filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

07apr
10
 Land van Toyota worstelt met verleden

“Japan heeft al heel wat schokken overwonnen, het zal deze keer ook wel lukken.” De uitspraak is van een Japans topondernemer in het economische hart van Tokyo.

Zal Japan de orde herstellen?

Toch heeft het land alle moeite om snel drastische hervormingen door te voeren. Japan ziet met lede ogen aan hoe China zijn plaats als tweede grootste economie afsnoept. Hoe wendbaar is de Japanse economie vandaag? Deze vraag kadert in de internationale studie ‘Willen Winnen’ van Voka.


De Japanse banken doorstonden de financiële crisis vorig jaar wonderwel. Maar de voorzichtige houding die ze sinds de eigen Japanse bankencrisis in 1989 aanhielden, heeft niet kunnen voorkomen dat het land vorig jaar de diepste recessie meemaakte sinds de Tweede Wereldoorlog. En daar raakt het voorlopig niet uit.

 

buiging

Het ontij dat de grootste autobouwer in Japan treft, doet onwillekeurig terugdenken aan de originele ‘My Toyota is Fantastic’ ruitsticker op een mosterdbruine Toyota Celica uit de jaren ’70. Een knap staaltje van marketing was dat. Europese autoproducenten raakten op dat eigenste ogenblik niet verder dan een sticker met het logo van een of andere motorolie of het adres van de garage. Daar kwam dan nog een Dinitrol-klever naast. Niet zo bij de Toyota, die was reeds ‘fantastic’ als fabriek. De bestuurder beweerde het voortaan zelf.

 

‘Fantastic’ stond voor de ganse Japanse economie, die tussen de jaren zestig en eind de jaren tachtig een grote economische expansie liet optekenen en wereldmerken creëerde. ‘Fantastic’ werd nu in het meetbare ‘OK’ vertaald. De Japanse banken speelden een cruciale rol in het economische succes, via een expansieve kredietverlening. Tot de aandelen en huizenprijzen een hoogtepunt bereikten in 1989, de zeepbel barstte en de bad loans bovenkwamen: de Japanse bankencrisis was een feit. Tussen 1989 en 1992 daalde de aandelenmarkt van Tokyo met zeventig procent en de huizenprijzen zelfs met tachtig procent. De klap deed de Japanse economie tussen 1990 en 2000 zowat stagneren. Pas in 2005, met het aantrekken van de BRIC-landen, was er weer een heropleving, om dan eind 2008 terug te vallen in de diepste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog. Het laatste trimester van 2008 en het eerste trimester van 2009 kromp de economie met meer dan tien procent. En het herstel blijkt zich moeilijk te voltrekken.

 

Nu heeft Japan ook een aantal katjes te geselen. Het land telt minder kinderen en meer grijsaards dan eender welk OESO-land. Tegenover elke actieve staan nu al 1,2 niet-actieven. Tegen 2050 wordt dat één op vijf. De vergrijzing zorgt voor een dualisering in de samenleving, waarbij de arbeidsmarkt opgedeeld is in een groep van vaste ‘life long employment’ werknemers en contractuele ‘non-regular’ medewerkers zonder veel sociale bescherming. De tweede groep bevat vooral jongeren en vrouwen. Het systeem is ideaal om economische schokken op te vangen, maar de bijhorende onzekerheid zet een rem op de consumptie. Bovendien lag de werkloosheid in februari van dit jaar op 4,4 procent, of 12,9 procent hoger dan een jaar eerder. Dat is een huiveringwekkend cijfer wanneer een job voor het leven tot voor enkele jaren de werkcultuur definieerde en het verlies ervan als een schande ervaren wordt. Het loon en de functie volgt de anciënniteit, waardoor in combinatie met de vergrijzing heel wat jongeren zich in hun carrière beknot voelen door de oudere generaties en meer belang gaan hechten aan de balans tussen werk en vrije tijd.


De arbeidsmarkt telt overigens slechts twintig procent vrouwen, waarvan de meesten in een tijdelijke of deeltijdse baan. Slechts één op de drie vrouwen is nog actief na de geboorte van een eerste kind. Dat komt door het tekort aan voorzieningen voor kinderopvang, maar ook door het vasthouden aan het klassieke rollenpatroon tussen man en vrouw.

 

ganbarimashoo

Het citaat “Japan heeft al heel wat schokken overwonnen, het zal dit keer ook wel lukken” kaderde in een Voka-onderzoek naar de aanwezigheid van waarden die de veerkracht van een economie bevorderen en in december 2009 uitmondde in het Voka-congres ‘Willen Winnen’. In zeven landen, waaronder België, ondervroeg Voka zo’n 200 ondernemers en beleidsmakers, waaronder twintig in Japan. De Japanse topondernemer die het citaat uitsprak refereerde naar de wilskracht die zo eigen is aan de bevolking en naar de cultuur waarbij het individu zich wegcijfert ten behoeve van het geheel, van de groep. Japanners hebben niet voor niets een eigen woord uitgevonden voor de uitdrukking ‘er samen voor gaan’: “Ganbarimashoo!”.

 

duaal

Japan kampt zeker niet met een gebrek aan innovatie: de bestedingen van de Japanse bedrijven in R&D liggen gemiddeld hoog (3,4 procent van het bbp, vooral door bedrijven) en in elektronica en de auto-industrie nog hoger. “We besteden veel aandacht aan innovatie. Misschien vermarkten we onze innovatie nog te weinig. Neen, dat is ons probleem niet. Ons probleem is dat we te weinig sociaal innoveren en ons te traag aanpassen aan gewijzigde omstandigheden”, zegt een respondent. Uit een ander interview onthouden we “dat Japan te afhankelijk is van de export en dat terwijl de thuismarkt alsmaar verder krimpt. Japan zal zijn productie meer en meer verplaatsen naar het buitenland, waar er wel goedkope arbeidskrachten zijn.” Het aanzwengelen van de binnenlandse vraag zou Japan minder onderhevig maken aan externe schokken. Dat wordt moeilijk in een land waar het bevolkingsaantal met rasse schreden achteruit gaat.
“Tegen 2050 hebben we zo’n 10 miljoen inwijkelingen nodig.” Experts zeggen ook dat “er dringend geïnvesteerd moet worden in opvangcentra, in een beter onderwijs en in een kader dat jonge moeders stimuleert om te blijven werken.” Het probleem met die maatregelen is dat nieuwe culturele waarden invoeren niet bijzonder populair is bij de 65-plussers in het kiespubliek, zij maken nu al 22 procent uit van de totale bevolking.

 

Bijkomende vraag is of de budgettaire situatie het toelaat om doortastend op te treden. De druk op de toekomstige generaties is nu reeds groot. Sinds 1990 is de uitstaande schuld van Japan gegroeid tot 170 procent van het bbp, dat is het hoogste peil van de OESO-landen. Worden de lokale schulden erbij opgeteld, dan komt men nu al aan meer dan 200 procent van het bbp. De hoge schuldgraad van Japan is zorgwekkend, zeker nu de rentelasten al goed zijn voor ongeveer 25 procent van de belastinginkomsten. Anderzijds slaagde het land er tot nu toe in om zijn schuld binnen de grenzen te financieren. “Onze economisten willen dat er extra ruimte komt door het BTW-tarief te verhogen. Het tarief bedraagt nu maar vijf procent. Maar de regering van Yukio Hatoyama heeft het tarief in principe voor vier jaar geblokkeerd.” Uit angst wellicht om de binnenlandse vraag een nieuwe klap toe te dienen.

 

gaman

Wat eens de sterkte was van Japan, blijkt nu eerder een zwakte: het als groep vasthouden aan een voorgehouden keuze. Het vasthouden aan gekende recepten en culturele gewoonten, ook al vertonen ze tekorten, verklaart voor een deel de moeilijkheid om verandering te organiseren. “Onze ambitie was heel lang om de beste en wereldwijd de grootste te zijn. Nu dat ook zo is dankzij het imiteren en verbeteren van buitenlandse voorbeelden in een aantal domeinen, staan we voor de vraag: ‘Wat nu?’ We moeten nu uitzoeken wat een nieuw industrieel en maatschappelijk model kan zijn voor Japan.”

 

Als de vergrijzing en de afname van de bevolking doorzet, dreigt dat samen met het gebrek aan openheid voor immigratie de belangrijkste oorzaken te blijven van een trage economische groei. Van de regering wordt verwacht dat ze de nieuwe richting aangeeft, zoals dat in het verleden tot grote successen heeft geleid. De vraag is in hoeverre de vergrijzing tot een duale samenleving zal leiden, met een groep ouderen en een groep jongeren. In hoeverre zijn die afzonderlijke groepen kiezers bereid om tijdens dat zoeken persoonlijke setbacks te aanvaarden, in een cultuur die verandering mijdt en een samenleving die aangeleerd is om risico en persoonlijke verantwoordelijkheid te vermijden? Verantwoordelijkheid wordt in Japan gedeeld door alle leden van de groep. Het woord ‘gaman’ betekent verduren. Het staat voor een belangrijke culturele eigenschap van Japanners: het kunnen verdragen van ontberingen in functie van het resultaat van de groep. Wanneer Toyota gezichtsverlies lijdt, is dat ook gezichtsverlies voor iedereen die zich met Toyota vereenzelvigt. Dus ook voor de overvloed aan vaak oudere taxichauffeurs in Tokyo die na hun pensionering een Toyota Crown kopen en zo een nieuwe carrière starten, om zich nog nuttig te willen maken voor iedereen. Japan betekent voor het Westen alleszins een laboratorium voor politieke besluitvorming. Omdat nergens de tweespalt in de samenleving die door de vergrijzing zal worden veroorzaakt, al zo prangend te voorschijn komt. En omdat de cultuur van superioriteit uit het verleden er maatschappelijke verandering in de weg staat.


Ijzeren driehoek

In Japan is quasi iedereen het eens over de nood aan dringende economische hervormingen. Maar wanneer en hoe die er kunnen komen, dat weten weinigen. Dat heeft te maken met de recente regeringswissel die rond vele directietafels voor onzekerheid zorgt. De nieuwe Hatoyama-regering van de centrum-linkse Democratische Partij van Japan kiest immers voor de afbraak van wat in Japan de ‘iron triangle’ heet. Die ‘ijzeren driehoek’ slaat op de zeer nauwe band tussen politiek, administratie en ondernemingen. Traditioneel bepaalde de administratie daarin de nieuwe doelen van de economie. De verkiezingsoverwinning van de DPJ eind augustus 2009 wordt daarom beschouwd als een echte breuk met het verleden, na vijftig jaar politieke hegemonie van de Liberale Democratische Partij.


“De ‘Iron Triangle’ heeft Japan groei gebracht, maar de jongste jaren ontbreekt het richtinggevend beleid. Het model stootte op zijn limieten. Je kan geen dijken blijven verhogen en autowegen naast elkaar aanleggen. Dat is ook zo door de bevolking afgestraft,” stelde een gesprekspartner. “Het is aan de regering-Hatoyama om fundamentele keuzes te maken en het land een nieuwe richting te geven die we met zijn allen kunnen volgen. Zoals de keuze die nu al gemaakt is voor een groene economie.”

 

Breken met het verleden behoort niet tot de Japanse cultuur en leidt in Japan tot ongewone onzekerheid. Japanners kiezen niet voor risico, wel voor een status quo. De regeringswissel wordt er vergeleken met de val van de shogun in 1867 en het aantreden van keizer Meiji, en de omwentelingen na de Tweede Wereldoorlog.

Auteur : Hans Housen
Bron : Vokatribune april 2010

terug