Staatssecretaris Carl Devlies
“De teller staat nu al op 400 miljoen”, zegt staatssecretaris Carl Devlies, die belast is met de coördinatie van de fraudebestrijding. “Ons streefdoel is zeker haalbaar.”
De strijd tegen de fraude duikt bij elke begrotingsopmaak wel even op. Het is namelijk vaak de sluitpost waarmee, na alle andere maatregelen, het overblijvende gat in de begroting moet worden dichtgereden. Carl Devlies heeft er een andere kijk op. “Je hoort soms de meest fantastische cijfers”, vertelt hij ons. Hij blijft met beide benen op de grond staan. Voor hem is fraudebestrijding een kwestie van systematische aanpak om frauduleuze systemen en netwerken bloot te leggen.
Hoe definieert u fraude?
Carl Devlies: “Wij hanteren een algemene definitie. Fraude is voor ons de situatie waarbij de overheid een materieel verlies lijdt doordat burgers of ondernemingen bepaalde misbruiken plegen. Die overheid, dat kan dan zowel de federale overheid zijn, als de sociale zekerheid of een Europese instelling, een regio, een gemeenschap.”
“Wij onderscheiden twee types. Langs de ene kant is er de bijdragefraude, met misbruiken in socialezekerheidsbijdragen of fiscale aangiften. Langs de andere kant is er de uitkeringsfraude. Er bestaat al langer fraude in de ziekte- en invaliditeitsuitkeringen. Maar de jongste jaren is er een spectaculaire nieuwe ontwikkeling. We stuiten nu op mensen die volkomen ten onrechte kinderbijslagen, werkloosheids- of ziekte-uitkeringen ontvangen, op basis van vervalste werkgeversattesten die door criminele organisaties op de markt worden gebracht.”
En wat is voor u dan fraudebestrijding?
“Ons gaat het echt niet om de individuele burger die in zijn buurt in het zwart wat gaat bijklussen. Ook dat is fraude, maar daar bestaan de nodige controle-instanties voor.”
“Voor ons komt het er op aan netwerken aan te pakken die economische schade aanbrengen. Wat ons interesseert, dat zijn de georganiseerde mechanismes van fiscale en sociale fraude. De structuren die daarmee gepaard gaan, kunnen vaak niet meer door de klassieke controles van belastingsdiensten en RSZ aangepakt worden.”
samenwerking
Hoe pakt u ze dan aan?
“Mijn opdracht is de coördinatie van de fraudebestrijding. Coördinatie is geen synoniem voor centralisatie. We gaan dus geen nieuwe superinstelling oprichten. Er bestaan een aantal diensten voor fraudebestrijding, het komt er vooral op aan die te laten samenwerken.”
“Uitwisseling van informatie is daarbij essentieel. Wij hebben dus eerst en vooral een inventaris gemaakt van alle bestaande gegevensbanken. Die bestond nog niet. En we hebben de directeurs samengebracht van de sociale, fiscale, economische, politie- en gerechtelijke diensten die betrokken zijn bij de strijd tegen de fraude. Sommige kenden elkaar niet eens. Nu vormen ze samen het college voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude. Met andere woorden, we steunen volledig op de bestaande administratie.”
Hoe groot is de fraude in ons land?
“Je hoort soms enorm grote bedragen noemen. In de media vind je vaak de cijfers van de Oostenrijkse professor Schneider. Maar die definieert de ‘schaduweconomie’ heel ruim: klussen in eigen huis, criminaliteit en prostitutie… hij rekent het allemaal mee. Hij komt uit op 18,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Zijn conclusie is dus dat we ongeveer 9 procent bbp aan inkomsten zouden mislopen.”
“Wij houden het bij de officiële cijfers. De Nationale Bank schat de fiscale en sociale fraude op ongeveer 3,6 procent van het bbp. Als we dat goed omrekenen, komen we uit op 6 tot 7 miljard mislopen ontvangsten.”
“Ik heb mij tot doel gesteld via een efficiëntere fraudebestrijding recurrent 1 miljard per jaar te recupereren tegen het einde van de legislatuur. We zitten nu aan 400 miljoen, we zitten dus op schema.”
Databanken zijn een belangrijk element in de aanpak.
“Een van de meest interessante resultaten tot nog toe kregen we door de kruising van de databanken voor werkloosheid met de gegevensbanken van de ziekte- en de invaliditeitsuitkeringen. Vorig jaar hebben we 23.700 werknemers betrapt op de cumul van werkloosheidsuitkeringen met andere uitkeringen, of met loon. Dat zijn er vijfmaal meer dan in 2005. Dat betekent niet dat er vorig jaar meer gefraudeerd werd, het wil zeggen dat we de fraude efficiënter aanpakken.”
“Dat kunnen we doen, omdat de kruispuntbank van de sociale zekerheid uitstekend is. Dat is werkelijk een referentie. De kruispuntbank ondernemingen (KBO) is minder performant. Als we voor een onderzoek de bestuursmandaten van een bepaalde persoon willen natrekken, moeten we bijvoorbeeld een beroep doen op private databanken. De KBO kan ons die niet leveren.”
futiliteiten
U zegt dat de sociale fraude nu efficiënter wordt aangepakt. En de fiscale fraude?
“In de sociale zekerheid is de informatie beschikbaar en transparant, zoals ik al zei. In de fiscaliteit is dat nog niet het geval. Het kruisen van informatie binnen het departement Financiën gebeurt nog altijd heel gebrekkig. Maar de minister van Financiën heeft zich ertoe geëngageerd dat hij nog voor het kerstreces de nodige wetgevende initiatieven zal nemen.”
“Het probleem is vooral dat het charter van de belastingplichtige moet aangepast worden. Nu is er een te grote muur tussen Justitie en Financiën, waardoor bepaalde onderzoeken helemaal klem lopen. Vaak gaat het daarbij om vormelijke futiliteiten. Het uitwisselen van informatie tussen Justitie en Financiën moet bijvoorbeeld volgens specifieke procedures en goedkeuringen verlopen. En daar loopt het weleens mis, zodat de verdediging veel te makkelijk procedurefouten kan inroepen.”
U had onlangs ook cijfers over de regionale verschillen in aanpak van de vennootschapsbelastingen en de BTW.
“Het accountantbureau Deloitte heeft in mijn opdracht een studie gemaakt over de al dan niet gelijke behandeling van de ondernemingen door de fiscale administratie. De cijfers zijn sprekend. Er zijn grote regionale verschillen, maar ook binnen de regio’s loopt de benadering blijkbaar sterk uiteen, afhankelijk van de verschillende directies. De conclusie is dat er een betere centrale aansturing nodig is zodat overal op dezelfde manier wordt gecontroleerd. We zullen in die zin ook beleidsaanbevelingen voor de regering opstellen.”
Betekent dat ook dat er meer controles komen op vennootschappen?
“In de eerste plaats zijn er meer gelijke controles nodig op de vennootschappen. Maar je kan er niet naast kijken dat vennootschappen over het algemeen heel weinig gecontroleerd worden. Let wel, ik wil geen heksenjacht. Maar de fiscale wetgeving moet toegepast worden. Wet is wet. Als de wet niet goed is, moeten we die aanpassen. Maar het kan niet dat ze niet wordt toegepast.”
minnelijk
Onlangs was er een grote zaak van fiscale fraude die met een minnelijke schikking werd afgesloten.
“Ze is afgesloten met een dading. Dat wil zeggen dat de verschuldigde 87 miljoen euro is betaald, met een boete er bovenop. Dat geld is dus binnen.”
“Wij zijn grote voorstanders van minnelijke schikkingen. Ze kunnen veel sneller afgesloten worden, ze verhogen dus de rechtszekerheid. Een minnelijke schikking betekent ook dat het verschuldigde geld integraal betaald wordt. Zonder korting, integendeel, met een boete erbij. En het dure gerechtelijke apparaat wordt verlost van een reeks zaken.”
“We hebben een wetsontwerp klaar om de minnelijke schikking een structurele vorm te geven. Bedoeling is dat de belastingadministratie en het parket volgens bepaalde regels tot een schikking kunnen komen, zonder dat zetelende magistraten moeten tussenkomen.”
“Het is een kwestie van efficiëntie. In Nederland legt men bij het begin van het jaar vast hoeveel zaken de rechtbanken aankunnen. Dat zijn er tussen 500 en 600 per jaar. De rest moet minnelijk geregeld worden.”
Een klassieker in de fraudewereld: de BTW-carrousels.
“Tot voor kort waren die goed voor een miljard euro per jaar. Vandaag is dat nog maar een fractie daarvan. Enkele jaren geleden is een speciale cel opgericht bij de politie, een tiental mensen, met fiscale specialisten erbij. Zij kunnen proactief ingrijpen. En dat werkt.”
U sprak daarnet over de georganiseerde netwerken van sociale fraude. Hoe pakt u die aan?
“We hebben al een cel die de BTW-fraude aanpakt. We willen nu graag, in het verlengde daarvan, een cel oprichten die de grote georganiseerde sociale fraude aanpakt. Daarin willen we de politiediensten die actief zijn in de strijd tegen de economische en financiële criminaliteit samenbrengen met specialisten uit de sociale inspectie, RSZ, RIZIV en RVA, en eventueel ook met Europese collega’s. Zo kunnen we de netwerken bloot leggen. De politiediensten zijn ervan overtuigd dat ze al op korte termijn belangrijke resultaten zullen boeken.”
Auteur : Erik Durnez
Bron : Vokatribune oktober 2009