filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

02jul
10
 Boek: Arbeidsrecht

Professor Othmar Vanachter, every inch a gentleman, heeft een passend eresaluut gekregen naar aanleiding van zijn emeritaat, in de vorm van een lijvig liber amicorum: "Arbeidsrecht tussen wel-zijn en niet-zijn".

 

Als Voka hebben wij natuurlijk in het bijzonder aandacht voor de artikels gepleegd door de collega’s van de vakbond. Zo laten Luc Cortebeeck en Chris Serroyen hun licht schijnen over het sociaal overleg, ‘tussen autonoom overleg en tripartisme’. Enkele passages willen wij u niet onthouden.

 

Zo wordt de algemene loonkostencorrectie verdedigd. “Kostprijs van deze lastenverlaging ca 196 mio euro op jaarbasis. Maar vergeet niet dat daar toen een reële loonnorm tegenover stond van 1,1%, dat is een marge van 2.376 mio euro aan loonsverhogingen, waarvan de overheid een belangrijk stuk afroomt via belastingen en sociale bijdragen”. Inderdaad, goed gezien, vandaar dat Voka blijft kloppen op de nagel van netto-indexatie: bij elke bruto loonsverhoging is de overheid de grootste winnaar.

 

Verder in de tekst wordt wel gehuild dat “de werkgevers de lastenverlaging vaak gratuit kregen van de overheid en dat zij al met volle handen en de vakbonden met lege handen stonden toen het interprofesioneel overleg nog van wal moest steken”. Graag vestigen wij hier eventjes de aandacht op de ‘index’, de heilige koe in de loonvorming. Nog voor het loonoverleg van start gaat zijn daardoor de loonzakjes al gevuld met de kost van de inflatie. Dat zijn nu ook niet bepaald ‘lege handen’.

 

Punt is dat de medewerkers dit niet als opslag zien. Dat vormt eigenlijk een probleem voor de vakbonden. De bonden moeten dan immers om ten aanzien van hun achterban hun toegevoegde waarde te bewijzen, boven de index nog zoveel loonsverhoging als mogelijk uit de brand zien te slepen. Vaak slagen ze daar ook in.

 

Maar de kruik gaat zolang te water tot ze barst. Het gevolg is een loonkostenhandicap, en die wordt cash betaald in een daling van de werkgelegenheid. We moeten dus de vakbonden helpen door de index te ‘valoriseren’. Dit kan door marge binnen de index te scheppen en die enveloppe verstandig op maat in functie van de behoeften van de sector dan wel het bedrijf te besteden.


Hoe kan men nu marge binnen de index scheppen? Bovenvermelde auteurs geven mutatis mutandis op blz 36 zelf het antwoord, en spreken van “een innovatie: een marge in eurocenten in plaats van procenten. Wat vanuit herverdelingsoogpunt merkelijk interessanter is.” Het venijn zit in de ‘mutatis mutandis’.


Tot slot fronsten wij toch ook onze wenkbrauwen dat de syndicale auteurs zich boos maken over de stelling dat “federale sociale partners zich niet meer zouden mogen inlaten met geregionaliseerde of gecommunautariseerde materies”. Wij willen geen ruzie stoken in een ander zijn huishouden maar signaleren graag deze passage aan de Vlaamse vakbondscollega’s. Hallo?

 

Arbeidsrecht tussen wel-zijn en niet-zijn, Liber amicorum Prof. Dr. Othmar Vanachter, Intersentia, Antwerpen, 2009, 817 blz.

 

Auteur : Gianni Duvilier, Voka-Kenniscentrum
Bron : talent@voka 19 - juni 2010

terug