Infotheek
Er wordt een uitstel gegeven van betaling van de bedrijfsvoorheffing (BV) gedurende twee kwartalen of zes maanden, en dit telkens voor drie maanden.
Dit betekent concreet:
Voor de kwartaalaangevers:
De BV voor het eerste kwartaal, die normaal betaald dient te worden door de bedrijven op 15 april, moet dit jaar pas betaald worden op 15 juli.
De BV van het tweede kwartaal, die normaal betaald dient te worden op 15 juli, moet nu pas betaald worden op 15 oktober.
Voor de mandaatgevers:
| Lonen van |
Normale betaaldatum |
Na maatregel |
| Maart |
15 april |
15 juli |
| April |
15 mei |
15 augustus |
| Mei |
15 juni |
15 september |
| Juni |
15 juli |
15 oktober |
| Juli |
15 augustus |
15 november |
| Augustus |
15 september |
15 december |
| |
|
|
Op het ogenblik dat deze maatregel afloopt, worden ondernemingen normaal gesproken geconfronteerd met een piek in de betaling van bedrijfsvoorheffing. Dan zal namelijk tegelijk de uitgestelde bedrijfsvoorheffing én de “normaal verschuldigde” moeten betaald worden.
Om dat probleem op te lossen, stelt de federale overheid een fasing out voor: bedrijven die hebben genoten van het eerste luik van de BV-maatregel, zullen gedurende 6 maanden een intrestbonificatie genieten (ten laste van de federale overheid) op een lening die ze zelf afsluiten bij een kredietinstelling. Het bedrag van deze lening zal gelijk mogen zijn aan de bedrijfsvoorheffing die ze op het “piekmoment” verschuldigd zouden zijn voor de lonen van de vorige maand. Het betreft een bonificatie van 1%.
Voor wie?
Voor alle bedrijven die BV aan de fiscus moeten doorstorten.
Vanaf wanneer
April 2009
Bevoegde overheid
Federaal
Status
Economische herstelwet van 27 maart 2009, B.S. 7-04-2009
Bron
Economische herstelwet van 27 maart 2009, art. 20
terug