“Laten we het elkaar niet nog moeilijker maken”
Doordat bedrijven betalingen aan leveranciers alsmaar langer uitstellen, brengen ze elkaar in de problemen. Zeker in deze crisistijd is dat nefast. Die negatieve spiraal moet snel doorbroken worden, zegt Voka. De overheid kondigt nu op vraag van Voka maatregelen aan die de situatie moeten verbeteren.
Een teveel aan bedrijven die hun betalingen uitstellen, kan een ganse economie in een neerwaartse spiraal trekken. De redenering is simpel: bedrijf X levert goederen of diensten aan bedrijf Y. Bedrijf Y moet bedrijf X daarvoor vergoeden binnen een bepaalde termijn. Dat is part of the deal. Maar als bedrijf Y zich niet aan de afspraken houdt en zijn betaling uitstelt, dan wordt bedrijf X – ongewild – kredietverstrekker van bedrijf Y, bij wijze van spreken. Maar bedrijf X had daar niet op gerekend, en zal nu misschien genoodzaakt zijn om eigen betalingen aan andere bedrijven ook uit te stellen.
Het gaat om heel veel geld. Een bedrijf met een omzet van tien miljoen euro dat zijn betalingen één dag uitstelt, kent zichzelf daardoor gemiddeld 2.750 euro extra kapitaal toe. Dat verdubbelt dus bij bedrijven met een omzet van twintig miljoen euro, en vervijfvoudigt bij bedrijven met een omzet van vijftig miljoen euro. In dat laatste geval spreken we van een som van 137.000 euro ‘extra’ kapitaal. De Nationale Bank berekende dat het handelskrediet tussen B2B-bedrijven in België honderd miljard euro bedraagt. Dat is volgens kredietverzekeringsmakelaar Crion vier tot vijf keer meer dan de bankkredieten op korte termijn.
De overheid is overigens ook niet meteen een modelbetaler. Uit een studie van incassobedrijf Intrum Justitia blijkt dat Belgische overheden gemiddeld 31 dagen later betalen dan overeengekomen. Daarmee zetten ze een van de slechtste prestaties in Europa neer (zie kader). Mochten de overheden hun facturen op tijd betalen, dan zouden ze 1,9 miljard euro in de Belgische economie pompen. Dat wil toch al wat zeggen. Naar aanleiding van de huidige crisis beloofde de overheid alvast om sneller te betalen. Die maatregel zal zijn effect zeker niet missen.
Het is niet voor niets dat de overheid die belofte opneemt in zijn pakket crisismaatregelen. Want wanneer het op het vlak van betalingen fout loopt, dan zijn de gevolgen navenant. Een van de indicatoren daarvan is het aantal faillissementen. Uiteraard kunnen ze niet allemaal verklaard worden door wanbetalers, maar verschillende studies en bevragingen tonen toch aan dat acute liquiditeitsproblemen vaak bepalend zijn wanneer een bedrijf op de fles gaat.
Het aantal faillissementen is de afgelopen maanden sterk gestegen. Uit een meting van het studiebureau Graydon blijkt dat er in mei dit jaar maar liefst 108 faillissementen meer waren dan een jaar eerder. Dat is een stijging van zeventien procent. Tot eind mei komt het jaartotaal hierdoor op 4.118 faillissementen, een stijging van 22 procent ten opzichte van de eerste vijf maanden vorig jaar.
late betalers
De cijfers spreken voor zich. Het zou onverantwoord zijn om dit probleem geen halt toe te roepen. Om meer inzicht te krijgen in de situatie, ondervroeg Voka haar leden in een enquête. De bevraging gebeurde in mei en werd beantwoord door 1.200 Voka-leden. De resultaten bevestigen het toenemend probleem van betalingsachterstand: 56 procent van de respondenten stelt dat hun klanten gemiddeld later betalen dan vorig jaar, waarbij de betalingsachterstand in de meerderheid van de gevallen tussen de veertien en de dertig dagen bedraagt. Ruim een derde werd de voorbije maanden geconfronteerd met een toename van het aantal facturen die gewoon niet betaald worden.
De meeste bedrijven proberen de betalingsachterstand zelf op te lossen: tachtig procent deed niet meer dan vroeger een beroep op externe diensten voor inning van facturen, zoals een incassobureau, een advocaat of een gerechtsdeurwaarder. Bedrijven aarzelen om gerechtelijke procedures aan te spannen en zijn niet goed op de hoogte van de juridische mogelijkheden.
Ook opvallend: amper negen procent van de respondenten kent de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand voldoende. Maar liefst 51 procent kent de wet niet. Die wet bevat nochtans belangrijke bepalingen die betalingstermijnen regelen. De regelgeving is gebaseerd op de Europese richtlijn 2000/35/EG. Het voornaamste principe is dat “indien de partijen niet anders zijn overeengekomen, elke betaling tot vergoeding van een handelstransactie binnen een termijn van dertig dagen dient te gebeuren”. Beide handelspartners zijn dus wel vrij om daarvan af te wijken. Ze kunnen in een contract een betalingstermijn vastleggen die langer of korter is dan die dertig dagen.
vraag
Maatregelen die kunnen zorgen voor een betere naleving van de afgesproken termijnen mogen zo snel mogelijk ingevoerd worden, volgens zowat alle ondervraagden in de Voka-enquête. Voka heeft de overheid dan ook gevraagd om wanbetalers te sanctioneren met zware boetes en om de verwijlintresten in de wet van 2002 dwingend op te leggen. Een wettelijk opgelegde beperking van de maximale duur van betaaltermijnen, zoals in Frankrijk, is voor Voka niet wenselijk. Die zou de druk op andere terreinen, zoals de prijs, vergroten. De individuele onderhandelingsvrijheid van de ondernemers blijft van primordiaal belang.
Een beperking van de betalingstermijn kan overigens enkel op Europees niveau gebeuren. Dat voorkomt dat maatregelen van bepaalde landen een impact hebben op de concurrentiepositie van bepaalde ondernemingen of sectoren.
antwoord
Minister van Ondernemen en Vereenvoudigen Van Quickenborne is ondertussen ingegaan op de vraag van Voka en andere werkgeversorganisaties naar meer maatregelen. Na intensief overleg kwam het kabinet tot zeven maatregelen. Voka is verheugd dat de minister ingegaan is op de vraag van de ondernemingen.
De zeven maatregelen op een rijtje:
- Er kan een hogere schadevergoeding gevraagd worden bij het niet respecteren van afgesproken betaaltermijnen.
Het zal niet langer mogelijk zijn om in onderling overleg af te zien van een schadeloosstelling bij laattijdige betaling. En wanneer de schuldenaar niet betaalt, zal de schuldeiser binnen de overeengekomen termijn recht hebben op de betaling van een interest die gelijk is aan de referentie-interestvoet vermeerderd met zeven procent (momenteel in totaal 9,5 procent). Per begonnen week is er een bijkomende vergoeding verschuldigd ten belopen van 1 procent van de niet betaalde som per begonnen week vertraging.
- Er komt een snelle invoering van een wettelijk kader voor betalingsbevelen
Het snel wettelijk regelen van een betalingsbevel op Belgisch niveau kan ervoor zorgen dan ondernemers snel, eenvoudig en zonder te zware kosten achterstallige facturen kunnen innen en hun financiële toestand verbeteren.
- Er komt een meldpunt -misbruiken betaaltermijnen
Ondernemers zullen hun problemen inzake betaaltermijnen kunnen melden aan het nieuwe meldpunt, dat binnen de FOD Economie opgezet zal worden.
- De overheid volgt mee op
De FOD Economie levert elke zes maanden een rapport af aan de minister voor Ondernemen over het betaalgedrag van de ondernemingen. Op basis van het rapport wordt vervolgens overlegd met de werkgeversorganisaties of bijkomende maatregelen noodzakelijk zijn.
- Werkgeversorganisaties roepen leden op tot correct betaalgedrag
De werkgeversorganisaties vragen hun leden om de afgesproken betaaltermijnen te respecteren en om onevenwichtige wijzigingen in betaaltermijnen te vermijden.
- Informatie en sensibilisering
De FOD Economie en de werkgeversorganisaties gaan hun leden intensief informeren over betaaltermijnen.
- Er wordt aangedrongen op een Europese oplossing
Minister van Ondernemen Van Quickenborne wil de problematiek op de Europese agenda plaatsen. De minister zal pogen om via de lopende herziening van de richtlijn 2000/35 (over de bestrijding van betalingsachterstand) te laten onderzoeken of geharmoniseerde Europese betaaltermijnen wenselijk en haalbaar zijn.
Voka bereidt een Vokawijzer voor om haar leden te informeren over de mogelijkheden om betalingsachterstand aan te pakken, en houdt hen uiteraard blijvend op de hoogte van de actualiteit daarover.
Meer info: jan.vandoren@voka.be
Tips & Tricks: Hoe wanbetalingen vermijden?
Hieronder vindt u enkele praktische tips over hoe om te gaan met wanbetalers.
- Dring niet alleen schriftelijk, maar ook telefonisch aan (“in gebreke stellen”) op betaling tegen een afgesproken datum.
- Sluit een overeenkomst tot afbetaling af, waarbij de openstaande schulden in schijven moeten betaald worden op vaste momenten.
- Je kan ook altijd volgend drukkingsmiddel toepassen: betaalt de koper niet en werd hem geen bijkomende termijn toegestaan, dan moet de verkoper in principe niet leveren.
Of baseer je op een van onderstaande principes:
- ‘Zekerheid via eigendomsvoorbehoud’: de verkoper kan, weliswaar uiterlijk op het ogenblik van de levering van de goederen, in zijn algemene voorwaarden opnemen dat de verkochte goederen zijn eigendom blijven totdat de koper ze betaald heeft.
- ‘Zekerheid via bewarend beslag’: door het beslag bekom je een zekerheid dat een bepaald deel van het vermogen van de schuldenaar gebruikt kan worden voor de betaling van de schuldvordering.
- ‘Factoring’: een factoringmaatschappij koopt openstaande schuldvorderingen op bij ondernemingen. Daardoor kan de onderneming zich opnieuw bezighouden met haar kernactiviteit. Factoring is een vorm van kredietverzekering, maar kan ook als financieringstechniek worden gebruikt als de factoringmaatschappij al delen van een factuur betaalt aan de onderneming, nog voor het verstrijken van de betaaldatum.
- Sectorgebonden maatregelen, bijvoorbeeld: een onbetaalde onderaannemer kan zich rechtstreeks wenden tot de bouwheer voor de door de hoofdaannemer onbetaalde facturen.
Wanbetalingen overheid verdient straf, vindt Europa
Wanneer de overheid een factuur van een bedrijf te laat betaalt, dan moet er een straf volgen. Dat vindt de Europese Commissie. De Belgische overheden betalen gemiddeld 31 dagen te laat.
Betalingsachterstanden wegen op de overlevings- en investeringskansen van bedrijven en moeten daarom zoveel mogelijk vermeden worden. Overheden hebben daarin een voorbeeldfunctie. Net daarom is het onaanvaardbaar dat zij tot de slechtste betalers behoren. De Europese Commissie stelt daarom strafmaatregelen voor.
De timing van de demarche, die past in kader van de Small Business Act, is niet toevallig gekozen. Door de economische recessie voelen steeds meer bedrijven het mes op de keel. Het uitblijven van broodnodige financiële middelen is voor sommige KMO’s de druppel te veel. Betalingsachterstanden wegen ook op de concurrentiekracht van de getroffen bedrijven.
Bovendien bouwt het Europese herstelplan op de doelstelling om investeringen aan te zwengelen, groei te stimuleren en jobs te creëren. Aangezien investeringen geld kosten, wil de Commissie dat de financiële middelen zo vlot mogelijk naar de bedrijven stromen.
“De overheid moet het goede voorbeeld geven en zijn rekeningen voor goederen en diensten binnen de maand betalen.” Dat zegt Günter Verheugen, uittredend Europees Commissaris voor Industrie en Ondernemingsbeleid. Overheden hebben immers niet dezelfde financieringsbeperkingen als bedrijven, waardoor tijdig betalen vanzelfsprekend lijkt. Dat is echter niet altijd het geval.
Ook de Belgische overheden hebben boter op het hoofd, zo blijkt uit een studie van incassobureau Intrum Justitia. Zij betalen gemiddeld 31 dagen later dan overeengekomen, een van de slechtste prestaties in Europa. Vooral KMO’s zijn daarvan het slachtoffer. Mochten de overheden hun facturen op tijd betalen, zouden ze 1,9 miljard euro in de Belgische economie pompen.
Het bedrijfsleven heeft dus recht van klagen. De overheid is dan wel de slechtste betaler, hij wordt door de bedrijven zelf als eerste schuldeiser behandeld.
compensatie
Verheugen eist dat overheden de tering naar de nering zetten en ijvert er voor dat lokale en nationale overheden en overheidsagentschappen compensatie betalen in geval van te late betaling van facturen. Concreet wil de Commissie de richtlijn over betalingsachterstanden uit 2000 ingrijpend wijzigen. Kort samengevat zijn dit de voorgestelde veranderingen:
- overheidsinstanties moeten in de regel binnen de dertig dagen betalen. Doen ze dat niet, dan moeten ze vanaf dag 1 van de vertraging rente, een vergoeding voor invorderingskosten en een forfaitaire boete van vijf procent van het verschuldigde bedrag betalen;
- tussen bedrijven geldt contractvrijheid, maar de schuldeiser heeft recht op achterstandsrente en een vergoeding van de invorderingskosten als er een betalingsachterstand optreedt;
- de voorschriften voor kennelijk onbillijke contractbepalingen worden aangescherpt.
Het voorstel van richtlijn komt nu in de co-beslissingsprocedure, wat betekent dat het nieuw Europees parlement, samen met de Raad, binnenkort zal onderhandelen en beslissen over het wetsvoorstel.
Bron : Vokatribune juli 2009