Iedereen gelijk, iedereen wint
Het is ook goed om te leven in Denemarken, waar de moderne welvaartstaat zijn burgers dik in de watten legt. Het lijkt een ideaal samenlevingsmodel. Voka-onderzoekers gingen van nabij bekijken hoe dat allemaal in elkaar steekt. Dat gebeurde in het kader van de internationaal vergelijkende studie ‘Willen winnen’.
Denemarken mag dan wel deel uitmaken van de ‘donkere en koude’ Scandinavische landen, aan de goedlachsheid van zijn bevolking zal het zeker niet liggen. Dat werd niet alleen meteen duidelijk tijdens de interviews die de Voka-onderzoekers afnamen voor de vergelijkende internationale studie – in Denemarken zat de sfeer er meestal meteen in – maar de Denen staan ook algemeen bekend als de meest extraverte Scandinaviërs. Ze worden ook wel eens de ‘Italianen onder de Scandinaviërs’ genoemd. In de lijst van twintig gelukkigste landen, opgesteld door de Universiteit van Leicester, staat Denemarken zelfs bovenaan. Of dat geluk zich ook vertaalt in duurzame welvaart en blijvend succes, dat is een andere vraag.
cijfers
Het Koninkrijk Denemarken is het meest zuidelijke van de Scandinavische landen. Het is anderhalf keer groter dan België, maar kent met 127 inwoners per vierkante kilometer een lagere bevolkingsdichtheid. Met een bbp per inwoner van om en bij de 35.000 euro hoort Denemarken bij de top tien van meest welvarende staten wereldwijd.
Denemarken is lange tijd hoofdzakelijk een landbouwland geweest. Maar vandaag draagt de landbouw nog maar vijf procent bij tot het bbp. Industrie en diensten namen voor een groot stuk de plaats in van de landbouw. Toch heeft Denemarken zijn landelijke karakter voor een groot stuk behouden. De belangrijkste uitvoerproducten voor Denemarken zijn dan ook nog altijd landbouwproducten en eiken meubilair, naast industriële machines, vis en metalen.
In de IMD-stresstest neemt Denemarken met stip de eerste plaats in. Het Institute for Managment Development (IMD) uit Lausanne rangschikt jaarlijks 57 landen op basis van hun concurrentiekracht. Voor het eerst werd er ook een ‘stresstest’ uitgevoerd, die meet hoe weerbaar landen zijn om de economische crisis te bestrijden en hun concurrentiekracht te handhaven. Denemarken scoorde daarbij het best, gevolgd door Singapore, Qatar, Noorwegen, Hong Kong en Zwitserland. België nam op die lijst de 35ste plaats in.
De uitstekende score van Denemarken in de IMD-test was voor Voka de aanleiding om het land op te nemen in de internationale vergelijking van landen, waarbij onderzocht werd in hoeverre de waarden ‘autonomie’, ‘innovatie’ en ‘verantwoordelijkheid’ ingeburgerd zijn in de maatschappij. Volgens een studie van de Koning Boudewijnstichting, ‘We need AIR’, vormen die waarden de steunpilaren van de economische en sociale dynamiek in westerse democratieën. Voka wilde onderzoeken in hoeverre dat opgaat in landen die goed scoorden in de IMD-test (Denemarken, Singapore, Zwitserland) en die minder goed scoorden (Frankrijk, Japan, Verenigd Koninkrijk).
egalitair
Een van de pijlers van het succes van de Deense maatschappij is de egalitaire opbouw van de samenleving. Dat gaat terug naar het ‘one tribe’-idee van de Vikingen, die steevast in een kring gingen zitten, waardoor iedereen tot iedereen in dezelfde verhouding stond. In het moderne Denemarken vertaalt dat principe zich in de zogenaamde ‘Janta Law’: “denk niet dat je specialer of beter bent dan de rest”.
Maar ook in de sociaal-economische opbouw van de maatschappij komt dat principe telkens terug. Denemarken kan zich met recht en reden een sociale welvaartstaat noemen; sociale zekerheid wordt er zeer hoog in het vaandel gedragen. Dat vertaalt zich wel in een zeer dure overheid. Op het einde van de vorige eeuw ging nog dertig procent van alle overheidsuitgaven naar sociale zekerheid. Vandaag is dat iets minder. De fiscale druk op mensen is ook hoog in Denemarken, maar omdat de bevolking er veel voor in de plaats krijgt, wordt dat over het algemeen vrij goed aanvaard.
Binnen het arbeidsmarktbeleid is er dan weer sprake van ‘de gouden driehoek van flexizekerheid’. Dat is de combinatie van flexibiliteit en zekerheid. Ook daar vinden we de egalitaire gedachte terug. De gouden driehoek steunt op drie pijlers. Ten eerste is er een zeer soepel arbeidsrecht. Mensen ontslaan kan snel en flexibel; werknemers kunnen vlot veranderen van job. Ten tweede hebben de Denen recht op een moderne werkloosheidsverzekering die mensen zonder job tijdelijk sterk ondersteunt (op basis van hun laatste inkomen). Tegelijkertijd worden werklozen intensief begeleid naar een nieuwe job. Dat activeringsprincipe vormt het sluitstuk van de Deense gouden driehoek.
In Denemarken beseft iedereen wat de weldaden zijn van dat model. Ook de vakbonden zijn helemaal mee. Wie de sociale dialoog in België gewend is, waant zich bij een bezoek aan de Deense vakbonden gemakkelijk bij werkgevers. De vakbonden hebben bijvoorbeeld geen enkel probleem met het activeringsprincipe en het soepel ontslagrecht. Zij erkennen dat mensen zo weer sneller aan de slag geraken.
Let wel: dergelijke principes en wetten werden ook in Denemarken niet op één dag gecreëerd. Ze stoelen op een lange traditie van overleg en vertrouwen, met ook hier weer de ‘one tribe’-gedachte als uitgangspunt.
barsten
Denemarken kent traditioneel een hoge syndicalisatiegraad: zowat iedereen is wel lid van een of andere vakbond. Althans, dat wàs zo. Bij de jongeren is de interesse voor vakbonden veel minder. Die evolutie baart niet alleen de vakbonden zelf zorgen, maar ook de werkgevers. In die mate zelfs dat ‘Dansk Industri’ (zeg maar de Deense evenknie van Voka) de Voka-onderzoekers tips vroeg om de terugloop tegen te gaan. Zij waren met name bijzonder geïnteresseerd in het Belgische systeem van de syndicale premie die werkgevers betalen aan de aangeslotenen bij een vakbond.
Vandaag steken ook meer en meer twijfels de kop op over het nut van het egalitaire model. Dat komt voornamelijk door de toenemende migratiestromen uit het buitenland. Denen vinden het hoe langer hoe minder evident dat migranten kunnen meeprofiteren van hun bijdragen aan de sociale welvaartstaat.
verantwoordelijkheid
De ultieme test voor de Deense welvaartstaat was uiteraard de recente economische crisis. De overheid koos voor een aanpak die op verschillende terreinen tegelijk effecten moest opbrengen, eerder dan voor een one-shot-politiek. Zo werden onder meer overheids- en privé-investeringen gestimuleerd, een aantal belastingen en kosten gingen omlaag, de woningbouw en de groene industrie kregen extra impulsen en er werd extra geld vrijgemaakt uit pensioenfondsen.
Ook de bevolking nam zijn deel van de verantwoordelijkheid op. Al bestaat er een duidelijk verschil tussen ‘de Deen als werknemer’ en ‘de Deen als burger’. Als werknemer zullen Denen veel gemakkelijker hun verantwoordelijkheid opnemen. De Deense bedrijven zijn weinig hiërarchisch opgebouwd, ieder heeft er zijn taken en verantwoordelijkheid. Iedereen kent er zijn plaats en weet in welke mate hij kan bijdragen tot de algemene missie van het bedrijf. De betrokkenheid is dus groot, en wanneer het door omstandigheden noodzakelijk is om aan arbeidsherverdeling te doen (met looninlevering), dan bestaat daar meestal ook bereidheid toe.
Een ander verhaal wordt het, wanneer de verantwoordelijkheid van ‘de burger’ onder de loep wordt genomen. Over het algemeen vindt de Deen dat hij al genoeg belastingen betaalt aan zijn overheid. Het is dan ook naar die overheid dat gekeken wordt wanneer er zich problemen voordoen. In deze welvaartstaat denken burgers eerder aan hun rechten dan aan hun plichten.
Net ook omdat de overheid zijn burgers vrij goed in de watten legt, voelen de Denen minder de neiging om risico’s te nemen of veel ondernemerschap aan de dag te leggen. Een brandende professionele ambitie is voor Denen veel minder een drijfveer dan in landen als China of de Verenigde Staten. De ambitie van Denen is eerder gericht op een goede levenskwaliteit en duurzaamheid.
innovatie
Door de welvaartstaat is er blijkbaar ook minder drang om echt heel innovatief te zijn. Innovatie is er wel, maar Denemarken is op dat vlak zeker geen uitblinker. De Deense ondernemingen zijn wel ambitieus en hebben ook de ambitie om hun plaats op te eisen in de geglobaliseerde economie. Ze zijn marktgericht en stimuleren creativiteit. Dat laatste kan ook bijna niet anders aangezien ‘brains’ nagenoeg de enige grondstof zijn waarover Denen beschikken. Toch worden de Denen op het vlak van innovatie geklopt door andere landen.
De geïnterviewde Denen waren wel optimistisch over de toekomst. Ze zien bij de jongeren namelijk een cultuuromslag. Die nemen meer risico’s, gaan minder op de overheid steunen en richten hun blik gemakkelijker op het buitenland. Dat wordt voor een groot stuk gestimuleerd door het onderwijs, dat zichzelf volop aan het moderniseren is.
Ook op het vlak van innovatie lijkt het dus goed te komen met Denemarken. Nu maar hopen dat de Denen ook het geluk zullen kunnen blijven vinden.
Auteur : Gianni Duvillier en Sandy Panis
Bron : Vokatribune maart 2010