filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

08mrt
10
 Tussen droom en daad

Tieners hebben een positief beeld van ondernemers, zo bleek onlangs uit een studie van Flanders DC en de Vlerick-school.

Scholieren vinden eigen zaak een goede zaak

 De helft van de leerlingen in de laatste jaren van het middelbaar onderwijs vindt het opstarten van een eigen zaak een aantrekkelijke gedachte. En dertig procent denkt dat het nog haalbaar is ook. Hoe komt het dan dat tien, vijftien jaar later zo weinig jonge mensen hun plannen ook hebben uitgevoerd?

Het is een simpele rekenoefening. Elk jaar verdwijnt er tussen de  zeven en de tien procent van de ondernemingen – groot en klein, alles door elkaar genomen, van de bloemenwinkel op het hoekje tot het grote autoassemblagebedrijf met drieduizend medewerkers. We hebben dus minstens evenveel instroom nodig, als we het aantal ondernemingen in onze regio op peil willen houden. Het slechte nieuws: die instroom is er niet. We scoren slecht wat starters betreft. Het goede nieuws: misschien is er toch een kentering op komst.
Uit een grootschalig onderzoek bij meer dan tweehonderd scholen en meer dan zesduizend leerlingen blijkt namelijk dat tieners een positief beeld hebben van ondernemingen. De zogenaamde ‘Effecto’-studie van Flanders DC, uitgevoerd door de Vlerick Leuven Gent Management School, wijst uit dat de helft van de tieners wel eens droomt van een eigen zaak. Bijna een derde denkt dat het later echt zal kunnen.
Uit dezelfde studie blijkt ook dat het een goed idee is om jonge mensen vaak in contact te brengen met ondernemingen. Schoolse initiatieven zoals de ‘mini-onderneming’, de ‘ondernemer voor de klas’, de ‘vliegende startersbrigade’, ‘all-in, all-out’ of simpelweg bedrijfsbezoeken blijken de intentie om later te ondernemen duidelijk positief te beïnvloeden.

 

goesting

Hans Crijns, directeur van het Centre for Entrepreneurship (Vlerick), is onder de indruk van die cijfers. Hij ziet een begin van kentering in de mentaliteit. Als jonge mensen vandaag echt goesting hebben om te ondernemen, is het nog een kwestie van tijd om de resultaten daarvan ook in de praktijk te zien, denkt hij.

 

Waarom is de instroom aan ondernemers vandaag zo zwak?
Hans Crijns:
“Er zijn honderden redenen, het zal dus niet volstaan om één element te veranderen. Maar ik rangschik ze meestal onder twee hoofdingen. De eerste, dat is de culturele factor: de ‘goesting’, de zin om te ondernemen. Daar scoren we in Vlaanderen nog altijd niet goed: Vlamingen zijn niet bang om te mislukken, maar ze hebben gewoon geen zin om te beginnen.”
“De tweede hoofding, dat zijn de omgevingsfactoren: de beschikbaarheid van financiële middelen, de infrastructuur, de administratieve rompslomp. Dat zijn allemaal mogelijke verklaringen.”

 

Aan die omgevingsfactoren kunnen we werken?
“Er is de voorbije jaren al een en ander gedaan. Er zijn financieringsinstrumenten gecreëerd. Opleiding is er voldoende, het scholingsniveau in onze regio ligt echt hoog. Er is een goede infrastructuur. En er wordt nu ook stilaan gewerkt aan vermindering van de red tape. Daar ligt het kalf dus niet zozeer gebonden. Het gaat vooral over de cultuur, de sociale positie, de status van ondernemerschap. Daar zitten we niet goed.”

 

Ziet u evolutie? Zijn jongeren positiever?
“De resultaten van de Effecto-studie stemmen me in ieder geval optimistisch. Ik heb de indruk dat er een verandering in de mentaliteit is. Jonge mensen, scholieren praten er nu meer over dan tien jaar geleden.”

 

uitstel

Op 18 jaar hebben ze goesting, op 22 jaar misschien niet meer?
“Er is in ieder geval een cascade-effect. Hoe verder het moment van de waarheid ligt, hoe meer mensen dromen. Als het moment dichterbij komt, gaan ze toch twijfelen: misschien is het goed om eerst wat reserves op te bouwen, om wat ervaring op te doen, om er nog eens goed over na te denken… Mensen stellen het risico graag uit.”
“Typisch Vlaams, typisch van bij ons is dat jonge mensen veel alternatieven hebben op de arbeidsmarkt. En vaak heel comfortabele. Ze kunnen bij een grote onderneming gaan werken, bij een nichebedrijf, bij een familiale onderneming, bij de overheid. Zelfs vandaag, in een periode van toenemende werkloosheid, hebben ze die keuze. Ze kunnen zich zelfs bij werkloosheid neerleggen. Je ziet bij ons heel weinig necessity entrepreneurs. Er zijn maar weinig mensen die bij ons uit pure noodzaak, ‘uit armoede’ een onderneming starten.”

 

Gebrek aan ondernemers, is dat een generatieprobleem?
“Het is een probleem van generaties. Na de Tweede Wereldoorlog hadden we hier wel een massa ondernemers, maar dat is stilgevallen. Ik denk dat we nu stilaan klaar zijn voor een volgende golf. Geef mensen die goesting hebben gekregen, de tijd en de kans. Het moet lukken.”
“Het enige probleem is dat we niet alleen zijn. Ook onze buren hebben ondernemerschap hoog op de beleidsagenda gezet. Wie daar het efficiëntste in is, die zal de meeste vruchten plukken.”

 

 

Pieter Lesage (Concrete)
All-round creative

 

 

 

 

“Ik heb altijd geweten dat ik ondernemer zou worden”, zegt Pieter Lesage. Hij startte zijn bedrijf toen hij in het voorlaatste jaar van zijn studies zat.

 

Pieter Lesage, 31 jaar, is productontwikkelaar. Samen met zijn vennoot (en oud-klasgenoot) Alexander Crolla heeft hij in Antwerpen het ontwerpbureau Concrete uitgebouwd tot een gerenommeerd designkantoor. Concrete ontwerpt de meest uiteenlopende producten, van een autobus tot de oortjes van een Bluetooth-gsm.

 

Pieter Lesage: “Ik kom uit een zelfstandige familie. Mijn vader is dierenarts, ik zag bij hem hoe het zelfstandig beroep werkt, hoe je daarmee kan omgaan. Ik wist al vroeg dat ik ondernemer wou worden. Mijn droomberoep was uitvinder, ik denk dat ik daar dichtbij ben uitgekomen. Als scholier was ik geen hoogvlieger. Ik was rebels, de schoolse toestanden moe. Maar aan de hogeschool bloeide ik open. De sfeer bij productontwikkeling beviel me geweldig. Ontwerpen was mijn ding wel. Ik werkte vaak als jobstudent, als windsurfinstructeur. Maar op zeker ogenblik had de sociale dienst van de hogeschool een website nodig. Ik stelde voor dat ik die zou maken. Van het voorschot heb ik een handboek HTML gekocht. En het is me gelukt. Van het een kwam het ander, de opdrachten voor websites stroomden toe. De school pushte me om te doctoreren. Dat vleide me natuurlijk, maar was pure theorie wel iets voor mij? Uiteindelijk dacht ik: laat ik tijdens mijn studies al eens in de praktijk zien of ondernemen me echt af gaat. Als het uitliep op een desillusie, kon ik nog altijd doctoreren. Met 100.000 frank (2.500 euro), deels van mijn ouders, heb ik dan de GCV Concrete opgericht. Het onderwerp ‘doctoreren’ is nooit meer aan de orde geweest.”


“Het evenwicht tussen bedrijf en studies liep niet altijd even vlot. Toen ik afstudeerde had ik een aantal projecten lopen waardoor ik me de vraag niet meer hoefde te stellen of ik hiermee verder ging. Plots had ik twee mensen in dienst, en toen liep het bijna mis: een paar slechte contracten, financiële problemen, mensen afdanken. Alexander heeft zich toen in het bedrijf gekocht, en van dan af zijn we stelselmatig gegroeid, richting het ontwerpbureau dat we nu zijn. Het was een zoektocht. De eerste jaren gaf ik ook deeltijds les. Dat was mijn vaste inkomen. Een stuk daarvan investeerde ik steevast opnieuw in het bedrijf. Ik begrijp wel dat relatief weinig mensen hun ondernemersdromen ook in de praktijk zetten. Het is niet evident. Ik heb zelf voldoende zwarte sneeuw gezien, in het begin. Financieel is een bedrijf opstarten een stap terug. We zijn nu tien jaar bezig, en dit jaar zullen we voor het eerst een volwaardig ondernemersloon uitkeren. Dat is de realiteit: je investeert alles in je zaak. Anders lukt het niet.”

 


Maurits Willaert (IAC Group)
Beroep: droomjob

 

 

 

 

 

 

 

“Ik was ook als scholier gefascineerd door de automobielsector,” zegt Maurits Willaert. “De job die ik vandaag doe, dat is de job waarvan ik altijd heb gedroomd.”

 

Maurits Willaert is 40 jaar, heeft er een beroepscarrière van 15 jaar op zitten. Van vorming is hij industrieel ingenieur, en bijna zijn hele loopbaan werkt hij in de automobielsector. Vandaag is hij vicepresident Operations Central Europe van de IAC Group, de fabrikant van kunststof interieurstukken (dashboards, interieurbekleding,…) voor zowat alle automerken. “De autosector is internationaal en dynamisch. Dat is wat me erin aantrekt”, zegt hij. Ook al toen hij nog op de schoolbanken zat?

 

Willaert: “Auto’s interesseerden me toen. Maar dan niet zozeer om de pure techniek. Het ging me om het ondernemen, om het leiden van een team, om het coördineren. De ondernemerskant, daar was het me om te doen. Ik wou bovendien liefst een internationale job. En ook dat is me gelukt. Drie tot vier dagen per week doorkruis ik Europa.”


“Mijn eerste job? Mijn ouders woonden toen in Portugal, van daaruit ben ik beginnen solliciteren. Ik kwam in Parijs terecht, bij een grote Franse groep in de automotive. Die wees me toe aan een project voor BMW, voor de opstart van een vestiging in de VS. Tweeënhalf jaar lang heb ik gependeld tussen Parijs, Munchen en Amerika. Vervolgens kreeg ik een managementpositie in België. Ik was nog jong en onervaren, maar ik was de enige Vlaming in die Franse groep. Ik heb mee de nieuwe fabriek van de groep in Genk opgestart. Twee startups dus, op korte tijd. Dat was een hele leerschool. In één jaar startup leer je meer dan in vijf jaar universiteit. Ik heb dan nog verschillende functies bij verschillende ondernemingen gedaan. Tot ik drie jaar geleden bij IAC Group vicepresident werd voor zes fabrieken. IAC Group is de groep die gevormd werd om de Europese activiteiten van het ter ziele gegane Collins & Aikman over te nemen. De groep is sindsdien gegroeid, en van de dertig IAC-vestigingen neem ik er dertien onder mijn hoede, twee daarvan in eigen land: Genk en Herentals. En we zijn bezig met de opstart van een fabriek in Roemenië.Wat mijn volgende stap zal zijn? Ik doe heel erg graag wat ik nu doe. Ik droom nog wel eens om zelfstandig met een onderneming te beginnen, dat sluimert nog. Maar in de IAC Group kan ik me echt wel uitleven. Het lijkt wel alsof ik nu al ondernemer ben. Het is dan wel niet met mijn geld, maar het is in wezen wel dezelfde job.”

 

Benoit Dubrulle, AGX

“Bijsturen tot het lukt”


“Ik was als student al bezig met ondernemen”, zegt Benoit Dubrulle. “Niet dat ik echt zicht had op wat er later ging komen, ik deed het gewoon.”


Benoit Dubrulle leidt nu Aries Graphics (AGX), een bedrijf dat online digitale communicatiediensten aanbiedt.


Dubrulle: “Mijn moeder was zelfstandige journaliste en mijn vader heeft een architectenbureau. Als kind en als jongeman ging ik daar regelmatig naartoe: mee helpen wat grafische dingen te doen. Ik kom dus wel uit een ondernemend milieu. Al in het voorlaatste jaar secundair was ik zelf bezig met ondernemen. Ik verkocht laptops die ik vanuit Hongkong liet overkomen, en ik ontwierp twee boekjes voor een klant. Het zat er echt al heel vroeg in.”


“In 2001 heb ik de vennootschap AGX overgenomen. Gratis, maar wel met fiscale verliezen. Het was een zoektocht. We gingen van het ene veranderingsproces over in het andere: van puur grafisch bureau naar webdesign, dan namen we er ook development bij. En vandaag zijn we een Full Service Online Digital Agency.”


“Vroeger waren we gewoon enkele vrienden die samen mooie en leuke dingen ontwierpen. Nu zijn we georganiseerd, met een goede structuur, een werkwijze, een dreamteam dat corporate klanten kan bedienen. Ik merk dat heel wat jonge mensen hun droom van zelfstandig ondernemen niet waar maken. Het is dan ook niet eenvoudig. Als je als jong afgestudeerde iets wil opstarten, word je geconfronteerd met de werkelijkheid. En die is vaak toch ingewikkelder dan je denkt. Je moet echt gedreven zijn en in vele vakgebieden thuis zijn. Dat is de reden waarom in de schoot van Voka de jongerenclubs zijn opgericht. Ik ben zelf voorzitter van Jong Voka Oost-Vlaanderen. Onze bedoeling is een handje toe te steken wat netwerking betreft, om de weg te wijzen naar andere, grotere Voka-leden, naar mogelijke klanten.Ik denk nog aan een mooi initiatief: we zouden (gratis) workshops kunnen geven om jonge ondernemers te tonen welke gratis online-tools vandaag al beschikbaar zijn (internet, blogs, social media) en die het mogelijk maken om zonder veel financiële middelen, toch een hoop acties te ondernemen op gebied van marketing en communicatie.”


www.jongvoka.be 

Auteur : Erik Durnez
Bron : Vokatribune maart 2010

terug