filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Infotheek

03mei
06
 Fiscale matiging gemeenten is een must

Zelfs in dit verkiezingsjaar blijft de lokale belastingdruk voor ondernemingen licht toenemen. Dat blijkt uit de Barometer Lokale Fiscaliteit die Voka naar jaarlijkse gewoonte opmaakte.

Voka hoopt dat de gemeentebesturen na het luwen van de verkiezingskoorts niet nog eens hun belastingen massaal gaan verhogen, zoals dat gebeurde in 2001. Ook moeten louter financierende en contraproductieve belastingen afgeschaft worden.

 

Lokale belastingdruk steeg sinds 2001 met 31%
 
De cijfers in de Voka-barometer over de lokale fiscaliteit geven een gematigd positief beeld over het jaar 2006. Er waren nauwelijks gemeenten die overgingen tot een expliciete belastingverhoging. Hierdoor nam de opbrengst uit de belastingen amper toe. De opbrengst uit de aanvullende onroerende voorheffing steeg iets sterker dan die van de aanvullende personenbelasting: 1,93% versus 0,5%. Dat laatste heeft te maken met de federale hervorming van de personenbelasting die in 2006 op kruissnelheid komt.


Anderzijds waren er ook weinig belastingverlagingen. In 2006 verlaagden slechts 23 gemeenten in Vlaanderen – samen goed voor 7% van het totaal aantal gemeenten - hun opcentiemen op de onroerende voorheffing, wat de belangrijkste fiscale inkomstenbron vormt voor ondernemingen. 20 gemeenten verlaagden hun aanvullende personenbelasting. Ook het aantal gemeenten dat een eigen belasting specifiek voor de bedrijven afschafte, bleef beperkt. In totaal nam de totale belastingdruk licht toe ten opzichte van vorig jaar, en dit met 0,9%.


Al bij al is er op het eerste gezicht geen reden tot paniek, ware het niet dat 2006 een verkiezingsjaar is. De gematigde groei van de gemeentelijke belastingen staat immers in schril contrast met de forse stijging van de belastingen tijdens de hele legislatuur. Over de hele periode gezien namen de gemeentebelastingen met 31% - of gemiddeld met 4,6% per jaar - toe tot 3,56 miljard euro in 2006. Ongeveer 1 miljard hiervan wordt betaald door de bedrijven. Vooral de stijging van de opbrengst uit de onroerende voorheffing was opvallend: een groei van gemiddeld 5,3% per jaar. De aanvullende personenbelasting steeg gemiddeld met 4,3% en de eigen belastingen, waaronder ook enkele bedrijfsbelastingen, stegen gemiddeld met 3,5%. Hierbij was er een vrij sterke toename van enkele nieuwe eigen gemeentebelastingen die wegen op de ondernemingen. Vooral de belastingen op bedrijfsoppervlakte en de belasting op reclamedrukwerk vielen hierbij op.


Het is opvallend dat vooral in 2001, het vorige verkiezingsjaar, met 8% veruit de grootste groei wordt opgetekend. In de daaropvolgende jaren nam het groeitempo geleidelijk af. Er valt dus te vrezen dat er ook nu weer, in het eerste jaar na de gemeenteraadsverkiezingen, een sterke groei van de belastingen aankomt.


De cijfers die de Voka-barometer optekende, verschillen tot slot vaak sterk van provincie tot provincie. De provincies Limburg en Vlaams-Brabant kenden met een belastinggroei van respectievelijk 5,3% en 5,2% per jaar de hoogste stijging. De provincie Antwerpen kende met 3,7% de minst uitgesproken stijging. 


Commentaar


snelbericht vroeg Karl Collaerts, adviseur bij het Voka-kenniscentrum en uitvoerder van het onderzoek, enkele beschouwingen te maken bij de resultaten van de Barometer.


Bedrijven ergeren zich vaak aan de lokale belastingen. Waaraan is dat te wijten?
Karl Collaerts:
“Ondernemingen hebben vaak het gevoel dat heel wat van deze taksen - zoals de belasting op drijfkracht, de belasting op bedrijfsoppervlakte of de onroerende voorheffing op materieel en outillage - louter financierende belastingen zijn waarvan de economische logica door de gemeente ook niet verder wordt geduid. Nochtans zijn belastingen op productiefactoren zoals motoren en materieel en outillage vanuit welvaartseconomisch oogpunt contraproductief omdat ze rechtstreeks ingrijpen op de investeringsbeslissingen van ondernemers. Daarover zijn alle economen het eens. Dergelijke belastingen staan dus haaks op wat de Vlaamse overheid beoogt: een beter investeringsklimaat. Ten tweede ergeren ze zich eraan dat de lokale fiscale druk blijft toenemen. De jongste editie van onze jaarlijkse lokale fiscale barometer toont duidelijk dat de gemeenten in de voorbije legislatuur de belastingen veel meer verhoogden dan de andere overheidsniveaus.”
 
Anderzijds klagen de gemeenten vaak dat zij onder grote financiële druk staan en dus verplicht worden om de belastingen te verhogen?
“Voka wil zeker begrip opbrengen voor de financiële situatie van de gemeenten, hoewel hier aan toegevoegd moet worden dat die situatie voor burgers en ondernemingen niet altijd even transparant is. Anderzijds stel ik vast dat er wel degelijk gemeenten zijn die de voorbije zes jaar hun belastingen niet al te sterk of zelfs helemaal niet hebben verhoogd.”


“Een voorbeeld: bij ongeveer 20% van de gemeenten zijn de opcentiemen op de onroerende voorheffing – wat voor bijna alle gemeenten toch de belangrijkste belasting is – vandaag niet gestegen ten opzichte van 2000. Bij ongeveer 10% van de gemeenten zijn de opcentiemen vandaag ook niet hoger dan in 1994. Bovendien valt op dat heel wat van die gemeenten ook de aanvullende personenbelasting niet verhoogden. Dit toont aan dat de gemeente via het voeren van een deugdelijk beleid ook een verschil kan maken en niet steeds onherroepelijk moet overgaan tot belastingverhogingen. Niet alle gemeenten kunnen dus over dezelfde kam geschoren worden. Dat willen we met onze jaarlijkse lokale barometer ook wel eens duidelijk maken.”


Wat verwacht Voka nu van de volgende gemeentebesturen?
“Wij hopen in ieder geval dat de gemeenten in 2007 niet dezelfde oplossing zullen kiezen als in 2001 en 1995, toen er massaal belastingen werden verhoogd. Indien in 2007 net zoals in 2001 een stijging van 8% doorgevoerd zou worden, dan zou dat de burgers en de bedrijven ongeveer 300 miljoen euro kosten. Dat moet zeker vermeden worden.”


“Verder hoopt Voka dat de Vlaamse overheid in het kader van het fiscaal pact met de gemeenten het initiatief neemt om bepaalde louter financierende en contraproductieve bedrijfsbelastingen af te schaffen.  Meer bepaald gaat het dan over de onroerende voorheffing op materieel en outillage, de belasting op motoren en de belasting op bedrijfsoppervlakte. De Vlaamse overheid kan zich laten inspireren door het recent aangenomen Waalse decreet. Wallonië besliste voordat de gemeenteraadsverkiezingen plaatsvonden, soortgelijke provinciale en gemeentelijke belastingen af te schaffen.

Hiermee wilden ze de ondernemingen meer ademruimte geven en het investeringsklimaat verbeteren. De gemeenten werden hiervoor gecompenseerd door de regering. Van een Vlaamse regering die de verbetering van het investeringsklimaat als hét motto van haar beleid beschouwt, verwachten we dan ook een zelfde krachtig signaal.”

 

terug