filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Infotheek

20dec
06
 500 miljoen euro voor trams en bussen

Het gaat zo goed met het openbaar vervoer, dat nu dringend investeringen nodig zijn om de toename in het verkeer te kunnen opvangen. “We zijn volop bezig het programma Lijn Invest voor te bereiden”, zegt Vlaams minister van Mobiliteit Kathleen Van Brempt.

 

 “We zullen samen met marktpartners 500 miljoen euro investeren in bijkomende stelplaatsen, nieuw rollend materieel en tramverlengingsprojecten.”

 

Kathleen Van Brempt zoekt partners voor Lijn Invest

 

Volgend jaar moet het programma ‘basismobiliteit’ van de Vlaamse regering afgerond zijn. Dat betekent dat voortaan elke Vlaming minstens over een minimumaanbod aan openbaar vervoer zal kunnen beschikken. De afgelopen jaren zijn heel wat middelen gegaan naar exploitatie: een groter aanbod van bus en tram, verbetering van het woon-werkverkeer, verruiming van het net. “Er zijn nu extra investeringen nodig”, zegt minister Van Brempt.

 

Maar de Vlaamse regering heeft daarvoor de middelen niet.
Kathleen Van Brempt:
“Neen. Maar we hebben gelukkig wel een goede schuldpositie. Dus kunnen we de markt betrekken bij de financiering. En dat is precies wat we van plan zijn met Lijn Invest.”

 

Vehikel

 

Hoe ver staat u daarmee?
“Lijn Invest moet 500 miljoen euro aan investeringen mogelijk maken in de volgende jaren. Het vehikel wordt nu ontwikkeld. De gesprekken met mogelijke partners zijn gestart. Die partners kunnen verschillen per project, of per regio. Voor een stelplaats zullen we misschien makkelijker met een vastgoedpartner praten, terwijl we voor tramverlenging misschien eerder een financier nodig hebben.”

 

Hebt u ook nog ruimte voor netmanagement?
“In deze legislatuur is daarvoor 45 miljoen euro voorzien, tussen 2007 en 2009. Dat is toch veel geld. We zullen er vooral de capaciteitsproblemen in Gent en Antwerpen mee aanpakken, en het woon-werk- en woon-schoolverkeer.”

 

Voor woon-werkverkeer is de doelstelling om de privé-auto terug te dringen van 70 naar 60 procent. Dat is heel ambitieus, want het autoverkeer groeit nog steeds.
“Inderdaad. Er is wel een zekere afname van het verkeer op de gewestwegen. Niet enorm, onvoldoende dus. Maar we kunnen daar toch al van een trendbreuk spreken. We zien, naast openbaar vervoer, twee manieren om de auto terug te dringen: een actiever fietsbeleid en meer carpooling.”

 

Niemand zal de fiets nemen om pakweg van Jabbeke naar Brussel te gaan.
“Dat is ook niet de bedoeling. Heel veel mensen werken in de buurt waar ze wonen. Die mensen moeten we op de fiets krijgen. De grote uitdaging is: fietsen ook veilig maken. Dat werken we uit met collega Kris Peeters, de Vlaamse minister van Openbare werken. Voor veilige fietspaden is er een budget van 60 miljoen euro per jaar.”

 

Individualisme

 

Carpooling is tot nog toe geen groot succes.
“Het is een concept dat heel moeilijk doordringt, ja. En toch is het simpel. Alle studies zeggen dat structurele files veroorzaakt worden door de capaciteitsverzadiging van de wegen. De wegen zitten vol. Maar niemand vraagt zich vervolgens af: hoe zit het met de capaciteitsbenutting van de wagens? De auto’s zitten leeg. Het probleem is de irrationele verhouding van het individu met zijn auto. Dat is een heel monogame relatie. Mensen willen blijkbaar alleen zitten in de auto, ze willen hem met niemand delen. Die houding zit heel diep. Maar misschien helpt het als we via fiscale weg van carpooling een win-win kunnen maken voor zowel de chauffeur als voor zijn passagiers.”

 

Sommige partijen zeggen: pak de bedrijfswagen aan.
“Daar iets aan doen is heel onpopulair. Ook al omdat de auto gezien wordt als een fiscaal voordeel voor de werknemer. Als je zo’n voordeel krijgt, laat je dat niet graag schieten. De enige manier is: daar fiscale alternatieven voor ontwikkelen, zodat je een ander voordeel krijgt als je die bedrijfswagen opgeeft. Maar dat is eigenlijk federale materie.”

 

Regionalisering

 

Moet mobiliteit helemaal geregionaliseerd worden?
“Heel zeker. Verkeerswetgeving en -handhaving zouden veel beter in Vlaamse handen terechtkomen. Gewoon om praktische redenen. Er zijn zo’n verschillen tussen de regio’s qua verkeersopties, infrastructuur, omgeving. Nu is dat een voortdurend steekspel.”

 

Pleit u voor een regionalisering van de NMBS?
“Mijn standpunt daarin is heel pragmatisch. Het zou onzin zijn om zonder meer voor een regionalisering van de NMBS te pleiten. Je moet dat met de nodige dosis gezond verstand doen. De centrale lijnen, de verbindingen tussen Brussel en de grote steden – die kan je beter federaal houden. Die moet je echt centraal beheren, samen met de gewesten.”

 

“Maar het voorstadsnet in Gent of in Antwerpen, of de verbindingen tussen Vlaamse steden, die zouden we perfect op Vlaams niveau kunnen ontwikkelen, in een goede afspraak tussen De Lijn en de NMBS. De ontwikkeling van het systeem van Light Rails, bijvoorbeeld, is daar een uitstekend voorbeeld van.”

 

U gelooft echt dat mensen terug de overstap van auto naar openbaar vervoer zullen doen, mits er een comfortabel aanbod is?
“Die trend is al ingezet. Je bent geen kneusje als je de tram neemt. Steeds meer mensen laten hun auto achter aan de rand van de stad, en ze nemen de bus of de trein.”

 

De auto nog duurder maken, hoeft dus niet?
"Ik ben er geen voorstander van om de auto duurder te maken. Dat is niet het plan. Maar ik vind wel dat we als overheid moeten investeren in duurzame dingen. We zoeken een verkeersveilig en leefbaar Vlaanderen. Vlaams minister van Openbare Werken Kris Peeters zorgt ondertussen wél dat de missing links worden opgelost, want dat is belangrijk."

terug