetgeving, beroept op de ontslagbescherming ingeschreven in die wetgeving dient steeds onderzocht te worden of de klacht wel werd ingediend volgens de door de pestwetgeving voorgeschreven procedure, d.w.z. ofwel bij de preventieadviseur of vertrouwenspersoon ofwel bij het Toezicht op het Welzijn op het Werk ofwel bij de politiediensten, een lid van het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter.

 

Een klacht ingediend bij een binnen de onderneming gezagdragend persoon die noch preventieadviseur noch vertrouwenspersoon is, biedt de vermelde ontslagbescherming niet.

 

Ester Van Oostveldt, advocaat-vennoot Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse

ester.vanoostveldt@bellaw.be - http://www.bellaw.be

 

Rechtsbron: Arbeidsrechtbank Brussel, 9 januari 2012, A.R. 09/17568/A

 

Bron : talent@voka 36 - februari 2012

terug