filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Infotheek

18mei
06
 Lokale bedrijfsbelastingen blijven stijgen

Voka, Vlaams netwerk van ondernemingen, peilt elk jaar naar de gemeentelijke belastingdruk in zijn Barometer Lokale Fiscaliteit. Dit jaar werd de enquête - die door alle 308 Vlaamse gemeentebesturen werd beantwoord - voor de vierde keer uitgevoerd.

Nieuw dit jaar is dat er ook gepeild werd naar de opbrengsten van de lokale belastingen. Uit de verschillende edities blijkt dat bedrijven meer moesten betalen in de voorbije gemeentelijke legislatuur.

 

Fiscaal pact met de gemeenten absoluut noodzakelijk
 
Op Knokke en Koksijde na heffen alle gemeenten een aanvullende personenbelasting. Die belasting komt bovenop de federale personenbelasting die alle burgers en zelfstandigen moeten betalen. Uit de vorige edities van de Barometer Lokale Fiscaliteit bleek zeer duidelijk dat de gemeenten in de eerste jaren van hun legislatuur massaal de aanvullende personenbelasting verhoogden. Naarmate de gemeenteverkiezingen naderen, neemt de neiging om de tarieven nog te verhogen echter af. Ook dat blijkt uit deze editie van de Voka-barometer. 25 gemeenten hebben de aanvullende personenbelasting verlaagd ten opzichte van vorig jaar. In Dilsen-Stokkem, ¬Heuvelland en Wichelen noteerde Voka op dit vlak de sterkste dalingen.


Zes gemeenten hebben de tarieven van de personenbelasting in hun gemeente toch nog verhoogd. Het gaat om de gemeenten Beersel, Herenthout, Kasterlee, Linkebeek, Wijnegem en Zottegem. In 2001 hadden nog meer dan honderd gemeenten de aanvullende personenbelasting verhoogd. Als je de cijfers over de hele gemeentelijke legislatuur bekijkt, dan stijgen de tarieven in maar liefst 60% van de gemeenten. In de periode 1994-2000 was dat slechts 16%. De gemeenten verantwoorden de stijging door te wijzen op de daling van de federale personenbelasting. Uit de fiscale barometer blijkt echter dat ze die daling ruimschoots hebben gecompenseerd met hogere tarieven: de inkomsten stegen in de periode 1999-2005 jaarlijks met gemiddeld 4,8%. De gemeenten inden dankzij die tariefstijgingen in 2005 meer dan 340 miljoen euro extra ten opzichte van 1999.


En de bedrijven?


Naast de aanvullende personenbelasting belasten de gemeenten de burgers en de bedrijven ook op het kadastraal inkomen van onroerende goederen - gronden, gebouwen, materieel en outillage. Uit de vorige edities van de fiscale barometer bleek al dat de gemeenten in de eerste jaren van de gemeentelijke legislatuur ook de onroerende voorheffing massaal verhoogden. Dit jaar is er een lichte kentering: een twintigtal gemeenten verlaagden hun tarieven. De sterkste dalingen vond Voka terug in Deerlijk (-150 opcentiemen), Erpe-Mere (-150) en Poperinge (-200). Nog steeds negen gemeenten verhoogden hun tarieven. Substantiële verhogingen waren er in Aalst (+250 opcentiemen), Linkebeek (+240) en Torhout (+350).


Als je de onroerende voorheffing bekijkt over de hele voorbije gemeentelijke legislatuur, dan blijkt dat ongeveer 80% van de gemeenten de opcentiemen op de onroerende voorheffing hebben verhoogd in die periode. Het gemiddelde tarief van de onroerende voorheffing is dus stelselmatig toegenomen. Tussen 1994 en 2000 was dat een matige stijging. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 zijn de tarieven echter fors gestegen tot 1.310 opcentiemen in 2005. De gemeenten verhogen globaal genomen gemakkelijker de onroerende voorheffing - die voor 40% ten laste van de bedrijven komt - dan de personenbelasting. Nochtans nam de gewestelijke onroerende voorheffing niet af - dit in tegenstelling tot de federale personenbelasting. De gemeenten hielden daar een aardige duit aan over: op zes jaar tijd vertaalde deze belastingverhoging zich in een gemiddelde jaarlijkse inkomstenstijging van maar liefst 6,5% per jaar - of 476 miljoen euro extra inkomsten.


Wirwar aan belastingen


De gemeenten halen het grootste gedeelte van hun belastinginkomsten uit de personenbelasting en de onroerende voorheffing. Daarnaast kunnen de gemeenten ook eigen gemeentebelastingen innen: ze mogen alles belasten wat niet uitdrukkelijk verboden is door de wet. De 308 gemeenten vullen dat elk op hun eigen manier in en zo ontstaat een onoverzichtelijk kluwen aan belastingen. Er bestaan maar liefst 105 verschillende soorten eigen gemeentebelastingen, die bedrijven vooral administratieve overlast opleveren.


Een specifieke bedrijfsbelasting is de drijfkrachtbelasting. Die belast bedrijven op basis van het vermogen van de motoren waarmee ze werken. De belasting is een restant van een verouderd gebruik waarbij de productiefactoren arbeid en kapitaal evenwichtig belast moesten worden. Momenteel hebben 119 gemeenten een belasting op drijfkracht. Dat zijn er zes minder dan vorig jaar: in As, Borgloon, Mechelen, Putte, Roeselare en Scherpenheuvel-Zichem werd ze afgeschaft. Sommige gemeenten vervangen die belasting dan wel door nieuwe belastingen. Mechelen verving ze bijvoorbeeld door een belasting op bedrijfsoppervlakte.


Mechelen sloot hiermee aan bij een nieuwe tendens: het invoeren van een algemene gemeentebelasting. Voor bedrijven krijgt deze belasting de vorm van een belasting op de totale bedrijfsoppervlakte per vestiging. In 2005 bleken 65 gemeenten al een dergelijke belasting te hebben ingevoerd, dat zijn er vier meer dan het jaar daarvoor. Het gaat om de gemeenten Grobbendonk, Maasmechelen, Maldegem en Mechelen. Er zijn ook gemeenten die een variant invoeren op de algemene bedrijfsbelasting. In Vilvoorde heet het bijvoorbeeld de belasting op de economische bedrijvigheid.


Voka vraag fiscaal pact


Voka vindt het positief dat de verouderde belasting op drijfkracht inboet aan populariteit. Toch mag het afschaffen van de ene belasting niet leiden tot een nieuwe belasting die de fiscale druk op bedrijven aanzienlijk verhoogt. Het is op zich een goede zaak dat gemeenten de wirwar van lokale belastingen trachten in te dijken door ze te vervangen door een algemene bedrijfsbelasting. Het probleem is echter dat alle gemeenten andere parameters gebruiken om die belasting vorm te geven. Dit komt de transparantie uiteraard niet ten goede, en maakt het moeilijk om de fiscale druk voor de bedrijven in de verschillende gemeenten te vergelijken.


Voka vraagt daarom dat de Vlaamse regering dringend werk maakt van een fiscaal pact met de Vlaamse gemeentebesturen. Dit fiscaal pact werd al aangekondigd in het Vlaams regeerakkoord, maar de regering heeft tot nu toe nog geen concrete stappen gezet.

terug