filter op onderwerp

filter op regio

zoek naar:  

Nieuws

07apr
10
 Nieuwe regeling brugpensioen

Sinds april is er een nieuwe wet van kracht voor de berekening van het brugpensioen. Dat is een volgende stap in de uitvoering van het Generatiepact.

Brugpensioen wordt (meestal) duurder

Wie gehoopt had op een verregaande ontmoediging van het brugpensioen door de nieuwe reglementering, komt bedrogen uit. De wetgeving schiet op dat vlak zijn doel voorbij en ze zadelt de werkgever op met heel wat extra administratieve overlast. Dat stellen Gianni Duvillier (Voka) en Geert Vermeir (SD Worx).


Eerder werd in het kader van het Generatiepact het Canada Dry-systeem grondig aangepast, nu is het de beurt aan het brugpensioen. De belangrijkste wijziging situeert zich op het vlak van de patronale bijdragen op het brugpensioen. Vóór 1 april 2010 was die bijdrage nog forfaitair, na 1 april wordt ze procentueel berekend, en is ze dus gelinkt aan de aanvullende vergoeding die de bruggepensioneerde ontvangt en aan zijn leeftijd. Daardoor zal de kost van de nieuwe brugpensioenen voor de werkgever meestal hoger liggen dan vandaag, zeker naarmate de bruggepensioneerde bij zijn vertrek jonger is en/of het bedrag van de aanvullende vergoeding hoger is.

 

beter?

Geert Vermeir (SD Worx) verwacht veel extra werk voor de sociale secretariaten en de werkgevers: “De principes zijn goed, maar de verhoging van de bedragen zijn niet van die aard dat we een echt ontmoedigend effect mogen verwachten. Bovendien is het systeem vrij ingewikkeld: op de algemene regel zijn enorm veel uitzonderingen, zoals voor ondernemingen in herstructurering of moeilijkheden. Het zal de bedrijven heel wat tijd en moeite kosten om dat allemaal te berekenen.”

 

magneet

Gianni Duvillier, adviseur bij het Voka kenniscentrum, voegt nog een kritische noot toe: “Voka pleit voor een afschaffing van het brugpensioen. Bedrijven worden door de nieuwe regelgeving wel ontmoedigd, maar niet voldoende. De wetgever had hier misschien een duidelijkere boodschap kunnen geven. Maar wat me vooral verbaast is dat er helemaal geen sprake is van een ontmoediging bij de werknemer. Voor de werknemer blijft het brugpensioen een magneet voor het niets doen. Tegelijk vormt dat virtueel sociaal passief een rem op de aanwerving van 50-plussers.”

 

 

Het brugpensioen van Piet


De vragen die bij de nieuwe reglementering meteen opkomen: wordt brugpensioen duurder voor de werkgever? En wat ontvangt de bruggepensioneerde uiteindelijk? Een cijfervoorbeeld maakt duidelijk dat er geen eenduidig antwoord is op de eerste vraag.

 

Piet, 58 jaar en ex-werknemer bij een private werkgever in de profitsector, is sinds 1 januari 2009 met brugpensioen. De onderneming is niet in moeilijkheden of in herstructurering.
Hij ontvangt een maandelijkse werkloosheidsuitkering van 1.150 euro en een maandelijkse aanvullende vergoeding ten laste van de werkgever van 600 euro. De werkgeverskost van het brugpensioen wordt gevormd door de som van de aanvullende vergoeding, verhoogd met de patronale bijdragen. Vóór 1 april 2010 zijn de patronale bijdragen forfaitair:

  • 49,58 euro RVA-bijdrage
  • 24,80 euro RVP-bijdrage
  • Samen: 74,38 euro bijdrage per maand

 

Op 1 april 2010 treden de nieuwe bepalingen in werking. De patronale bijdragen worden procentueel en zullen dalen naarmate de bruggepensioneerde ouder wordt.

 

Voor lopende brugpensioenen:

  • Van 58 tot 60 jaar: 600 x 12% = 72 euro bijdrage per maand
  • Vanaf 60 jaar 600 x 6% = 36 euro bijdrage per maand

 

 Leeftijd bruggepensioneerde
(per maand berekend)
 Werkgeversbijdrage
 < 52 jaar 30% (min. 25 euro)
 52 jaar < 55 jaar 24% (min. 25 euro)
 55 jaar < 58 jaar 18% (min. 25 euro) 
 58 jaar < 60 jaar 12% (min. 25 euro)
 60 jaar en ouder   6% (min. 18,80 euro)

 

Voor nieuwe brugpensioenen

Hier veronderstellen we dat Piet pas met brugpensioen gaat vanaf 1 april 2010 (en op voorwaarde dat zijn ontslag betekend is na 15 oktober 2009). De patronale bijdrage zal eveneens procentueel zijn. Ze zal echter bepaald worden op basis van de aanvangsleeftijd en zal daarna niet meer wijzigen.

 

Leeftijd bruggepensioneerde
bij aanvang brugpensioen
 Bijzondere werkgeversbijdrage
30% (min. 25 euro)
 < 52 jaar 50% (min. 25 euro)
  52 jaar < 55 jaar 40% (min. 25 euro)
55 jaar < 58 jaar 30% (min. 25 euro)
 58 jaar < 60 jaar 20% (min. 25 euro)
 60 jaar en ouder  10% (min. 18,80 euro)

600 x 20% = 120 euro bijdrage per maand

Het netto-inkomen van Piet is het resultaat van de som van de werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding, verminderd met de sociale en fiscale lasten. De nieuwe reglementering vanaf 1 april 2010 heeft geen impact op het netto-inkomen van Piet.

 

De kost van de nieuwe brugpensioenen voor de werkgever zal meestal hoger liggen dan vandaag, zeker naarmate de bruggepensioneerde bij zijn vertrek jonger is en/of het bedrag van de aanvullende vergoeding hoger is.

Auteur : Gianni Duvillier
Bron : Vokatribune april 2010

terug