Het Wereldenergie-agentschap (IEA) heeft een rapport gepubliceerd over de verwachte evolutie van het energieverbruik. Hoewel de energiezekerheid onder druk komt te staan, is er ook reden tot optimisme.
De World Energy Outlook 2009 (WEO 2009) werd in november gelanceerd door het International Energy Agency (IEA). Daarmee wil het IEA onder meer een impuls geven aan de klimaatonderhandelingen in Kopenhagen.
Volgens het rapport steven we af op een gemiddelde temperatuurstijging tot 6°C, bij een voortzetting van de huidige trends in het wereldwijde energiegebruik. Bovendien komt de energiezekerheid onder druk te staan.
Optimisme
Toch zijn er ook redenen voor optimisme, want er zijn nu reeds kosteneffectieve oplossingen beschikbaar om een ernstige klimaatverandering te voorkomen en tegelijkertijd de energiezekerheid te verhogen.
Hoewel het wereldwijde energiegebruik dit jaar lager zal uitvallen dan verwacht, ten gevolge van de financiële crisis, voorspelt het rapport dat de stijgende trend zich snel zal hervatten. In het Reference Scenario (huidige beleid blijft behouden), stijgt de energievraag met 40% tussen nu en 2030, tot 16,8 miljard ton olie-equivalent.
China en India
Fossiele brandstoffen blijven de energiemix domineren, goed voor meer dan driekwart van de incrementele vraag. Niet-OESO-landen zijn goed voor meer dan 90% van die stijging: China en India staan in voor meer dan de helft.
De energieprijs zal nog gevoeliger worden voor pieken, en het referentiescenario voorspelt aanhoudende hoge uitgaven voor de invoer van olie en gas. De uitdaging om energie-armoede te voorkomen is ook nog steeds niet opgelost: in 2030 zullen nog altijd 1,3 miljard mensen geen toegang hebben tot elektriciteit, terwijl dat er vandaag 1,5 miljard zijn.
Klimaatverandering
WEO 2009 toont aan dat het mogelijk is om de klimaatverandering tegen te gaan, maar niet zonder een diepgaande transformatie van de energiesector. Een scenario met 450 ppm gaat uit van een agressief tijdschema met de concrete stappen die nodig zijn om de langetermijnconcentratie van broeikasgassen in de atmosfeer te beperken tot 450 parts per million CO2-equivalent, en de mondiale temperatuurstijging tot ongeveer 2° C boven het pre-industriële niveau.
Om dat scenario te bereiken, zou de vraag naar fossiele brandstoffen moeten pieken in 2020 en energiegerelateerde CO2-emissies zouden moeten dalen tot 26,4 Gton in 2030 t.o.v. 28,8 Gt in 2007.
Efficiëntie
Energie-efficiëntie zou de grootste bijdrage leveren; het vertegenwoordigt meer dan de helft van het potentieel in 2030. Koolstofarme energietechnologieën spelen ook een cruciale rol: ongeveer 60% van de wereldwijde productie van elektriciteit zou in 2030 afkomstig moeten zijn uit hernieuwbare energiebronnen (37%), kernenergie (18%) en installaties voorzien van Carbon Capture and Storage (5%).
Bovendien doet er zich in dit scenario een dramatische verschuiving voor in de verkoop van auto's met hybride, plug-in hybride en elektrische voertuigen. Die zouden in 2030 bijna 60% van de omzet vertegenwoordigen, tegenover 1% vandaag.
Kosten
In vergelijking met het referentiescenario is tegen 2030 een incrementele investering van 10,5 biljoen dollar wereldwijd nodig in het 450 ppm-scenario. Naast het vermijden van ernstige klimaatveranderingen, worden die kosten grotendeels gecompenseerd door economische en gezondheidsvoordelen en komt het de energiezekerheid ten goede.
Energierekeningen in transport, gebouwen en de industrie kunnen gereduceerd worden met 8,6 biljoen dollar wereldwijd over de periode 2010-2030. In het 450 ppm-scenario bedraagt de koolstofprijs in de OESO-landen 50 dollar per ton CO2 in 2020, en 110 dollar in 2030.
Aardgas
Onafhankelijk van het gevoerde klimaatbeleid zal aardgas een belangrijke overgangsrol blijven spelen bij de verwezenlijking van duurzame energie in de wereld. Door de enorme groei van de ontginning van onconventioneel gas in Noord-Amerika, gecombineerd met een lagere vraag door de economische recessie, wordt een overschot aan aardgas verwacht voor de komende jaren. Dat overschot kan verregaande gevolgen hebben voor de structuur van de gasmarkten.
WEO 2009 wijst er ook op dat hogere olieprijzen, gekoppeld met de verlaagde investeringen in de oliesector, een reëel gevaar vormen voor de wereldeconomie, op een moment dat die zich begint te herstellen.
http://www.iea.org
Auteur : Thomas Windels, Voka-kenniscentrum
Bron : milieu@voka 8 - december 2009