Nieuws
Veel ondernemingen ergeren zich aan de vergoeding voor muziek op de werkplek. Voka kaart het dossier aan bij Sabam.
“Muziek verlicht de zeden”, zegt het gevleugeld woord. Maar de vergoeding die moet betaald worden als medewerkers muziek kunnen beluisteren op de werkplek, blijft voor heel wat ondernemingen een bron van ergernis. De praktische uitwerking van het akkoord dat hierover vorig jaar werd gesloten, stuit op verzet. Voka heeft het dossier aangekaart bij de auteursvereniging Sabam.
Over het principe is er geen twijfel. Uiteraard hebben auteurs en uitvoerende artiesten hebben recht op een vergoeding voor hun creaties. Maar de concrete toepassing stoot nogal wat bedrijven tegen de borst.
Een paar voorbeelden. De vergoeding wordt berekend op basis van het aantal personeelsleden in de onderneming. Terwijl in de praktijk vaak niet alle personeelsleden (kunnen) meeluisteren. Bijvoorbeeld omdat ze in een lawaaierige omgeving werken en dus oorbeschermers dragen.
Ondernemingen met minder dan negen werknemers zijn vrijgesteld van vergoeding, ze worden beschouwd als een private familiekring. Maar als een truckchauffeur muziek beluistert in zijn cabine, moet zijn onderneming daar merkwaardig genoeg wel voor betalen.
Ondernemingen die spontaan aangifte doen, krijgen een korting van 30% op het tarief, bij wijze van incentive. Maar die korting is tijdelijk, na drie jaar betalen ze toch het volle pond. Dat is natuurlijk een rem op de incentive.
Ook het toegepaste tarief is vaak een bron van ergernis. Er bestaat namelijk geen enkele transparantie over de manier waarop dat tarief wordt vastgesteld.
Wat meer pragmatisme in de toepassing van de regels zou welkom zijn. Voka volgt het dossier verder op.
Auteur : Erik Durnez
terug